Justitiële samenwerking met Suriname "loopt goed'; Legerhelikopter "oefende' tien meter boven huis minister

KORTENHOEF, 30 DEC. Het leek wel een scène uit een goedkope gangsterfilm. Een Surinaamse legerhelikopter hing onlangs om half elf 's morgens minutenlang op tien meter hoogte recht boven het huis van minister S.K. Girjasing van justitie en politie. “Misschien was het een potentiële huizenkoper, die wilde kijken of er geen gaten in het dak zaten,” grapt de bewindsman. In Paramaribo twijfelt niemand eraan dat het om een regelrechte intimidatiepoging door de legertop ging. Toen de bewindsman via zijn collega van defensie om opheldering vroeg, verklaarden de militairen doodleuk dat het een “oefening” betrof.

Girjasing, even in Nederland op uitnodiging van het NOS-radioprogramma voor Surinamers "Zorg en Hoop', wil er weinig meer over kwijt. Nee, voor mogelijke intimidatie zal hij zeker niet wijken.

De 38-jarige minister beseft maar al te goed dat hij voor een zware opgave staat. Drie jaar geleden was Girjasing nog directeur van het Surinaams inspraakorgaan in Utrecht. Nu heeft de voormalige welzijnsambtenaar tot taak de rechtsstaat in Suriname herstellen. Zijn voorganger Adjodia (inmiddels vice-president) stuitte na de moord op politie-inspecteur Gooding volgens eigen zeggen op “een blinde muur” in het justitieel onderzoek.

Is Girjasing tot meer in staat? “Ik geloof dat we met het versterken van democratie en rechtsstaat in Suriname het gereedschap krijgen om die muur te slopen,” zegt hij. Girjasing maakt de indruk goed te weten wat hij wil. Maar het gesprek met hem is moeizaam. In het Suriname van vandaag kan de minister van justitie en politie nog steeds niet het achterste van zijn tong laten zien.

Girjasing is in elk geval uitermate tevreden met de resultaten van het recente overleg op Bonaire met Nederland over nauwere samenwerking. Dit weekeinde had hij een “prettig gesprek” thuis bij zijn collega Hirsch Ballin. Juist op het terrein van justitie en politie lijken Paramaribo en Den Haag het meest voortvarend zaken te doen. Nederland heeft hiervoor 30 miljoen gulden voor opleidingen, materiële bijstand en automatisering toegezegd. “Ambtelijke delegaties hebben inmiddels 26 projecten uitgewerkt.”

Girjasing verwacht op korte termijn al deskundigen uit Nederland voor opleiding van het politiekader. Verder zullen Surinaamse politiemensen in Nederland stage lopen. Versterking van de narcoticabrigade heeft volgens Girjasing zeer hoge prioriteit. De bewindsman kondigt ook een “reorganisatie” aan van de Surinaamse politie. Ingewijden weten dat het om een zuivering van het hele apparaat gaat van elementen die gemene zaak maken met drugscriminelen.

Binnenkort komen volgens Girjasing enkele Nederlandse wetgevingsjuristen naar Suriname ter ondersteuning van het lokale ambtelijke apparaat. “We zullen op dit terrein een eigen opleiding starten. Dat doen we ook voor de rechterlijke macht.” Enkele experts van de Verenigde Naties hebben onlangs al geadviseerd bij de aanpassing van de sterk verouderde Surinaamse drugswetgeving.

Over Nederlandse assistentie door marechaussees bij de grenscontrole, onder ander op het nationale vliegveld Johan Adolf Pengel, zijn volgens Girjasing nog geen definitieve afspraken gemaakt. “Maar als Suriname niet in staat blijkt zijn grenzen te controleren, dan is het meer dan logisch dat we om buitenlandse assistentie zullen vragen.” Het is volgens Girjasing de bedoeling dat de Surinaamse vreemdelingenpolitie binnenkort de uitvoering van het visabeleid, waarin militairen nog een vinger hebben, in handen neemt.

Nederland en Suriname overleggen ook over herleving van het opgeschorte uitleveringsverdrag. Hierdoor moet het in principe mogelijk worden dat uitgeweken Surinaamse drugscriminelen aan Nederland worden uitgeleverd. Girjasing: “Ik zal natuurlijk niet iemand zomaar uitleveren. Maar in gemeen overleg kijken we hoe de regeling weer in werking kan treden.”

De Surinaamse bewindsman benadrukt het belang van een internationale aanpak van de drugsbestrijding. “Binnen zes maanden komt er een een internationale drugsconferentie over Suriname. Daaraan zullen naast Nederland ook de VS, Frankrijk, Venezuela en Brazilië meedoen.” Die landen moeten Suriname volgens Girjasing ook helpen weer aansluiting te krijgen bij internationale organisaties. “Bij Interpol staan we zelfs op de zwarte lijst, omdat we onze contributie niet hadden afgedragen.” Over twee weken ontvangt Girjasing een delegatie van de Amerikaanse Drugs Enforcement Agency (DEA), die in Paramaribo een missie wil vestigen. “Het ligt in elk geval in de bedoeling met de Amerikaanse ambassade een protocol te sluiten over technische bijstand.”

Girjasing is behoedzaam als het om vragen over concrete zaken gaat. Wat gaat hij doen met nog onopgeloste dossiers? Zullen de schuldigen van de moordpartij in Moi Wana worden aangepakt? En wat te doen aan de "Decembermoorden' van 1982? Het houdt de bewindsman bezig, maar aan openbare uitspraken waagt hij zich niet. Eén ding wil hij wel kwijt. “Wij hebben als jonge Surinamers een zeer grote verantwoordelijkheid. We mogen die niet uit de weg gaan, anders zijn we er schuldig aan dat onze kinderen op een mesthoop zullen leven.”