Algerijnse reactie

DE MAGHREB EN mogelijk geheel Noord-Afrika staan aan het begin van een nieuw tijdperk, dat van het religieuze fundamentalisme.

De opmerkelijke winst van de partij van God en Gebod in Algerije zal de aanzienlijke aanhang van de islamitische renaissance in de buurlanden niet onberoerd laten. De uitslag van de Algerijnse verkiezingen suggereert dat democratie in een land waar een progressieve dictatuur de samenleving heeft gevormd, slechts een kort leven is beschoren. Het per decreet opgelegde en politieel gecontroleerde modernisme blijkt aan de oppervlakte van de maatschappij te zijn gestold. Daaronder vibreert de frustratie van de wanhopigen, van de massa die geen deel heeft gehad aan de vruchten van de revolutie. Godsdienst in een populistisch kleedje regisseert de reactie.

Door de nederlaag van het Nationale Bevrijdingsfront hebben de Algerijnen korte metten gemaakt met hun eigen revolutie. De partij van de onafhankelijkheids- en vrijheidsstrijd tegen het Franse kolonialisme had gezegevierd in het begin van de jaren zestig. De evenwichtige verstandhouding met het gaullistische Frankrijk zorgde er in de daarop volgende jaren voor dat het FLN niet verviel in het obscurantisme van een Sekou Touré (Guinée) en evenmin horig behoefde te worden aan het sovjetisme, zoals Castro's Cuba. Algerije verwierf een gewaardeerde plaats in de volkerengemeenschap.

MAAR ONDANKS zijn relatief gunstige uitgangspositie heeft het Front de eigen bevolking uiteindelijk niet weten te overtuigen. Het regime is ten onder gegaan aan de sclerose die iedere in de eigen machtspositie geïsoleerde nomenklatura bedreigt: promotie van het eigenbelang neemt de plaats in van de bevordering van het maatschappelijke welzijn. Na dertig jaar lang de, loos gebleven, beloften van een beter leven te hebben aangehoord, heeft de Algerijnse kiezer een nieuw lot getrokken.

De impasse waarin het Iraanse fundamentalisme inmiddels is geraakt, heeft de Algerijnen niet afgeschrikt. In Iran is overtuigend aangetoond dat de religieuze reactie geen antwoord heeft op de problemen waarmee het land wordt geconfronteerd. Het lage ontwikkelingspeil van de geestelijkheid die het land beheerst, is daarvoor slechts een van de verklaringen. Juist nu het Iraanse fundamentalisme zijn expansionistische, in gijzelingen en aanslagen tot uitdrukking gebrachte politiek heeft opgegeven, komt de Algerijnse verkiezingsuitslag als een vertraagde anti-climax.

DIT VOEDT de veronderstelling dat het fundamentalisme in Algerije vooral binnenwaarts zal zijn gericht. De Amerikaanse schaduw die ononderbroken over het regime van de sjah en daarmee van Iran viel, is in Algerije afwezig. De internationale dynamiek die de door Khomeiny overgenomen Iraanse revolutie daardoor van meet af aan had, ontbreekt in Algiers. Desondanks zal een voltooiing van de fundamentalistische omwenteling wel degelijk internationale gevolgen hebben. Europa, in de eerste plaats Frankrijk, mag zich gereed maken om duizenden zo niet tienduizenden op te vangen die voor zichzelf in een fundamentalistisch Algerije geen toekomst meer zien.