Basketbalweek groeit uit tot volwassen evenement

HAARLEM, 30 DEC. Hij noemt zichzelf een algemeen sportliefhebber. In de zomermaanden, ja, dan ligt z'n hart toch wel een beetje bij het honkbal en woont hij, als toeschouwer, graag menig partijtje bij.

Bij de Haarlemse Honkbalweek gaat hij ook altijd even kijken. Ooit, dan hebben we het over meer dan tien jaar geleden, was hij daar perschef. En door de ervaring die hij in die functie opdeed, werd hij gevraagd een ander sportevenement op te zetten: een basketbal toernooi rond de jaarwisseling. Dat was in 1982. Negen jaar later is hij, Frank Voskuilen - die basketbal een mooie sport vindt maar zichzelf geen "freak' wil noemen - nog steeds de drijvende kracht achter wat in de loop der jaren is uitgegroeid tot een van de meest succesvolle toernooien in Europa in zijn soort: de Haarlemse Basketbalweek.

De week is in feite de voortzetting van het Nieuwjaarstoernooi dat vanaf 1973 jaarlijks werd georganiseerd door de Haarlemse eredivisieclub Eve and Adam Stars. Toen de gelijknamige sponsor in 1982 de pijp aan Maarten gaf, betekende dat niet alleen het einde van het eredivisie-optreden van de club (een nieuwe sponsor werd niet gevonden), maar ook het einde van het altijd redelijk succesvolle toernooi. De Stichting Sport Initiatief Haarlem en een aantal basketbal-enthousiastelingen vond toen dat een poging ondernomen moest worden om het professionele basketbal voor Haarlem te behouden. Besloten werd om rond de jaarwisseling van 1982-'83 opnieuw een toernooi, waarvoor de Stichting Sport Initiatief financieel garant stond, te organiseren. Een eventueel succes zou sponsors moeten attenderen op de levensvatbaarheid van de basketbalsport in de provinciehoofdstad en, daar ging het om, enthousiasmeren om weer geld in de plaatselijke club te steken. Het evenement (Haarlemse Basketbalweek genaamd) werd door het publiek goed ontvangen en speelde in financieel opzicht bijna quitte. Maar de eigenlijke doelstelling, het vinden van een sponsor die het professionele basketbal naar Haarlem terug zou brengen, werd niet gehaald.

Voskuilen, sinds die eerste editie al voorzitter van het organisatie-comité: “Hoewel we niet in de oorspronkelijke opzet konden slagen, bleek wel dat het Haarlemse publiek graag naar een toernooi rond de jaarwisseling komt kijken. De Haarlemse Basketbalweek leek ons levensvatbaar en we besloten dan ook dat er een vervolg moest komen.”

Dat vervolg kwam er. Al negen jaar lang. En niet alleen het publiek komt ieder jaar in steeds grotere getale naar het evenement, ook de sponsors weten de weg naar Frank Voskuilen steeds beter te vinden. “Wat begon als een toernooitje met een begroting van nog geen honderdduizend gulden, is inmiddels aardig op weg een echte basketbalklassieker te worden met een budget van meer dan een half miljoen”, zegt de 41-jarige Voskuilen.Alles wijst er op dat ook de tiende editie van de Basketbalweek een succes gaat worden. In ieder geval in financieel opzicht. In de voorverkoop werden al twee keer zoveel kaarten van de hand gedaan als verleden jaar en voor de finaledag, aanstaande zondag, waren voor aanvang van het evenement al geen kaarten meer beschikbaar. Een groot contrast met de nationale competitie, waarvoor de belangstelling van het publiek minimaal is. Maar Voskuilen vindt dat een vergelijking tussen de Basketbalweek en de eredivisie niet mag worden gemaakt. “Bij een evenement als dit heb je als organisatie de mogelijkheid het publiek veel extra's te bieden. Niet alleen een groot aantal topploegen met spelers van naam die de Nederlandse teams nooit kunnen betalen, maar ook een rand-evenement als het optreden van de Luvabulls (de cheerleaders van NBA-kampioen Chicago Bulls, red.) en het gebruik van lichteffecten en een video-wall. Dat zijn extra's die de toeschouwers leuk vindrn en weten te waarderen, maar die een eredivisieclub voor een "gewoon' competitie-duel nooit kan betalen.”

Dat het publiek niet alleen voor de wedstrijden komt, blijkt iedere dag opnieuw. Voor veel mensen is het evenement een gezellig dagje of avondje uit met het gezin. Het fototoestel wordt meegenomen om tussen de duels door zoonlief met een ster op de foto te vereeuwigen of een rolletje vol te schieten van “die bloedmooie glamour-girls uit Chicago”.

Tevreden toeschouwers, daar gaat het Voskuilen, die in het dagelijks leven directeur is van een basisschool, vooral om. Opdat ze het volgend jaar ook weer komen kijken. Na tien jaar zegt hij nog net zo gedreven te zijn als bij de eerste editie, “want het kan altijd beter”. Zo zou hij graag de service aan het publiek willen verbeteren. Met name het zitcomfort in de Kennemer sporthal, dat nogal wat te wensen overlaat. En betere ontvangstmogelijkheden voor de sponsors (die dit jaar de helft, 250.000 gulden, van de begroting voor hun rekening nemen - het overige deel komt binnen uit de recette-opbrengsten), zonder wie het evenement in de huidige opzet niet zou kunnen plaatsvinden.

De Haarlem Basketbalweek is dit jaar commerciëler dan voorgaande jaren. Voor het eerst heeft Voskuilen een zogenaamde hospitality-tent in laten richten. Voor de sponsors en hun relaties. Maar Voskuilen waakt ervoor dat de commercie de boventoon gaat voeren. “Sponsoring is noodzakelijk wil je evenementen van deze omvang organiseren. Maar ik vind dat je als organisatie geen knieval voor de commercie mag maken. Dan ben je verkeerd bezig. Van verschillende kanten heb ik bijvoorbeeld het advies gekregen om VIP-boxen te creëren, maar dat zou dan ten koste gaan van ruimte die nu door het "gewone' publiek en de pers wordt gebruikt. Daar pas ik voor.”

Hoe professioneel en commercieel de Basketbalweek inmiddels ook mag zijn, zonder vrijwilligers zou Voskuilen een harde kluif hebben om het evenement draaiende te houden. Zo'n 130 enthousiastelingen, veelal jongeren, zijn dagelijks in de weer met het begeleiden van de teams, het scheuren van toegangskaartjes en de verkoop van versnaperingen. Sommigen doen het net als Voskuilen al tien jaar. “We doen het allemaal voor de koffiebonnen, de gratis feestavond en de trui met logo die een ieder na afloop krijgt”, zegt Voskuilen. “Ik denk dat de motivatie van al die medewerkers om zich zo in te zetten dezelfde is als de mijne: Het gevoel dat je er bij hoort en dat je bijdraagt, ieder met zijn eigen verantwoordelijkheden, aan het succes van het toernooi.”