Onder de basket komt het beest tot leven

Het licht in het Chicago Stadium dooft als midden in de arena de zwarte zanger met een laatste uithaal van het Amerikaanse volkslied de bijna 18.000 mensen in extase heeft gebracht. Een volgspot flitst aan. En begeleid met versnellende rockbeat worden ze een voor een door de speaker ten tonele gevoerd. In hagelwitte trainingspakken. De Chicago Bulls: Horace Grant, Scottie Pippen, Stacey King, John Paxson en tenslotte - als de orkaan van geluid zijn maximum bereikt - Michael Jordan. Cheergirls springen op, toeschouwers krijsen, sirenes loeien. Kippevel.

De grootste sportman aller tijden, wordt hij genoemd. Vooral de populairste. Amerikanen zijn nu eenmaal meesters in het opplakken van superlatieven. Maar wie Michael Jeffrey Jordan over de parketvloer heeft zien struinen, sloffen, slingeren en sluipen, bal in zijn hand, tong uit zijn mond, loerend naar de basket, wie de 1 meter 98 lange slungel heeft zien opstijgen in Barisjnikov-stijl om de bal vervolgens in een drift van totale vernietiging door de ring te smijten wil het voor eens wel begrijpen. Hij is katachtig, meer nog een beest in het veld, zowel voor zijn tegenstanders als voor zijn medespelers. Jordan kan niet tegen zijn verlies. “En ik haat mensen die het wel kunnen.”

In wedstrijden als tegen de Cleveland Cavaliers en de Seattle SuperSonics kan Jordan weleens teleurstellen. Dan zijn vijf aangrijpende acties te weinig. Dan ben je niet tevreden met alleen zijn geoliede motoriek en zijn swingende, dreigende tred. Dan zijn vijf mislukte schoten op rij een reden om aan zijn bovennatuurlijke gaven te twijfelen. Een mens krijgt nooit genoeg. En sport is emotie, zeker als Jordan in de buurt is.

Als Jordan later, na afloop van de wedstrijd in de kleedkamer, is uitgeraasd wordt hem gevraagd waarom hij minder heeft gescoord dan al die vorige keren. Hij zoekt niet lang naar een reden, kijkt naar zijn hand die in een ijszak ligt, voelt op zijn rug die stijf is. “Ik kan wel zeggen dat het daaraan ligt. Maar wat heb ik er aan. Ik heb gespeeld en ik heb gewonnen. Dat is het leven. Morgen speel ik weer. Met pijn of zonder pijn. En ik wil wéér winnen. Ik wil wéér leven, right.”

Jordan geeft iedere journalist twee à drie minuten. Elke vraag krijgt een antwoord. Hij is vriendelijk, correct. En kaal. In het lelletje van zijn linker oor schitteren briljantjes, gevormd in de cijfers 2 en 3. Nummer 23. Na twintig minuten staat hij op, trekt een colbert over zijn bontgekleurde bretels en kijkt me aan. “And who are you?” De vreemde tongval moet niet onopgemerkt zijn gebleven. Hij gaat weer zitten, straalt en luistert met belangstelling. “Ik speelde slecht. Maar Scottie was goed. Dat is goed voor het team.”

Kort. Afgemeten. Crisis? What crisis?

Michael Jordan neemt de tijd. De kleedkamer is bijna verlaten. Scottie Pippen en Horace Grant staan nog wat oergeluiden te maken. Twee journalisten kijken en luisteren. De vloer ligt bezaaid met tape, watten en kilo's ijszakken. “Ja, het boek. Heb je het gelezen? Wat vond je ervan?”

The Jordan Rules, het boeiende meesterwerk van sportjournalist Sam Smith van The Chicago Tribune, lag vóór de Kerst in grote stapels te koop in de boekwinkels van Chicago. Michael Jordan wordt erin afgeschilderd als een beest, een despoot, als een man die zijn eigen regels maakt, die medespelers (Will Perdue) slaat, jonge spelers kleineert, voortdurend dreigt met contractbreuk en manager Jerry Krause regelmatig te schande zet. De Jordan-terreur. Wat is er over van het positieve beeld dat sinds de basketbalgigant in 1985 professional bij de Bulls werd, door de pers en vooral de handige marketing-mensen is gecreëerd?

Jordan is niet erg gelukkig met het boek. Maar het is een goed boek. Nietwaar? “Ik zal het moeten accepteren. Ik heb geen keus. Wat moet ik dan? Stoppen met basketbal? Al het goede dat basketbal me heeft gegeven, heb ik aangepakt. Nu krijg ik het negatieve. Dat zal ik ook moeten aanpakken. De mensen die het lezen zullen allemaal hun mening vormen. Dat kan ik niet sturen. Ik ben geen politicus. Ik ga niet de straat op om mensen van gedachten te doen veranderen. Dat is niet mijn werk, zo ben ik niet. Als ze me geloven, dan geloven ze me. Doen ze het niet, dan doen ze het niet.”

