Interesse voor eigen pensioenvoorziening blijft; Brede Herwaardering kost koopsompolis deel van populariteit

ROTTERDAM, 30 DEC. De koopsompolis, een wijdverbreide spaarvorm om legaal de belastingdruk te verminderen, verliest een stukje van zijn populariteit. Per 1 januari wordt de "Brede Herwaardering' van kracht, een operatie waarmee de regering onder meer het belastingvrij sparen beperkt. Banken en verzekeraars voeren agressieve reclamecampagnes om op de valreep van 1991 nog zoveel mogelijk koopsomcontracten binnen te halen.

De Nederlander is na de Japanner de ijverigste spaarder ter wereld. Jaarlijks zetten Nederlanders 70 miljard gulden opzij, waarvan naar schatting 2,5 miljard in de vorm van koopsompolissen. De koopsompolis speelt in op twee Nederlandse eigenschappen: de spaarzin en de "sport' om de afdracht aan de belasting waar mogelijk te beperken. Deze keer is het - na tweemaal uitstel van de invoeringsdatum van de Brede Herwaardering - de laatste keer dat de financiële instellingen koopsompolissen van maximaal 17.459 gulden kunnen slijten. De standaardlimiet ligt vanaf morgen op 5000 gulden.

Hoeveel van die hoge polissen dezer dagen worden afgezet, is nog onduidelijk. “Beslissingen vallen op het laatste moment, iedereen vergelijkt tijdens de feestdagen nog snel allerlei offertes”, zegt N.A. Kroon, afdelingsdirecteur "Leven en Pensioenen' van de ABN-Amro in Rotterdam.

Kroon signaleert dat zijn klanten kieskeuriger zijn geworden. “Vroeger adviséérde je een cliënt een koopsompolis te nemen als je het idee had dat hij niet over voldoende pensioenvoorzieningen beschikte. Tegenwoordig wil iedereen een koopsompolis. Ik voel me net een marktkoopman, ik hoef ze alleen maar aan te prijzen.”

De koopsompolis (ook wel "lijfrentepolis') dankt zijn populariteit vooral aan het grote bedrag dat de koper ervan van de inkomstenbelasting kan aftrekken. Het verschil met normaal sparen is dat het geld voor de polis, bedoeld als voorziening voor de oude dag, aftrekbaar is van de belastingen.

Op de datum dat de koopsompolis wordt uitbetaald, moet de koper ervan van dat geld - nog steeds belastingvrij - lijfrenten aanschaffen, die periodiek bedragen uitkeren. Dat kan bijvoorbeeld in de vorm van een maandelijks pensioen zijn. Over die uitkeringen heft de fiscus inkomstenbelasting.

Koopsomkopers zitten nu veelal in de inkomensgroepen waarbij belastingaftrek veel voordeel oplevert. Ze verdienen meestal tweemaal modaal of meer en zijn tussen de veertig en vijftig jaar oud. Veelal dient de koopsompolis niet als oudedagsvoorziening, maar is ze slechts aangeschaft ter reductie van het belastbaar inkomen. Tegen de tijd dat de gereserveerde gelden en de rente daarop vrijkomen, valt de koopsomkoper namelijk doorgaans onder een lager belastingtarief.

Dat Financiën de regels voor koopsompolissen heeft veranderd, heeft alles te maken de ontstane wildgroei en het oneigenlijke gebruik. “Het was te gemakkelijk voor de burger de belasting te omzeilen met een koopsompolis. Het kostte ons te veel geld”, aldus een woordvoerder van het ministerie.

Financiën kan niet zeggen wat de maatregel het rijk jaarlijks zal opleveren. Wel becijferde staatssecretaris van Amelsvoort van financiën in oktober nog dat het laatste uitstel van de Brede Herwaardering, met zes maanden, het Rijk 85 miljoen gulden kostte.

Wie na 1 januari voor "zijn oude dag' meer opzij wil leggen dan 5000 gulden per jaar, zal moeten aantonen een grote pensioenbreuk te hebben opgelopen, of helemaal geen pensioenrechten te hebben opgebouwd, zoals nogal wat zelfstandige ondernemers. Door de maatregelen van de overheid komt de koopsompolis “weer terug in de advies-sfeer”, aldus ABN Amro-functionaris Kroon.

Leider op de markt voor koopsompolissen is de Rabobank (Interpolis), die in 1990 46.500 polissen sleet en daarbij een omzet van 575 miljoen gulden boekte. De coöperatieve verzekeraar Avéro-Centraal Beheer is op afstand tweede met 232 miljoen gulden. Nummer drie is assuradeur Equity & Law, met een omzet van 150 miljoen gulden in 1990. De grootste bank van Nederland, ABN-Amro, is ook een grote partij op deze markt, maar ze houdt haar aandeel zorgvuldig geheim.

Bij aanbieders van koopsompolissen is weinig instemming te bespeuren met de nieuwe koopsopmregels. Niet alleen omdat het omzet kost, maar ook omdat ze vinden dat de aanpassingen niet getuigen van consistent overheidsbeleid.

Volgens mr. J.L. Melis, fiscaal adviseur bij verzekeraar Aegon, hinkt de overheid op twee gedachten waar het sparen betreft. Enerzijds vindt zij dat het kweken van een oudedagsvoorziening "niet ontmoedigd' mag worden. Maar anderzijds neemt ze spaarprikkels weg. Zo werd de Jeugdspaarwet - de Zilvervloot, ingevoerd in 1958 - eerder dit jaar al afgeschaft. “De regering voert de laatste jaren een ambivalent spaarbeleid”, vindt Melis. ,Op dit moment is het blijkbaar belangrijker de schatkist bij te spijkeren”.

Drs. H.J. Louwerens, directeur van het Haagse verzekeringsbedrijf Mr. Bolle en Partners, verwacht dat de belagstelling voor koopsompolissen en andere pensioenverzekeringen - ondanks de Brede Herwaardering - zal blijven bestaan. Hij schrijft dit toe aan de vergrijzing van de bevolking en de onzekerheid over de betaalbaarheid van de sociale voorzieningen.

“De overheid kort op de WAO en de Ziektewet. Niet zo lang geleden werd er openlijk door politici getwijfeld aan de betaalbaarheid van de AOW zoals wij die nu kennen. Mensen willen zich tegen die onzekerheid beschermen en zullen hun eigen pensioenvoorzieningen blijven creëren”, aldus Louwerens.