PRUISISCHE DEUGDEN, PRUISISCHE VREUGDEN

Fahrten durch die Mark Brandenburg. Wege in unsere Geschichte door Christian Graf von Krockow 352 blz., geïll., DVA 1991, f 43,70 ISBN 3 421 06618 3

Theodor Fontane moet het buiten Duitsland doen met een kleine, harde kern van bewonderaars. Effi Briest is weliswaar bekend als een klassieker van hartstocht en huwelijksverdriet in het burgerlijk-romantische tijdperk, maar zijn meesterwerk Stechlin wordt elders in de wereld nauwelijks nog gelezen. Het valt ook niet mee: vijfhonderd bladzijden waarin niets gebeurt en details aan elkaar worden verteld over een oudere Pruisische baron, een predikant, een schoolhoofd en een zoon die officier is en op zekere dag gaat trouwen. Het is weliswaar magistrale vertelkunst, maar met lange zinnen en zonder filosofische vergezichten.

Het genie van Fontane (1819-1898) schuilt in zijn taal en in zijn waarneming. Hij sublimeert bijzaken en details en als hij niet zo'n milde man was geweest, zou je de conclusie kunnen trekken dat hij zijn lezers een dwingend beeld aanbood van afscheid en ondergang. Dat was knap, want zijn lezers zagen in de euforie van het wilhelminische keizerrijk de werkelijkheid met andere ogen. Zij keken niet zo goed als hij, weten we nu. Er is trouwens nog een reden om Fontane te bewonderen. Voor iedereen die de pen weleens met verve zou willen voeren, biedt hij hoop, want zelf begon hij pas werkelijk interessante dingen op papier te zetten toen hij de pensioengerechtigde leeftijd al was gepasseerd.

Fontanes Wanderungen durch die Mark Brandenburg lenen zich voor buitenstaanders nog minder voor identificatie. Het zijn reisverhalen vol historische uitstapjes in een gebied dat te landelijk is geweest en gebleven om internationale herkenning af te kunnen dwingen. Honderden bladzijden schrijft Fontane over gehuchten, riviertjes, vennen, moerassen, heides en burchten in het noordoostelijke deel van het huidige Duitsland en de kiemcel van Pruisen, de mark Brandenburg. Hoeveel gemakkelijker had Dickens het dan niet als hij over Londen schreef?

Nu heeft iemand het idee opgevat om in het voetspoor van Fontane door Brandenburg te reizen en daarover te berichten. Kan dat eigenlijk wel, een reisverhaal in het voetspoor van een reisverhaal in een onspectaculair gebied?

De auteur is graaf Christian von Krockow. Met Von Krockow is het een beetje als met Fontane: buiten Duitsland is er een harde kern van bewonderaars, maar verder is zijn roem tot het Duitse taalgebied beperkt gebleven. Opmerkelijk is dat, terecht zeker niet, maar misschien wel begrijpelijk. Christian von Krockow is vierenzestig jaar oud, en schrijft politieke, sociologische en historische essays over Duitsland. Hij trok veel aandacht met beschouwingen over Pruisen (Warnung vor Preussen), over de Duitse geest (Scheiterhaufen), over de Heimat en Bismarck. Vijf jaar geleden schreef hij een boek over zijn reis naar het ouderlijke slot in Pommeren (nu Polen) waaruit de Krockows in de winter van 1944-45 waren verjaagd. Reise nach Pommern heette het en het werd zo'n bestseller in Duitsland dat de afwezigheid van belangstelling in het buitenland bijna zorgelijk was. Hoe was het mogelijk dat in een belangrijk land een thema zozeer leeft en het elders slechts tot stilte leidt?

BILDUNG

Christian von Krockow is representant van een liberale adel, die opgroeide met de Pruisische deugden van Verlichting, tolerantie, dienstbaarheid en Bildung. Mild-moraliserend gaat hij door het leven, hamerend op verzoening met Polen, op Duitse bescheidenheid en voortdurend is hij op zoek naar die Duitse geschiedenis, die zich aan de gemakzuchtige verheerlijking dan wel vervloeking van Pruisen onttrekt.

Tot de secundaire deugden van plichtsbetrachting, deugdzaamheid, spaarzaamheid en loyaliteit heeft Von Krockow een tweeslachtige relatie. Het zijn nuttige deugden maar voordat je het weet, nemen ze de plaats in van kritisch verstand, komen ze op de eerste in plaats van op de tweede plaats.

Sinds hij in 1969 zijn ontslag nam als hoogleraar in de politieke wetenschappen gaat Von Krockow vanuit zijn standplaats Göttingen zijn gang. Nu dus in het voetspoor van Fontane met het boek Fahrten durch die Mark Brandenburg (ondertitel: "Wege in unsere Geschichte') en wederom is hij op weg naar een best-seller. In Duitsland althans.

Om te reizen, moet je de geschiedenis van een land kennen en ervan houden. En je moet een kritische zin voor landschap en natuur koesteren. Dat is een voorwaarde, want anders zie je alleen een grauwgele slotruïne en loop je er onverschillig of in esthetisch onbehagen aan voorbij. Maar als je weet ""hier viel het hoofd van Katte, en aan dit raam stond de kroonprins'', ja, dan kijk je anders. Zo is het overal.

