Vraag een: dacht ik werkelijk dat deze ...

Vraag een: dacht ik werkelijk dat deze onderneming een succes zou worden?

Vraag twee: hoe was het in godsnaam mogelijk dat ik dat dacht?

Ik had heus wel vaker wat ondernomen met de bedoeling dat het een succes zou worden en steevast was het op een mislukking uitgedraaid en als ik van dat alles een ding had opgestoken, was het wel dat vaste patronen vaste patronen waren, dat dingen altijd gaan zoals ze gaan. Dus waarom dan dit keer anders? Omdat mijn leven een nieuwe fase was ingegaan! Nooit eerder had ik op de drempel van de dood gestaan en ik kon geen enkele reden bedenken waarom dit niet tevens de drempel van het succes zou zijn. Als mijn leven ten einde liep, waarom mijn pech dan niet? Succes was er in ieder geval meteen al voor Deze Week. In de losse verkoop scoorden ze ruim vijfentwintigduizend boven normaal. Dat was genoeg om daar de champagnekurken te laten knallen.

Het blad werd op donderdag verspreid en die vrijdag belde Liesje. Dat wil zeggen, de telefoon ging en ik nam op en ik herkende haar stem.

"Ben jij dat?" vroeg ze.

"Liesje", stamelde ik.

Ze haalde diep adem en zei dat ze wist waar ik op uit was. Alsof ze verdomme lucht had gekregen van een of andere gemene misdaad! Hoe komt het toch dat mensen die een hekel aan je hebben altijd denken dat je geen gevoelens hebt?

"Ik weet waar je op uit bent", zei ze. "en ik wil je dit vertellen: mij laat je erbuiten! Hoor je? Ik wil hier niets mee te maken hebben. Ik waarschuw je, een woord over mij en ik sleep je voor de rechter, ik meen het!"

"Liesje", zei ik nog, maar ze had alweer opgehangen. Onze dochter, onze eerste gezamenlijke vergissing. Omdat we dachten dat je op je twintigste zonder ingrijpende gevolgen seks moest kunnen hebben.

Liesje zelf kon je overigens moeilijk als een mislukking beschouwen. Bij alles wat ze deed was ze de beste. Ze doorliep in vijf jaar het gymnasium en sloeg op haar eigen twintigste een steenrijke baron aan de haak. Die vent was nota bene ouder dan ik. Maar als ze ons hadden uitgenodigd, waren we echt wel naar de bruiloft gegaan.

"Wie was dat?" vroeg Connie afwezig.

"Niemand", zei ik. Ik ging naar de badkamer en bekeek mezelf een tijdje in de spiegel. Daar zat je dan - de beste suite van een van de duurste hotels van het land en het hielp allemaal niets. Ben jij dat? Ja, dat was ik. Ja, dat was het vaste patroon. Mijn maag deed er zeer van.

Uiteindelijk nam ik mijn medicijnen in. Daarna liep ik terug naar het woonvertrek en ging ik naast Connie op de bank zitten. Ze keek de hele dag tv. Op een gegeven moment stak ze, kennelijk zonder erg, haar arm door de mijne.

Er ging van die medicijnen een geruststellende werking uit. Ze gaven me een zacht en zweverig gevoel, het gevoel dat ik ziek was en weerloos, dat ik mezelf niet te hard moest vallen, dat ik me mocht ontzien.

"Kom", zei ik, "vanavond eten we beneden".

We kleedden ons netjes aan en namen de lift en werden in het restaurant naar het raam geleid, waar je weer op dezelfde zee uitkeek.

"Mevrouw, meneer", zei de ober toen we gezeten waren. Connie keek naar hem op. Haar ogen begonnen te stralen. Er terwijl zij een smachtende zucht slaakte, haalde hij met onbegrijpelijk waardige gebaren een doosje lucifers uit zijn broekzak. Hij verplaatste de kaars die op tafel stond en stak hem aan. Het ontvlammen van een lucifer ... een gaaf verdriet om al die lucifers die aan een mensenleven worden verspild.

(wordt vervolgt)