't Is poppe goet en anders niet

In 1953 schreef ik over de twee poppenhuizen van Sara Ploos van Amstel-Rothé. Het ene staat nu in Haarlem, het andere in Den Haag. Sara was een deftige Amsterdamse dame die woonde op de Keizersgracht in het tegenwoordige veilinghuis de Zwaan. In 1743 kocht ze enkele oude poppenhuizen. Het poppengoed daarvan vormde de basis voor twee nieuwe huizen, maar werd voortdurend aangevuld. Op jammerlijke wijze verdronk de zwaarlijvige Sara in 1753 in de Haarlemmertrekvaart.

Heel uitzonderlijk is in het Haarlemse poppenhuis de zogenaamde kapel. Geen ander poppenhuis heeft dat. Op een vaantje in de kapel staat een tekst waarvan de herkomst raadselachtig was. Ik sprak in 1953 de hoop uit dat alles nog eens verklaard te krijgen. Toen Jet Pijzel-Dommisse in het Frans Hals Museum later met de ordening van het poppenhuisinterieur begon, zocht ik nog wel eens wat voor haar op en zodoende verloor ik het huis niet uit het oog. In 1980 kwam haar uiterst geslaagde boek over het poppenhuis, getiteld 't Is poppe goet en anders niet, uit.

Op 30 augustus van dit jaar publiceerde Kees Fens in de Volkskrant een artikel onder de titel "Droom is de wetenschap, anders niet'. Het ging over Jan Luyken en zijn geloof. Hij was een volgeling van de in 1624 overleden Duitse schoenmaker-theosoof Jakob Böhme, een visionair schrijver voor wie het bestaan draaide om licht, lucht en zon.

Drie maanden lang vroeg ik me vagelijk af waar dat "anders niet' mij toch aan herinnerde. Op 4 december wist ik het: het Haarlems poppenhuis! Jan Luyken bracht door cryptogrammen en later ook emblemata boodschappen en verhalen in zijn verzen en prenten. Ik neem de tekst op het vaantje hier over:

AL wat men hier op AERDEN SIET

Is poppe goet en anders niet,

De mensch, al wat hij daar van vint,

Die speelter mee gelijk een KINT,

Hij heeft het LIEF een korten tijt,

Dat hij daar naar LICHT van hem smijt,

Zoo is de mensch dan als men vindt,

Niet tweemaals, maar altijds een KINDT.

Luyken vond dat de wereld verkeerd in elkaar stak en dat alles "anders' moest. Mensen moesten vooral doorgaan met "paren en baren' zoals hij dat zei. Maar een volledige tekstverklaring voert hier te ver.

Met Sara Rothé en het Böhmisme zijn we gauw klaar. Haar ouders waren Christoffel Rothé en Sara van Ludick. Zijn oom, de rijke suikerbakker Johannes Rothé, heer van Oudwulven en Wayen, was in Londen even vóór 1660 getrouwd met Anna Hartlib. Haar vader, de boekverkoper Samuel Hartlib, was in Engeland een van de belangrijkste der Böhmisten. Johannes werd in 1677, 50 jaar oud, in Amsterdam in het secrete tuchthuis opgesloten wegens godsdienstwaanzin.

Belangrijker is Jan Luyken. Op 20 maart 1672 trouwde hij te Sloterdijk met Maria de Oudens, befaamd zangeres-toneelspeelster bij de Schouwburg. Zij bracht daar de hele zaal in vuur en vlam, onder andere bij het zingen van Vondels reien. Ze stierf in januari 1682. Al sedert 1671 was vrijwel Luykens gehele enorme oeuvre aan haar gewijd. In zijn beruchte Duytse Lier, bestaande uit verzen en prenten van dat jaar, zijn Voncken der liefde Jesu van 1687 en zelfs in zijn bijbel van 1712 is zij de hoofdpersoon.

Elk woord dat Luyken schreef had een betekenis en hij legde graag valstrikken, leidde mensen om de tuin wat betreft zijn ware bedoelingen. Ook was hij een groot mathematicus. Hij werkte met getallen en cijfers uit de Kabbala. Luyken had de gave van het "tweede gezicht' en zijn werk zit vol voorspellingen. Het is een genot om de diepere betekenis ervan te leren kennen.

In De Duytse Lier speelt Vondel op de achtergrond de grote rol. Dat doet hij ook nog in Luykens Duitse werken, die van 1698 tot 1733 onder andere namen het licht zagen. Maar ook bijvoorbeeld Rembrandt en Jan Six figureren in zijn verzen, zoals in het eerste vers "Verrassing'. De laatste als grage Reinout - een rol uit zijn eigen toneelstuk. In dit vers vindt men Jan, glurend naar Maria. In het tweede vers "Verrassing', dat er eronder staat, komen de "medicijnen' voor van Jans schoonvader Nicolaas Tulp.

Aardig voor de Amsterdamse en Rotterdamse lezers is ook: door dit enorme Amsterdamse werk - de fragmenten die ik heb gelezen zie ik als een soort sleutelroman - hoor je van begin tot eind de Echo van Erasmus' Laus Stultitiae of Lof der Zotheid en zie je overal de Keizerskroon op de Westerkerk.

Tekening: Portret van Jan Luyken in een imaginaire rol als admiraal, in een Duitse uitgave uit 1698