Strafpunten

WORDT het rijbewijs een strafblad? Dat staat minister Hirsch Ballin (justitie) wel voor ogen.

Hij wil een strafpuntensysteem voor automobilisten invoeren. Beter gezegd: Hirsch Ballin heeft de traditionele bezwaren van het ministerie van justitie laten varen. Het initiatief is afkomstig van Verkeer en Waterstaat. Bij de boetes voor zwartrijden in het openbaar vervoer heeft minister Maij-Weggen al laten zien dat zij weinig oog heeft voor een evenwichtige rechtshandhaving. Dat gebeurt nu weer bij het “on-Nederlandse” strafpuntensysteem. De kwalificatie is afkomstig van de Raad voor de verkeersveiligheid in 1978, toen ook al eens een balletje over een strafpuntensysteem werd opgegooid.

Inmiddels is de Raad omgegaan. Maar het “veredelde” strafpuntensysteem waarvoor hij in 1988 een lans brak, nam de oude bezwaren niet weg. Zo is het de vraag of een strafpuntensysteem wel echt de gevaarlijke mensen identificeert. Regelmatig tegen verkeersregels zondigen is immers niet per definitie gelijk aan het veroorzaken van ongelukken. Hoewel het systeem reeds in enkele landen van kracht is, zoals de Bondsrepubliek, is het de vraag of het werkelijk werkt. Harde onderzoeksresultaten zijn opmerkelijk schaars.

HELEMAAL BEDENKELIJK is de reden waarom Hirsch Ballin nu opeens wel een strafpuntensysteem wenst. Het grote struikelblok was de onaanvaardbare vergroting van de werklast voor politie en justitie. De nieuwe zogeheten wet-Mulder verlicht die, door het afdoen van verkeersovertredingen terug te brengen van een strafrechtelijke tot een administratieve aangelegenheid. Het komt er op neer dat de politie op straat de zaak in principe afhandelt. Uiteraard kan de burger die het er niet mee eens is altijd naar de rechter lopen. Maar het minste wat daar van valt te zeggen is dat dit niet wordt aangemoedigd.

Deze gestroomlijnde afdoening heeft het afgelopen jaar al in enkele proefgebieden gedraaid, in elk geval tot tevredenheid van het departement van justitie. Het werkt blijkbaar veel efficiënter. Over de kwaliteit van de handhaving wordt minder vernomen. Toch verdient deze een punt van zorg te zijn, afgaande op een recente publikatie van de Stichting Maatschappij en Politie onder de titel Verkeersregels, handhaving en verkeersveiligheid. Daarin wordt gewaarschuwd dat “de professionaliteit aangaande verbaliserend optreden bij de politie slecht is ontwikkeld”. De politieman op straat heeft geen duidelijk model, geen behoorlijke richtlijnen en geen adequate normen om uit te maken of er moet worden geverbaliseerd of een waarschuwing volstaat. En de handhaving heeft toch al een “hap-snapkarakter”.

DAT IS GEEN geruststellend vooruitzicht met het systeem-Mulder in aantocht. Er is geen enkele reden voor coulantie met wegpiraten, maar de rijbevoegdheid is ook een belangrijk maatschappelijk goed. De overheid dient daar zorgvuldig mee om te springen. Het is een veeg teken wanneer een strafpuntensysteem in het verkeer kennelijk alleen mogelijk is door de rechtswaarborgen te verlagen.