Controle op leger verdeelt Gemenebest

MOSKOU, 30 DEC. Sneller dan iemand had kunnen verwachten hebben zich dit weekeinde ernstige, en naar de mening van sommige waarnemers mogelijk fatale meningsverschillen geopenbaard tussen de elf lidstaten van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten.

Het conflict draait vooral om het door de Russische president Boris Jeltsin voorgestane gemeenschappelijk opperbevel over de voormalige Sovjet-strijdkrachten.

Een aantal republieken, waaronder vooral de Oekraïne, wenst eigen legers en werpt Jeltsin arrogant en imperialistisch optreden voor de voeten.

Volgens de Wit-Russische premier Vjatsjeslav Kebitsj, gisteren in een interview met de Russische televisie, wil de Oekraïne zelfs niet akkoord gaan met de statuten van het Gemenebest, waarover de elf republiekspresidenten nochtans op hun top eerder deze maand in Alma-Ata overeenstemming hadden bereikt.

Vandaag zijn de elf presidenten, met hun premiers en andere ministers, opnieuw bijeengekomen in de Wit-Russische hoofdstad Minsk.

In een televisie-toespraak aan de vooravond van deze bijeenkomst liet Jeltsin gisteravond weten vast te houden aan het in Alma-Ata overeengekomen gemeenschappelijk opperbevel over het voormalige Rode Leger.

Eerder gisteren maakte hij in een gesprek met Russische journalisten duidelijk dat Rusland echter ook een eigen Nationale Garde wil oprichten. Hoe die twee mededelingen zich tot elkaar verhouden, is vooralsnog onduidelijk.

De Oekraïne staat op een eigen Nationale Garde en verzet zich tegen elke gedachte aan een gemeenschappelijk opperbevel over deze strijdkrachten. Kazachstan, Azerbajdzjan en Armenië koesteren soortgelijke plannen. De Oekraïne en Azerbajdzjan hebben verder hun zinnen gezet op een eigen vloot.

Het eveneens in Alma-Ata overeengekomen gemeenschappelijk opperbevel van vier republieken over de kernwapens van de voormalige Sovjet-Unie lijkt vandaag in Minsk niet ter discussie te staan, al hebben bij de voorbereidende ontmoetingen van experts in een dorpje bij Minsk de Kazachen protest aangetekend tegen de overdracht van de tactische kernwapens op het grondgebied van hun republiek aan Rusland, ter vernietiging.

Pag.5:

Leiders Gemenebest voor cruciaal debat

Jeltsin onderstreepte in zijn Nieuwjaarstoespraak gisteren als enige nu het feitelijke commando over de strategische kernmacht in handen te hebben: “Ik heb het koffertje met de knop van Gorbatsjov ontvangen, en dat is de enige manier om het wapen in te zetten”, aldus de Russische president. Het zijn, naar verluidt, uitlatingen in deze trant die in de Oekraïense hoofdstad Kiev de afgelopen week onder veel nationalistische politici kwaad bloed hebben gezet. Dit maakt het voor de Oekraïense president Leonid Kravtsjoek noodzakelijk vandaag in Minsk een onderhandelingsresultaat te behalen waarmee hij het thuisfront kan laten zien zich niet door de grote broer Rusland te hebben laten ringeloren.

De Oekraïense gevoeligheden waren eind vorige week al zwaar op de proef gsteld toen het gloednieuwe vlaggeschip van de Zwarte-Zeevloot, het vliegdekschip Admiraal Koeznetsov, onverhoeds uit Sebastopol op de Krim vertrok naar Moermansk aan de Noordelijke IJszee. De Oekraïne maakt aanspraak op de Zwarte-Zeevloot, 124 schepen groot, op grond van beweerde maritieme tradities van de Oekraïense natie. Volgens de Wit-Russische premier Kebitsj bestaat er een reële kans dat het gloednieuwe Gemenebest vandaag tijdens de top in Minsk een doodgeboren kindje zal blijken te zijn. De ministers van defensie van de elf lidstaten slaagden er eind vorige week in ieder geval niet in voor de gerezen meningsverschillen een oplossing te vinden. Ook een bezoek van maarschalk Jevgeni Sjaposjnikov, de voorlopige bevelhebber van het Rode Leger, aan de Oekraïense hoofdstad Kiev lijkt zonder concreet resultaat gebleven.

Op de top in Minsk komen ook andere onderwerpen aan bod, zoals de verdeling van de Westerse hulp over de verschillende republieken en de modaliteiten van de toekomstige samenwerking tussende lidstaten van het Gemenebest. Hier wensen de kleinere republieken bindende afspraken over inflatie en geldemissies, na de aankondiging van de Russische regering vorige week dat nieuwe biljetten van tweehonderd en vijfhonderd roebel zullen worden uitgegeven om een tekort aan biljetten na de vrijgave van de prijzen donderdag te voorkomen. Die prijsliberalisering, die naar verwachting een verdrie- of verviervoudiging van de prijzen voor sommige levensbehoeften ten gevolge zal hebben, was gisteren het belangrijkste onderwerp in Jeltsins rede. Hij riep de bevolking op om af te zien van gewelddadige reacties op de prijsverhogingen. “Sommige zenuwen zijn gespannen, velen zijn moe van de dagelijkse economische problemen”, aldus de Russische president, “maar men moet zijn hoop niet stellen op geweld.” Jeltsin voorspelde de bevolking van Rusland een betere toekomst, maar waarschuwde ook voor een bijzonder moeilijke periode in de eerstkomende zes maanden.

In een van zijn weinige opmerkingen over het Gemenebest van Onafhankelijke Staten, zei Jeltsin dat de stichting ervan een afglijden van de Sovjet-Unie in de richting van Joegoslavische toestanden heeft verhinderd, ook al was de situatie in de voormalige Sovjet-Unie nog moeilijker dan die in Joegoslavië. Hij onderstreepte dat Moskou, en ook hijzelf, geen plannen koestert om het centrum van een als Gemenebest herrezen Sovjet-Unie te worden: “Het centrum is verdwenen, en dat zal ons in staat stellen al onze aandacht op de problemen in Rusland te richten”.