KLAZIEN ALBERDA; Strijdster euthanasie

Klazien Alberda, oprichtster van de Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie (NVVE), staakt haar strijd voor een legale euthanasie-regeling. Alberda vindt dat in bijna 20 jaar dermate veel is bereikt, dat zij haar activiteiten met een gerust hart aan geestverwanten kan overdragen.

Alberda richtte in 1973 de NVVE op naar aanleiding van de rechtszaak tegen het Friese artsenechtpaar Postma, dat werd beschuldigd van het bieden van hulp bij zelfdoding. Alberda stond na een meningsverschil over de koers van de vereniging aan de wieg van het Informatiecentrum Vrijwillige Euthanasie en de Stichting Landelijk Besluithuis. In "besluithuizen' worden patiënten die euthanasie overwegen terzijde gestaan door artsen en familieleden.

“Het streven naar sociale aanvaarding van het euthanasie-vraagstuk is volledig bereikt”, blikt Alberda terug op de afgelopen twee decennia. “Uit enquêtes blijkt dat iedereen ondertussen bekend is met het begrip. Er is een enorme verbetering in de situatie van de stervenden tot stand gebracht. Vrijwillige euthanasie vindt niet meer uitsluitend in het ziekenhuis plaats, zoals nog tien jaar geleden, door initiatieven als de besluithuizen en leken-hulpgroepen.”

In 1973, herinnert Alberda zich, werd de vereniging nog overstelpt met brieven en noodkreten: “Aan de vraag naar eerste opvang is nu voldaan. Er is veel verbeterd, maar lijden is er nog altijd.” Door de uitgave van het boekje “Zorg jij dat ik niet meer wakker word?” beschikken patiënten die euthanasie overwegen nu niet alleen over alle noodzakelijke informatie, maar kunnen zij ook aan de hand van een begeleidend formulier aan de behandelend arts hun wensen kenbaar maken.

Een wettelijke regeling voor euthanasie komt er volgens Klazien Alberda voorlopig niet. Ze pleit voor een regeling, waarin uitsluitend de vrijwillige euthanasie wordt opgenomen. “Je moet vrijwillige euthanasie en de mogelijkheden voor demente bejaarden en coma-patiënten duidelijk onderscheiden. Pas dan valt het heel goed in de wet in te passen.”