Inkomen van olympiërs onder bijstandsniveau

ROTTERDAM, 30 DEC. Meer dan zestig procent van Nederlandse topsporters die kandidaat zijn voor deelneming aan de Olympische Spelen verdienen aan hun sport minder dan het bijstandsminimum van ƒ 1200 netto per maand.

Dat blijkt uit een enquête die het bureau Inter-View begin deze maand in opdracht van NRC Handelsblad hield onder honderd genomineerden voor zomer- en winterspelen.

Sinds de amateurregel voor toelating tot de Spelen is geschrapt staan bijna alle onderdelen van dat sportevenement open voor zelfs de duurstbetaalde professionals. Overigens zonder dat er prijzengeld valt te verdienen en de meerderheid van de Nederlandse deelnemers (66 procent) vindt dat dat ook zo moet blijven.

Van de Nederlandse delegatie combineert bijna negentig procent de sportactiviteiten met een baan of studie. Vierentwintig procent heeft zelfs een full-time baan. Training vergt voor individuele sporters gemiddeld 23 uur per week, teamsporters zeventien uur. Veertig procent van alle ondervraagden traint dagelijks. “Het is altijd maar schipperen; werken, trainen, rusten en ook nog proberen iets aan je privéleven te hebben”, zegt Ingrid Haringa, in 1988 als schaatsster actief op de winterspelen in Calgary en nu als wielrenster kandidaat voor de zomerspelen.

Een royale meerderheid van de kandidaten voor Albertville (8-23 februari) en Barcelona (25 juli-9 augustus) denkt in de toekomst maatschappelijk voordeel te hebben van het optreden in de olympische steden.