Oeso: bezuinigen op sociale uitgaven

DEN HAAG, 30 DEC. Nederland moet verder bezuinigen op de uitgaven voor de sociale zekerheid om de economische groei te verbeteren. Dit schrijft de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) in haar jaarlijkse rapport over de Nederlandse economie dat vandaag is verschenen.

Een hervorming van het sociale-zekerheidsstelsel is niet alleen uit budgettair oogpunt noodzakelijk, maar ook voor het algeheel functioneren van de Nederlandse economie, schrijft de OESO in haar rapport. De grootste bedreiging op dit moment voor de Nederlandse economie is volgens de OESO dat prijsverhogingen zullen leiden tot looneisen. Maar de recent afgesloten collectieve arbeidsovereenkomsten stellen de OESO gerust dat werkgevers en werknemers zich blijven matigen.

Het algemene beeld voor de Nederlandse economie is “middelmatig”. Het bruto nationaal produkt daalt van 3,9 procent vorig jaar, via 2,2 procent dit jaar naar 1,8 procent volgend jaar. De binnenlandse vraag zal in 1992 verder dalen en terecht komen op een van de laagste niveaus in de OESO-landen. “Het onmiskenbare gevaar bestaat dat de Nederlandse economie sterk zal verslappen als het economisch herstel binnen de OESO kleiner is of later plaatsvindt dan is voorspeld”, aldus de in Parijs gevestigde organisatie van 24 geïndustrialiseerde landen.

De OESO noemt het “betreurenswaardig” dat de Nederlandse regering de sterke economische groei van de afgelopen jaren niet heeft gebruikt om het financieringstekort van de overheid verder terug te dringen, zoals een aantal andere landen binnen de OESO wel heeft gedaan.

Het ministerie van economische zaken zegt in een reactie dat 1991 wordt afgesloten “met een goed rapportcijfer van de OESO”. De OESO geeft “haar steun aan het gevoerde overheidsbeleid”, meent Economische Zaken. Het ministerie van sociale zaken en De Nederlandsche Bank wilden vanmiddag nog niet inhoudelijk reageren. “We gaan het rapport eerst grondig bestuderen”, was hun commentaar.

Pag.9:

Hardere kritiek op sociale beleid

De kritiek van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkelings (Oeso) op Nederlands sociaal zekerheidsstelsel is dit jaar een stuk harder dan in voorafgaande jaren. In vorige jaarrapporten werd gemeld dat besparingen op de uitgaven voor sociale zekerheid wenselijk en mogelijk zouden moeten zijn. Nu schrijft de Oeso dat het stelsel van sociale zekerheid op twee manieren minder royaal moet worden gemaakt: de hoogte van de uitkeringen moet omlaag en mensen moeten minder snel in aanmerking kunnen komen voor een uitkering. De financiële ruimte die hierdoor ontstaat, moet worden gebruikt om de belastingen en sociale premies te verlagen. De lastendruk is gemeten naar internationale maatstaven te hoog en dat belemmert een efficiënte marktwerking, aldus de Oeso.

Waardering heeft de Oeso over het kabinetsbesluit om op de uitgaven voor arbeidsongeschiktheid te bezuinigen. De WAO is volgens de Oeso uniek in de wereld door het gemak waarmee er een beroep op kan worden gedaan, door de hoogte en de duur van de uitkering, en door het feit dat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen ongelukken in het bedrijf en privé.

De Oeso onderschrijft het Nederlandse monetaire beleid. Maar maakt daarbij wel de kanttekening dat dit beleid tot gevolg heeft dat de koers van de gulden niet wordt afgestemd op de binnenlandse situatie, maar blindelings de koers van de Duitse mark volgt. “Het is belangrijk dat de geloofwaardigheid die de Nederlandse regering geniet op het terrein van monetair beleid en inflatiebestrijding ook wordt versterkt op het terrein van de overheidsfinanciën”, aldus de Oeso.

Volgens de Oeso stijgt het overschot op de handelsbalans van 11 miljard dollar (ongeveer 20 miljard gulden) tot 13 miljard dollar in 1992. De binnenlandse vraag neemt volgend jaar verder af en wordt de laagste van de Oeso-landen. Om de binnenlandse vraag te stimuleren zou de rente kunnen worden verlaagd, maar de koppeling van de gulden aan de Duitse mark staat dat in de weg. Ruim tien dagen geleden volgde De Nederlandsche Bank danook automatisch de verhoging van het Duitse disconto met een half procentpunt. In Nederland bedraagt het disconto nu 8,5 procent.

Gezien de economische situatie in Duitsland verwacht de Oeso dat “de Nederlandse rentetarieven hoog blijven en grotendeels de Duitse rentetarieven volgen”. De koppeling van de gulden aan de Duitse mark heeft als voordeel dat de inflatie beperkt blijft. Voor volgend jaar voorspelt de Oeso een inflatie van ongeveer 3,75 procent. Een relatief snelle stijging van de importprijzen wordt ongedaan gemaakt door een minder snelle stijging van de loonkosten. Maar het gevaar blijft bestaan dat prijsverhogingen zullen leiden tot compenserende looneisen. De recent afgesloten collectieve arbeidsovereenkomsten stellen de Oeso vooralsnog gerust dat werkgevers en werknemers zich blijven matigen.