De beschrijvingen van Smith zijn zo angstig goed gedetailleerd dat aan het waarheidsgehalte nauwelijks getwijfeld kan worden. Marketing-directeur Steve Schanwald van de Bulls doet geen moeite om het boek te diskwalificeren. “Als het zo is, wat dan nog? Het zijn de spanningen, de gevechten en de storingen die in de beste families voorkomen. En dit is topsport. Dit is business. Dit gaat om geld, om de wereldtitel. Jordan is een mens als iedereen. Alleen wil hij altijd winnen. Hoe, dat maakt hij uit. Dat is zijn kracht en we zijn hem dankbaar.”

In eerste instantie waren de betrokkenen erg afstandelijk in hun beoordeling van het boek. Perdue zou echter al gauw toegeven dat hij tijdens de training inderdaad door Jordan is geslagen, maar dat de ruzie al lang is uitgepraat. Jordan zou dat uiteindelijk tegenover Sports Illustrated beamen. Hij was het al weer vergeten. En waarom zaken oprakelen? En het is toch waar? Dat na de kloppartij de gordijnen van het Deerfield Multiplex-trainingscentrum voor de glazen wanden werden geschoven. En niet om de concentratie van de spelers te bevorderen. En dat Jordan niet met de collectieve krachttrainingen meedoet om zijn drang tot competitie met zijn medespelers in te dammen. Hij heeft in de kelder van zijn huis een eigen krachthonk en beschikt over een eigen trainer. De privileges van een vedette.

“Ik heb er zeven jaar hard voor moeten werken. Zeven lange jaren om wereldkampioen te worden.” Het klinkt als een verontschuldiging en tegelijk als een zie-je-nou-wel. Een lang gekoesterde wens ging vorig jaar in vervulling. "Michael and the Jor danaires' werden door een overwinning op de Los Angeles Lakers van "Magic' Johnson wereldkampioen. En Jordan was in tranen tijdens de rondtocht door Chicago. Hij lag vrijend met de kampioensbokaal in een open limousine.

Als het niet de titel van Jordan was, dan wel van Phil Jackson, de coach van de Bulls. Sinds deze zoon van een dominee en een evangeliste, ex-hippie en ex-basketbalprofessional zich twee jaar geleden omwille van zijn gezin liet overhalen de wereld der kleurlozen binnen te treden door zich in een stropdas te strikken, zijn de Chicago Bulls een team geworden. Ondanks Michael Jordan.

Jackson was in 1985 door Bulls-manager Krause ongeschikt verklaard omdat hij een baard droeg, bij zijn sollitatiegesprek vertelde over zijn interesse in mystiek, holisme en spriritisme, en in een boek zijn prettige ervaringen met hallucinerende middelen had beschreven. Jackson is politiek zeer geëngageerd. Van George Bush wil hij niets weten. Dat Jordan in oktober wegens privé-omstandigheden niet op de ontvangst van de president verscheen (hij ging liever golfen), deed Jackson af met: “Daar zal Michael wel zijn reden voor hebben.”

Jordan terroriseerde het beleid van Jacksons voorganger Doug Collins. Maar bij Jackson was hij met zijn soms puberale gedrag aan het verkeerde adres; hoewel de coach hem tegen zijn zin meer in dienst van het team liet spelen, hem verdedigende opdrachten gaf en soms minuten lang buiten de wedstrijd hield. De Bulls mochten niet afhankelijk zijn van Jordan, vond Jackson. Anderen moeten ook kunnen scoren als Jordan slecht speelt. de spichtige Pippen en de bulldozer Grant kregen hun kans. Maar als Jordan weer door Jackson in het spel werd gebracht, dunkte hij de basket aan gruzelementen. Basketballen is scoren, alleen maar scoren. Drijf nooit de spot met Michael Jordan en hij vernietigt je. Jackson kan er in stilte van genieten.

Jackson houdt zijn spelers de spiegel voor. Hij maakt mixtures van video-opnamen van spelmomenten met scenes uit de Wizard of Oz, over de figuren zonder hersens, zonder hart en zonder moed. Hij laat spelers boeken lezen die hun persoonlijkheid goed doen en laat ze soms per bus reizen om hen te leren van het landschap te genieten. Relativeren past niet bij Jackson. “Sport is niet een afspiegeling van de samenleving, maar de samenleving is een afspiegeling van de sport.” Michael Jordan is zijn natuurlijke leider. Jackson zijn dompteur geeft het toe: “Ik weet dat de mensen niet alleen voor het basketbal komen. Niet voor de Bulls. We zitten in de showbusiness. Ze willen hèm.”

Nog geen jaar geleden zei Jordan: “Nog vijf jaar. Dan ben ik er vanaf. Ik streep ze een voor een af op de kalender, alsof ik in de cel zit. Ik ben het zat te worden gebruikt door de club, de pers, de bond en door iedereen. Ik heb geleerd dat het alleen maar business is. Je kunt er zoveel geld uit krijgen als je wilt en dan stap je op. De Bulls hoeven niet te winnen. Ze willen alleen maar kaartjes verkopen en geld. Ze zoeken het maar uit. Ik ga golfen.” Golf is zijn tweede liefde. Misschien wel zijn eerste. Als hij maar scoort.

