Servische president heeft zich ernstig verrekend

LJUBLJANA, 30 DEC. Het zit de Servische leiders in Belgrado niet mee. De Duitse erkenning van Kroatië en Slovenië is met verontwaardiging ontvangen. Het bericht dat de Europese Gemeenschap van plan is om de zich afscheidende Joegoslavische republieken uiterlijk 15 januari te erkennen heeft zelfs tot een collectieve woedeaanval geleid.

De Servische leiding had verwacht dat de ministers van buitenlandse zaken van de EG zouden zwichten voor de druk van de Veiligheidsraad, die de Europese leiders enkele dagen eerder dringend had afgeraden tot erkenning over te gaan. Duitsland, zo dacht men in Belgrado, zou van de voorgenomen erkenning van Slovenië en Kroatië moeten afzien of internationaal geïsoleerd raken.

Toen het de Servische leiders duidelijk werd dat Duitsland in Brussel in feite zijn zin kreeg, werd duidelijk dat zij een ernstige politieke nederlaag hebben geleden. In Den Haag had de Servische president Slobodan Milosevic twee maanden geleden nog hoog spel gespeeld door het vredesplan van de EG hooghartig af te wijzen. Hij was toen boos op de EG omdat die definitief nee zei tegen tegen de door hem voorgestelde koehandel: de gebieden in Kroatië waar Serviërs wonen zouden onder Servische controle komen in ruil voor de lieve vrede op de Balkan, dit onder het mom dat volkeren nu eenmaal het recht hebben hun eigen toekomst te bepalen. De EG wilde niet verder gaan dan een garantie van de rechten van de minderheden "op Europees niveau' binnen de bestaande grenzen van de republieken.

Nadat de EG Servië, zijn bondgenoot Montenegro en het door Servië gecontroleerde federale leger als agressor in Kroatië had aangewezen, was het ook de Servische leiders duidelijk dat er met de onderhandelingen onder leiding van de EG niets meer te winnen viel. Milosevic koos voor de vlucht vooruit, naar de Verenigde Naties. Wezen de Servische leiders een vredesmacht voor Kroatië de afgelopen maanden steeds resoluut van de hand als “een inmenging van de binnenlandse aangelegenheden van een soevereine staat” en “een militaire interventie die met geweld beantwoord zal worden”, nu moest er ineens een vredesmacht komen om de “Servische minderheid in Kroatië te beschermen tegen het fascistische ustasa-regime in Zagreb”.

De weg naar de VN was voorbereid door het Servische lid van het staatspresidium, Borisav Jovic. Jovic reisde naar de Roemeense hoofdstad Boekarest om de voorzitter van de Veiligheidsraad van de noodzaak van een vredesmacht te overtuigen en Peking werd door hem bezocht om de Chinese leiders voor de Servische zaak te winnen. Daarnaast werden de "vriendschapsbanden' met Griekenland uit de ijskast gehaald, de oude strijdmakker uit de tijd van de twee Balkanoorlogen was tenslotte de enige betrouwbare factor in de EG.

De Europese Gemeenschap haalde intussen opgelucht adem. Na twaalf mislukte wapenstilstanden en het nee van Servië tegen het EG-vredesvoorstel wist men sowieso niet meer wat te doen en had de EG er niets op tegen dat nu de VN hun tanden eens stuk zouden bijten op de Balkan. Even leek iedereen even blij. De EG omdat Servië nu toch bereid was een vredesmacht toe te laten, Kroatië omdat het al maanden had gebedeld om VN-troepen, en Servië omdat het dacht de lastige Europeanen van zich afgeschud te hebben.

Dat leek inderdaad te lukken. De gepensioneerde Amerikaanse diplomaat Cyrus Vance moest zien te bereiken wat de eveneens gepensioneerde Europese diplomaat Lord Carrington niet was gelukt: een einde maken aan de gevechten. Vance mocht opnieuw uitzoeken wie welke rol speelde in het bloedige en gewelddadige drama in Kroatië. Dat bood Servië de gelegenheid de oorlog in Kroatië voort te zetten en aan de onderhandelingstafel de vredesduif te spelen. Onder het motto “wij hebben niets met de oorlog in Kroatië te maken” werd in Belgrado na een dozijn bestanden de verovering van het met de grond gelijk gemaakte Vukovar uitbundig gevierd en werden de lopen van de kanonnen gepoetst en voor Osijek gezet. Na drie bezoeken aan Joegoslavië en twee bestanden reisde Vance naar New York om de Veiligheidsraad te adviseren een vredesmacht naar Joegoslavië te sturen “als de gevechten worden beëindigd en overeenstemming is bereikt over de plaats waar de vredesmacht gestationeerd moet worden”.

