Peiling: licht herstel kiezersgunst voor PvdA

DEN HAAG, 30 DEC. Een licht herstel voor de PvdA in de kiezersgunst, met niettemin nog een verlies van 21 zetels vergeleken bij de 49 van de laatste Tweede Kamerverkiezingen in september 1989, en verder geen enkele zichtbare trend naar rechtsradicale winst in Nederland. Dat blijkt uit de jongste NIPO-peiling.

Voorts: een licht herstel in de langzaam neergaande trend van het CDA, flinke winst voor Groen Links, geen verdere stijging voor D66 en geen echt herstel van de VVD.

CDA en PvdA zouden volgens de jongste NIPO-peiling, wanneer er nu verkiezingen zouden zijn, met totaal 76 zetels nog maar net een regering kunnen vormen: 48 voor het CDA (6 minder dan bij de laatste verkiezingen) en 28 voor de PvdA, die bij de laatste verkiezingen 49 zetels verwierf. In de huidige Kamer heeft de coalitie 103 van de 150 zetels.

Een "linkse' meerderheid is nog steeds niet mogelijk: PvdA, D66 (31 zetels) en Groen Links (14) zouden gezamenlijk 73 zetels krijgen. Een regering zonder CDA - van D66, PvdA en de VVD - zou met 80 zetels rekenkundig mogelijk zijn.

Het percentage stemmen voor het CDA is op dit moment 30,7 (verkiezingen '89: 35,3). Begin 1991 begon het CDA in de wekelijks onder circa duizend mensen van 18 jaar en ouder uitgevoerde NIPO-peiling met 35,9 procent. Dat percentage daalde gestaag gedurende het jaar, tot een dieptepunt in oktober van 28,1 (corresponderend met 43 Kamerzetels). Met 30,7 procent in december is die trend voorzichtig omgekeerd.

Pag.3:

PvdA klimt vanaf najaar uit het dal

De PvdA zette het jaar 1991 al laag in met 24.2 procent, verloor in de loop van het jaar steeds verder terrein, tot een dieptepunt in september met 14,7 procent. Sindsdien heeft de partij gestaag terrein teruggewonnen, met de 18,5 procent van december als voorlopig hoogtepunt.

Bij de VVD, zo constateert het NIPO in een toelichting bij de peiling, “is een terugkeer naar echt hogere niveaus niet merkbaar”. Bij de laatste verkiezingen kreeg de partij 14,6 procent (22 zetels). Begin 1991 was de aanhang tot 12,8 procent gedaald. In de loop van het jaar begon de VVD terrein terug te winnen tot in september met 15,5 procent zelfs boven het niveau van de verkiezingen. Dat iets hogere niveau is niet gebleven; sindsdien loopt de aanhang weer iets terug, met op dit moment één Kamerzetel verlies.

D66 zou onder de huidige omstandigheden de tweede partij van het land zijn met 20,2 procent van de stemmen en 31 Kamerzetels. Bij de laatste verkiezingen waren dat respectievelijk 7,9 procent en 12 zetels. D66 startte in 1991 al met het dubbele percentage van 14,2. In de loopn van het jaar liep dat snel op tot een hoogtepunt in september van 23,2 procent. Daarna verloor de partij gestaag weer terrein tot de 20,2 procent in deze maand.

Groen Links, dat bij de laatste verkiezingen 4,1 procent van de stemmen kreeg (6 zetels), begon in 1991 in de peilingen met 6 procent en won in de loop van het jaar gestaag aanhang tot het hoogste punt in deze maand van 9,2 procent, corresponderend met 14 Kamerzetels.

Bij de kleine confessionele partijen vinden enige verschuivingen plaats: de SGP zou onder de huidige omstandigheden wat terrein verliezen en van 3 naar 2 zetels terugvallen. GPV en RPF daarentegen zouden beide een zetel winst boeken: GPV van 2 naar 3, RPF van één naar 2. De Centrumdemocraten handhaven zich op het niveau van 0,9 procent dat ze bij de laatste verkiezingen behaalden. Er is geen enkele trend herkenbaar naar een grotere rechtsradicale aanhang, zoals die wèl in België en Frankrijk zichtbaar is geworden.