"Dit is pas het begin van onze islamitische onderneming'

ALGIERS, 30 DEC. “Het leger is het leger van het volk. Daarom is voor het leger het moment aangebroken om de keus van het volk te verdedigen”, zei gistermiddag Abdelkader Hachani. De “voorlopige” voorzitter van het Front van de Islamitische Redding (FIS) sprak sussende woorden - zoals elke politieke leider die op het punt staat revolutionaire veranderingen in te voeren, maar nog niet over voldoende feitelijke machtsmiddelen beschikt.

Drie dagen geleden vroeg sjeikh Mohamed Kebir, één van de scherpzinnigste en koelste leiders van het FIS, de gelovigen “rustig te blijven.”

“Wij zijn pas aan het begin van onze islamitische onderneming. Wij hebben die opgelegd en wij moeten die nu verder uitbouwen. De regering had onze identiteit gestolen en wij hebben haar herwonnen. Ja, wij zijn moslims. Wij moeten dat alleen nog perfectioneren. Dit is slechts een etappe”, zo zei hij.

Kebir vulde aan: “Het Algerijnse volk heeft slechts één keus gedaan: voor de islam. Men moet dan ook alle leuzen en keuzen uitbannen, die de oorzaak zijn van de rampzalige toestand waarin het land verkeert.”

Hetzelfde zei Hachani gisteren in versluierde vorm. De meeste dingen die hij beloofde, leken als twee druppels water op de toezeggingen die imam Khomeiny dertien jaar geleden vanuit zijn ballingsoord in Frankrijk aan de Iraanse bevolking deed. Niettemin sloot Hachani elke overeenkomst tussen de (sunnitische) ideeën van het FIS en de (shi'itische) ideeën van de Islamitische Republiek Iran uit. “Ik heb geen oordeel over de Iraanse revolutie. Het Algerijnse volk heeft zijn eigen specifieke eigenschappen. Daarom zullen er geen volkstribunalen komen, zullen er geen rekeningen worden vereffend en zal er geen bloedbad komen.”

Het FIS, zo beloofde Hachani, zal in Algerije het vertrouwen herstellen tussen de machthebbers en het volk, de voedselvoorziening veilig stellen, de islamitische justitie opnieuw invoeren, alsmede de inviduele en de collectieve vrijheden binnen het kader van de islamitische wet garanderen. Eén van de prioriteiten van het FIS is de persvrijheid, die natuurlijk wel “in overeenstemming moet zijn met onze constante Arabisch-islamitische waarden”.

Wat die waarden zijn, had precies een week geleden FIS-leider Mohamed Saïd verklaard: “26 december zal de dag zijn van de scheiding tussen de ongelovigen en de moslims. Wij zullen overwinnen. Dat is al door God opgetekend... Wij zullen de neokolonialisten verwijderen en allen die hardnekkig bezig zijn de islam te verstikken. Wij zullen de dromen van de communisten en de kapitalisten uitwissen. Algerije is een moslim-land...”

Hachani was gisteren veel zachter. Hij beloofde aan de Madjlis el-Choura (het 80 man tellende bestuursorgaan van het FIS) voor te stellen om “af te zien van de tot dusver gestelde eis tot vervroegde presidentsverkiezingen, als de huidige machthebbers formele garanties geven over de handhaving van de prerogatieven van het toekomstige parlement”.

Het FIS is met andere woorden eventueel bereid om samen met president Chadli Benjedid het land te regeren - dezelfde Chadli, die het FIS de afgelopen maanden vanuit de moskeeën als een moordenaar, een agent van het Westen, een hond, een ezel en een tiran verketterde - “op voorwaarde dat de president het toekomstige parlement niet van zijn prerogatieven berooft”. Doet Chadli dat wél, dan zal het FIS “de eis stellen om onmiddellijk presidentsverkiezingen te houden”. Het FIS wil de macht uitoefenen “binnen het kader van de (bestaande) grondwet, zonder een eventuele herziening van de grondwet uit te sluiten, als het volk dat wil”.

Hachani's schijnbare handreiking aan Chadli leek veelbetekenend omdat Chadli zelf vorige week dinsdag tijdens een persconferentie had meegedeeld dat hij “tot cohabitatie” met een door het FIS gecontroleerd parlement bereid is. Zijn taak was, aldus Chadli, om de grondwet toe te passen. Diezelfde grondwet wil het FIS nu zo snel mogelijk vervangen door de shari'a (de islamitische wetgeving), maar voorlopig - “zolang het volk dat wil” - aanhouden.

Kennelijk realiseert het FIS zich dat de grondwet uitsluitend door een tweederde meerderheid van het parlement gewijzigd kan worden. Het FIS heeft die meerderheid niet en speelt daarom met woorden. Maar die hebben net zoveel betekenis als men eraan hecht. Zo noemde imam Moghni van de Sunna-moskee in Bab el-Oued de democratie kafir, heidens. En de grote baas van het FIS, sjeikh Abassi Madani, zei, voordat hij in de gevangenis belandde: “Wat is democratie? Een opvatting, een idee, een filosofie, die niets oplevert.”