Shell wil boren op genaaste olievelden in Arabische staten

DEN HAAG, 28 DEC. De Koninklijke Shell-Groep probeert weer belangen in de olie- en gaswinning op te bouwen in een aantal OPEC-landen waar de bezittingen van het concern in de jaren zeventig waren genationaliseerd. Gesprekken over een nieuw soort commerciële contracten worden al gevoerd met Iran.

Dit zegt Shell-directeur John Jennings in een vraaggesprek met deze krant. Hij legt uit dat de nieuwe contracten rekening zullen houden met de wens van OPEC-landen om de eigendom van energievoorraden niet af te staan. Op termijn ziet Jennings ook mogelijkheden dat de Nederlands-Britse maatschappij “wellicht” weer belangen in Irak krijgt. Vóór de Golfoorlog had Shell frequent contact met de Iraakse nationale oliemaatschappij.

Irak heeft maandenlang geweigerd de strikte voorwaarden te aanvaarden die de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties in augustus stelde voor een beperkte hervatting van de olie-export. Maar afgelopen dinsdag zei de Iraakse olieminister, Usama al-Hiti, in Bagdad dat zijn regering nu bereid is een compromis met de Verenigde Naties te sluiten. Op 24 oktober, tijdens de Wereldolieconferentie in Buenos Aires, heeft het Iraakse ministerie voor oliezaken Westerse oliemaatschappijen uitgenodigd te investeren in de exploratie en ontwikkeling van grote olievelden, in het kader van een “nieuw beleid dat wordt ontworpen om investeringen te bevorderen door nieuwe formules en overeenkomsten”.

Shell kan waarschijnlijk binnenkort beginnen met de voorbereiding van een groot aardgasproject in Venezuela, eveneens lid van OPEC. Dat land nationaliseerde de bezittingen van Shell in 1976. Met enkele voormalige Sovjet-republieken, waar de belangen van Shell in de jaren twintig waren genationaliseerd, is het concern ook in gesprek over grote aardgas- en olieprojecten.