In augustus van dit jaar sloot Quaker Oats, waartoe de sportdrank Gatorade behoort, een tienjarig contract van bijna 35 miljoen gulden met Michael Jordan, waarmee Coca Cola uit de markt werd geprijsd. De basketballer zal in 1992 vijftig miljoen gulden verdienen, waarvan hij slechts zeven miljoen als salaris door de Chicago Bulls krijgt betaald. De rest is afkomstig van reclamecontracten met Nike (met zijn eigen Air Jordan-modelijn), McDonald's, Wheaties, Chevrolet enzovoort. Zijn moeder, broer Larry en zus Roslyn drijven drie van de winkels die artikelen met de merknaam Air Jordan verkopen. Flight 23 heet de keten. Zijn video Learning to fly is de best verkochte in de Verenigde Staten. Zijn wagenpark omvat een Ferrari Testarossa, een BMW, een Porsche, een Mercedes, een Corvelle en een Chevy Blazer. Hij is de best betaalde team-sportman ter wereld en moet slechts de golfspelers Arnold Plamer en Greg Norman als meer verdienenden voor zich dulden. Op de Olympische Spelen van Barcelona zal hij de best betaalde sportman zijn.

Michael Jordan werd ruim 28 jaar geleden (17 februari 1963) in het ziekenhuis van Brooklyn, New York, geboren. Zijn vader James, zoon van een boer, werkte als monteur bij General Electric. Achter hun huis in Wilmington, Noord-Carolina, legde vader Jordan een basketbalveldje aan waar Michael en een van zijn oudere broers Larrie naar hartelust speelden. Nog altijd vertelt Michael graag over de harde strijd die hij met zijn langere broer uitvocht. Hij moet er de kracht voor zijn jumps hebben opgedaan. Altijd tegen een langere, een oudere en een sterkere man te moeten spelen, het heeft Jordan gevormd tot wat hij nu is. Altijd vechten en willen winnen van de oudere, sterkere en grotere broers.

Hij ging naar de Laney Highschool in Wilmington, was een intelligente maar luie leerling, met veel aanleg voor sport. Honkbal en basketbal. Maar pas op de universiteit van Noord-Carolina, waar hij geografie studeerde, kwam zijn basketbaltalent tot ontplooiing. Nog altijd keert hij terug naar de universiteit om in de blauwe kleuren van de Tar Heels een partijtje met vrienden te spelen. In 1984 werd hij gekozen voor de Amerikaanse Olympische selectie. Hij won de gouden medaille in het sterk gedevalueerde toernooi, omdat de Oosteuropese landen niet aanwezig waren.

De Chicago Bulls wisten echt niet wat voor een groot talent ze met Michael Jordan in 1984 in huis haalden. Manager David Falk van ProServ die een contractje voor hem met Nike sloot, evenmin. Ja, Jordan had een spectaculair sprongschot en een hoog scoringspercentage. De Bulls trokken vóór de komst van Jordan gemiddeld slechts 6.365 toeschouwers. In het eerste jaar steeg dat naar 11.887. Sinds 1988 is het Chicago Stadium elke wedstrijd uitverkocht: 17.794. In 1994 zal een nieuw, groter stadion verrijzen aan Madison Avenue, tegenover het oude.

Zijn teamgenoot P.J. Armstrong bracht uren in de bibliotheek door met boeken lezen over geniale mensen. Hoe gedragen ze zich? Hoe ga je met ze om? Michael Jordan is geniaal. Hij kan mensen om zich heen inspireren, aanzetten tot daden waartoe ze zichzelf nooit in staat hebben geacht. Daarin gaat hij zich vaak te buiten aan harde terminologieën. Hij is zo hard voor anderen als hij voor zichzelf is. Maar hij is ook vriendelijk, correct en lief als een kind. Hij is meer dan een all-american boy, zeggen de mensen die hem profileren in de reclame-wereld. De familiefoto van Michael met zijn vrouw Juanita en twee zoontjes doet alle Amerikanen smelten. Niets is makkelijker dan met Jordan geld te maken, zegt marketing-directeur Schanwald van de Bulls. “Hij is meer dan alleen een indrukwekkende sportman. Meer dan alleen de man die al vijf jaar topscorer van de league was. Meer dan een scoringsgemiddelde van 29.”

De ontmoeting met Michael Jordan in de kleedkamer van het Chicago Stadium moet eindigen. Een man met een badge op zijn revers sommeert Jordan op te stappen, de kust is veilig. Omringd door zeven in oranje hesjes gehulde veiligheidsmensen benen we door de catacomben. Hij swingt echt. Af en toe wordt met ontzag door een verlate toeschouwer "Michael' geroepen. Een deur zwaait open. Jordan draait zich om en pakt met zijn grote rechterhand de mijne. Een brede grijns. Hij stapt in zijn auto. Een zwarte BMW, sportmodel. Nummer JJ MJ 23. Hij geeft gas en gaat op in de nacht van Chicago. Het is koud.