Aldus ongeveer luidde het reisrecept van de voormalige apotheker Theodor Fontane, en Von Krockow houdt er zich honderd jaar later ook aan. Hij beschrijft, vertelt, leest voor uit Fontane en zet in perspectief. In Neuruppin waar zijn voorganger werd geboren en alle straten net weer aan naamsverandering toe zijn verzucht Von Krockow: ""Arm Duitsland, vier regimes voor een enkele eeuw en hier in de vroegere DDR zelfs vijf, en elk regime voortgedreven door een snoeidrift jegens zijn voorganger: wie houdt dat nog bij?''

Letterlijk en passant vertelt Von Krockow over Pruisen, over de Pruisische koningen en keizers, over hun hebbelijkheden en onhebbelijkheden. Zijn bezoek aan het onbeduidende jachthuis Stern voert tot een kostelijke beschrijving van de soldatenkoning Frederik Willem I, de historiografische meningsverschillen omtrent diens zoon Frederik de Grote worden met speels gemak door het reisverhaal geweven. Hij volgt Frederik op zijn tochten, legt uit hoe de jonge Frederik door zijn vader werd geterroriseerd, waar Frederik stond toen zijn jeugdvriend voor zijn ogen werd geëxecuteerd, hoe Frederik in een ongewenst huwelijk werd gejaagd en hoe hij ten slotte zijn vader diende door verraad te plegen aan zijn eigen recht op geluk.

NEDERLAND

Via drooglegging en kanalen komt hij op een vergelijking tussen Nederlandse en Pruisische tolerantie in de 17de en 18de eeuw, noteert overeenkomsten en verschillen. De overeenkomsten zijn groot, maar het verschil blijft dat de tolerantie in Pruisen van bovenaf werd opgelegd en in Nederland in een egaliteitscultuur werd gepraktizeerd. De noodzaak was in beide landen een pijler onder die tolerantie. Tolerantie kwam er niet zozeer voort uit verheven idealen en geestelijke prudentie, maar uit overwegingen van efficiëntie, economie en pragmatisme.

Soms lijkt het even alsof Von Krockow suggereert dat tolerantie in Pruisen iets meer een secundaire deugd was dan in Nederland. Met andere woorden, tolerantie was in de Nederlanden meer een levensovertuiging en cultuurprodukt dan in Pruisen, waar het zo zichtbaar werd verordonneerd als middel om een royale instroom van immigranten veilig te stellen en daarmee de veel te dun bevolkte Pruisische staat levensvatbaarheid te verschaffen. Misschien overdrijft Von Krockow de verschillen een beetje, want als hij het over buurlanden heeft, wordt hij altijd wat vriendelijker dan wanneer het zijn eigen land betreft. Zo'n type is Christian von Krockow en ook daarin is hij representatief voor zijn generatie verlichte post-Pruisen.

Krockow schrijft over Pruisen en Hitler, over de bediening in een café, de koppen in de krant dit voorjaar, over de bussen met buitenlands nummerbord bij een voormalig concentratiekamp. Aan de hand van Fontane komt Von Krockow bij het Seehaus van Liebenberg. De behandeling van het landschap is adequaat, veel minder gedetailleerd dan bij Fontane - toen hadden ze geen televisie - maar beter passend bij deze tijd: hij beschrijft de jachtpartijen daar van keizer Wilhelm II, legt dan uit waarom de Pruisische sociaal-democratische premier uit de Weimar-tijd Otto Braun daar op jacht ging, hoe het Hermann Göring als jager verging en ten slotte hoe het Seehaus een jachtverblijf van Erich Honecker werd.

Stuk voor stuk zijn het verhalen waarin de personen tot leven worden gebracht. Over de voormalige leider van de DDR komt hij tot de dodelijke vaststelling: ""Honecker was geen jager, hij was een schutter''. Aan deze episode verbindt Von Krockow - en dat is kenmerkend voor zijn verteltrant - vervolgens een uitweiding over de menselijke aandrift tot jagen, de utopie van het natuurlijke evenwicht, de compensatiedwang van gemankeerde ego's en dergelijke.

BAKERMAT

De rode draad door het boek is een herontdekking van het Duitse verleden. Het gebied is hiervoor exemplarisch, omdat het de bakermat van het oude en nieuwe Pruisen is. Het is een weerbarstig landschap waar natuurlijke rijkdom afwezig was en geen gemak het doorzettingsvermogen kon ondermijnen. Pruisen is voorts het politieke en geestelijke centrum van opkomst en ondergang van Duitsland. Zelfs zozeer dat de toen al hopeloos verdeelde overwinnaars van de Tweede wereldoorlog het in februari 1947 in elk geval nog over één laatste ding eens konden worden, namelijk over het feit dat Pruisen ""van oudsher drager van het militarisme en de reactie in Duitsland'' was geweest en dat het bij dezen voorgoed ophield te bestaan. Als Wet nr. 64 van de Geallieerde Controleraad is dit besluit in de boeken bijgeschreven en bleef het een punt van eensgezindheid in het verloop van de Koude oorlog tussen Oost en West. Later heeft de koude SED-communist uit Saksen Walter Ulbricht nog enkele bijdragen geleverd aan de vernietiging van Pruisische sporen in het landschap - ""de wraak van Saksen'' noemden ze Ulbricht daarom wel - en pas in de jaren tachtig was het DDR-regime voorzichtig begonnen om Pruisen weer wat op te poetsen: te weinig, te laat.

