Ballerina Evelyn Hart danst Van Dantzigs versie van "Romeo en Julia'; "Het karakter is belangrijker dan de passen'

Traditiegetrouw brengt Het Nationale Ballet zijn Nieuwjaarsgala met buitenlandse gastsolisten in een groot gemonteerde produktie. Deze keer dansen de Canadese sterdansers Evelyn Hart en Rex Harrington de hoofdrollen in Rudi van Dantzigs Romeo en Julia op 1 januari in het Amsterdamse Muziektheater. Hart (35) tracht in haar rol "een eigen koloriet' aan te brengen.

Evelyn Hart vindt zichzelf geen "bravura'-danseres. Integendeel, zij hecht meer waarde aan de inleving van een rol dan aan technische hoogstandjes. Voortdurend zoekt zij naar subtiliteit in de dans, verfijning waardoor de passen naadloos in elkaar overgaan en de beweging vloeiend wordt. “Ik wil schilderen, even bewust als een beeldend kunstenaar”, legt de 35-jarige ballerina uit, “De verf er instinctief opkwasten is niet mijn manier. Ik probeer controle te krijgen over het materiaal. Zo schep je een eigen koloriet.”

De sterdanseres - die op het ogenblik als eerste soliste zowel aan het Royal Winnipeg Ballet is verbonden als aan het Bayerischen Staatsballett in München - is regelmatig te gast bij groepen als het National Ballet of Canada, het Britse Sadler's Wells Royal Ballet, Ballet de l'Opéra de Paris, Odessa State Ballet en ons nationale gezelschap. In november 1989 trad zij hier nog op bij het Balletgala van Stichting Dansersfonds '79 en bij het Gala van Introdans in maart 1988. Deze zomer deed zij weer mee aan het Royal Ballet Festival in Tokio.

Ondanks de jet-lag repeteert Hart blijmoedig Romeo en Julia, bij Het Nationale Ballet voor het traditionele Nieuwjaarsgala. Rudi van Dantzigs oude versie danste zij anderhalf jaar geleden voor het laatst. De herziene versie moet zij zich nog eigen maken. In een hoekje van de grote studio volgt zij de bewegingen van haar landgenote en HNB-danseres Nathalie Caris. Samen met haar partner Rex Harrington loopt zij de passen mee. Daarna werkt zij nog uren intensief met de hulp van balletmeester Sonja Marchiolli en enkele HNB-collega's; bijna alles wordt voluit gedanst.

Hart: “Ik zie mijzelf als een echte Van Dantzig-Julia. Bij de instudering in 1981 heeft hij mijn opvatting over dat personage het meest beïnvloed. Het was de eerste dramatische rol die ik als soliste danste. Zijn Julia is geen twee-, maar een driedimensionale figuur. Je moet het publiek laten zien wat zij als jong meisje ontdekt, wat er met haar gebeurt en hoe zij daarmee omgaat. Van Dantzigs choreografie is zo rijk aan details dat zij totaal verschilt van Kenneth MacMillans versie of die van John Cranko. Daarin zijn de acrobatische lifts belangrijker dan de uitwerking van het karakter.

“Natuurlijk heb ik Shakespeares stuk bestudeerd. Als kind zag ik al een opvoering van Romeo en Julia in Stratford (Ontario), later gevolgd door meerdere televisieprodukties en een voorstelling van The Royal Shakespeare Company. Rudi liet mij echter de verfilming zien van de (opera)-regisseur Franco Zeffirelli. Ik kon als het ware de lucht opsnuiven, rook bij de straatgevechten het zweet, voelde de warmte van het bloed en de wind van de voorbij rennende mensen. Het was zo levensecht dat ik hierdoor de rol van Julia niet meer zozeer benader als een ballerina. Dat de passen mij van punt A naar punt B brengen is minder belangrijk dan de emotionele overdracht.”

Bijna vijftig keer heeft Evelyn Hart het ballet nu gedanst. Het personage en Prokofjevs muziek kent zij van binnen en van buiten. “Toen ik deze rol voor het eerst deed”, biecht zij op, “was dat geen succes en kreeg ik veel kritiek te verduren. Later zag ik Marcia Haydée en begreep ik wat Van Dantzig voor ogen stond. Op den duur heb ik kleine aspecten van mijn eigen karakter toegevoegd, waarmee Rudi misschien niet akkoord gaat. Toch vind ik alles wat ik doe nog steeds Van Dantzig.”

Hoewel Evelyn Hart zich als gastdanser voegt naar de wensen van het gezelschap, wil zij toch niet zonder slag of stoot toegeven aan elke verandering in haar interpretatie. Daarom kwam uit Winnipeg collega- vriend André Lewis mee als coach. Samen beslissen zij waarvoor gevochten wordt en waarvoor niet, zoals de slaapkamerscène waarin Julia zich verstopt voor haar woedende vader.

“Het gaat om details, maar toch”, aldus Hart. “Op zekere dag zei ik: "Dit is belachelijk. Waarom moet ik vijf keer halverwege die trap gaan zitten. Hooguit één keer kan ik helemaal naar boven lopen om uit dat raam te kijken. Verder blijf ik beneden'. Toen realiseerde ik me echter dat er een gordijn hangt. Als de vader door de deur stormt, schrik ik daar zo van dat ik mij erachter verberg. Maar ik zorg ervoor dat er nog een reepje van mijn jurk te zien is, zodat het publiek weet dat ik er nog ben. Zoiets groeit tijdens de voorstellingen. Sonja Marchiolli ziet het niet zo zitten, maar ik weet zeker dat het werkt.”

Hart vindt het aantrekkelijk dat in Van Dantzigs visie Julia even actief is als Romeo. In die rol waren haar vaste partners respectievelijk David Nixon, David Peregrine en Henny Jurriëns, de Arnhemse danser- artistiek leider die in 1989 verongelukte in Canada. Tegenwoordig danst zij vrijwel uitsluitend met Rex Harrington, die verbonden is aan het National Ballet of Canada. Volgens Evelyn Hart bestaat er tussen hen een fysiek vertrouwen, dat in Romeo en Julia meer wordt vereist dan in enig ander ballet. In tegenstelling tot de HNB-dansers, kust dit paar tijdens het repeteren elkaar écht.

“Rex maakt van Romeo iets bijzonders”, lacht Evelyn Hart. “In het dagelijkse leven zijn wij geen minnaars, maar wel op het toneel. Wat daar gebeurt, is heel privé. Het is fijn als je dezelfde Romeo hebt voor een langere periode. Je groeit dan samen in je rol, die een tweede natuur wordt. De beste band had ik wat dat betreft met Henny Jurriëns. Hij bood mij houvast, want ik was en ben nog steeds onzeker en verlegen.

“Door Henny leerde ik mijzelf accepteren en niet bang te zijn voor het dansvak of voor wat dan ook. Elke dag heb ik het gevoel dat hij nog in de buurt is. Als er tijdens het werkproces problemen ontstaan probeer ik rationeel te blijven en meestal schiet mij dan iets te binnen dat Henny ooit tegen mij heeft gezegd. Ik ben op het punt gekomen dat ik het heerlijk vind om te trainen, te repeteren en op te treden. Op internationale festivals durf ik de competitie aan met de beste dansers van de wereld. Ik ben niet ambitieus, maar ik ben wel bereid te vechten.”