Die twee voorwaarden lijken het echter ongelukkigerwijs onmogelijk te maken dat zo'n vredesmacht ook werkelijk naar Joegoslavië zal gaan. Over de plaats waar de vredesmacht moet worden gestationeerd wordt namelijk in Zagreb en Belgrado heel verschillend gedacht. Servië biedt aan dat het federale leger een beetje plaats maakt aan de frontlijnen en dat de blauwhelmen vervolgens een bufferzone vormen tussen het federale leger en de Kroatische Nationale Garde, zodat Servië de controle over de bezette gebieden behoudt. In Zagreb denkt men daar natuurlijk anders over. De Kroatische president Franjo Tudjman wil de VN-vredesmacht weliswaar in de crisisgebieden toelaten maar dat alleen onder de voorwaarde dat het leger met de komst van de blauwhelmen uit Kroatië vertrekt. Het liefst zou Tudjman zien dat de blauwhelmen aan de grenzen met Servië en Bosnië worden gestationeerd.

Tudjman gaat er terecht vanuit dat wanneer de VN-troepen aan de frontlijnen worden gestationeerd van de nu door Servië bezette gebieden, diezelfde gebieden voor Kroatië voorgoed verloren zijn. En omdat dit bange voorgevoel van Tudjman de innigste wens van Milosevic is, lijkt een compromis zo goed als uitgesloten. Daarmee is ook de mogelijkheid uiterst gering dat aan de tweede voorwaarde van de VN, de beëindiging van de gevechten, wordt voldaan. Kroatië zal de wapens niet neerleggen voordat het militair is verslagen of het federale leger en Servische milities van zijn grondgebied zijn verdreven. Servië en het federale leger zijn niet van plan de gebieden die zij bezet hebben op te geven. Vance kwam eerder deze maand opnieuw naar Joegoslavië om de strijdende partijen alsnog te bewegen de wapens neer te leggen. Dat lukte weer niet.

Tot vreugde van de Servische leiding trok Vance daaruit de conclusie “de erkenning van Kroatië dringend te moeten afraden”. Een erkenning, zo vond de Amerikaanse diplomaat, zou alleen maar leiden tot een uitbreiding van de strijd in Kroatië en tot gewapende etnische conflicten in Bosnië. Dat paste uitstekend in de Servische strategie. Door het door Servië gecontroleerde ministerie van buitenlandse zaken was namenlijk al een tekstvoorstel voor een VN-resolutie in elkaar gezet die er vooral op was gericht de erkenning van Kroatië door de EG te voorkomen. Deze resolutie werd door het bureau van de niet-gebonden landen bij de VN, waarvan Joegoslavië voorzitter is, met succes onder de aandacht van VN-diplomaten gebracht.

In Belgrado kon de vreugde niet op toen men hoorde dat de Amerikaanse president Bush en de secretaris-generaal, Javier Perez de Cuellar, een dringend beroep deden op de EG om niet tot erkenning van Kroatië en Slovenië over te gaan. Met bijzonder genoegen ontving men in Belgrado berichten over de "sterke druk op Duitsland om van erkenning af te zien'. In Zagreb kreeg Servië steun van de Nederlandse EG-woordvoerder, Ed Koestal, die zei dat de waarnemers eveneens tegen een erkenning van Kroatië waren. Toen de Veiligheidsraad echter besloot de erkenning "slechts" af te raden en niet te verbieden, zoals de "Servische resolutie' dat deed, had Milosevic blijkbaar nog niet door dat hij voor een ernstige politieke nederlaag stond. Dat werd hem pas duidelijk toen hij kort daarop uit Brussel het bericht ontving dat de twaalf ministers van buitenlandse zaken hadden besloten dat de EG de Joegoslavische republieken "die dat willen' op 15 januari zal erkennen.

Milosevic reageerde zoals van hem verwacht kon worden: hij stuurde troepenversterkingen naar het front in Kroatië en zijn minister van buitenlandse zaken kreeg opdracht zijn geluk opnieuw bij de VN te beproeven. Van het front zijn echter sindsdien weinig hoopgevende berichten gekomen. In westelijk Slavonië slagen Kroatische eenheden er nu al drie weken in de federale troepen en de Servische milities zware verliezen toe te brengen. Daar komt nog bij dat in Servië de weerstand tegen de oorlog met de dag groeit. Er zijn in Servië nog maar weinig mensen die geloven dat Milosevic erin zal slagen de VN alsnog naar zijn hand te zetten. De Servische oppositieleider Vuk Draskovic heeft daaruit alvast de conclusie getrokken dat het politieke einde van de "laatste stalinist in Europa' voor de deur staat.