Nu kan de vrije archeologie naar het eigen verleden in dit voormalig Oostduitse gebied beginnen. De kracht van Von Krockow schuilt in de manier waarop hij historische kennis en levenswijsheid laat wedijveren met de verbazing van de onbevangen reiziger in dit ogenschijnlijk volstrekt onopwindende gebied. Bovendien kan Von Krockow schrijven. Hij doceert en doseert en geeft zijn Duitse lezers niet op elke bladzijde het gevoel dat het verleden slechts te behandelen valt met gloria of schuldgevoelens.

Ten slotte is daar telkens weer Theodor Fontane. In zijn kabbelende proza worden de dingen van de dag aan elkaar geregen voor een burgerpubliek, maar zijn oog voor het detail en zijn ironische taalgebruik openbaren alle tegenstrijdigheden van Pruisen een eeuw geleden. Na zijn degradatie tot brave, sentimentele burgermansschrijver in de jaren twintig van deze eeuw en na de suprematie van zijn opvolger en bewonderaar, Thomas Mann, krijgt Theodor Fontane de laatste jaren eindelijk weer een breder lezerspubliek. Duitsland wil zich kennelijk weer vertrouwd maken met zijn eigen verleden, met de Irrungen und Wirrungen van dat cruciale tijdvak waarin Pruisen van bovenaf de revolutie organiseerde en de Duitse natie onder Pruisische leiding ontstond. Christian von Krockow maakt de cirkel rond: met Fontane als reisleider trekt hij een eeuw en vijf regimes later door het zojuist bevrijde land.

KARIKATUUR

Blijft de vraag: wat maakt Von Krockows boek voor de Duitse lezers, die toch exotische reizen niet schuwen, zo aantrekkelijk?

De belangstelling voor Pruisen is niet van vandaag of gisteren. Het oude hartland is weer wat meer in centrum van Duitsland gerukt en de toegang is weer vrij. Bovendien moet Duitsland na een paar generaties van geamputeerd bestaan eindelijk weer zelf leren lopen. Alleingang zou je bijna zeggen als ook dat al niet een beladen term was geworden in de tussenliggende periode. Vanzelfsprekend komt de moderne Duitser dan ook bij Pruisen terecht dat decennia lang eerst als karikatuur later als taboe heeft moeten figureren en ten slotte nog slechts mocht dienen als pars pro toto van menselijke ontsporing. Want datzelfde Pruisen zorgde voor de eerste Duitse Alleingang en dat heeft iedereen geweten ook.

De afwezigheid van veel belangstelling buiten Duitsland is mysterieuzer. Het perspectief van Von Krockow is er een van Innenansicht. Misschien ziet de buitenstaander Duitsland en Pruisen te zeer van buiten om alle wandelingen in het slot zelf te kunnen volgen, laat staan waarderen. In elk geval heeft het Pruisische gebied nooit aanspraak op kosmopolitische aantrekkelijkheid kunnen maken. Met uitzondering van Berlijn dat een betrekkelijk korte periode als internationale metropool wereldnaam had, was Pruisen in zekere zin steeds provinciaals. Je had er geen citoyens, hooguit Bürger, je had er geen avantgarde, hooguit eregarde.

Ten slotte kan een rol spelen dat de buitenstaander zich comfortabel voelt bij de overzichtelijkheid van een paar cliché's over Pruisen, bevestigd in de ordelijke Geallieerde verordening Nr. 64 uit 1947. Het is alsof Duitse tendens en toonzetting niet als richtsnoer mag worden toegelaten, laat staan die van Pruisen. Zou daarom misschien destijds Reise nach Pommern een best-seller in Duitsland zijn geworden, terwijl het daarbuiten als een curieus memoires-schrift van een curieuze oom uit een onbekende familie werd bekeken? Een angelsaksische Von Krockow zou overspannen van internationale talk-shows en signeersessies kunnen worden, de Duitse Von Krockow kan een rustig leven leiden, slechts af en toe verplicht tot een beschouwelijk debat 's avonds laat op een van de Duitse kanalen, waar goed maar breedvoerig wordt geformuleerd en gediscussieerd.

Hoe dat ook zij, Von Krockow heeft een prachtige gids geschreven: de toerist krijgt in Fahrten durch die Mark Brandenburg een rondleiding waarin de beste excursie naar een vreemd en meeslepend land niet kan voorzien: een rondleiding betreffende de bodem waarop hij staat.