Paul de Leeuws streven naar amusement, krasse taal en af en toe wat inhoud; Mijn mildheid is de laatste jaren afgenomen

Op Oudejaarsavond ontvangt Sonja Barend als bijzondere gast Paul de Leeuw, een wonderbaarlijke komiek. In enkele jaren tijd evolueerde hij van troeteldier tot een brutale entertainer die graag te ver gaat. "Ik kan giftig zijn als de pest, maar ik red het door mijn charme.' Op bezoek bij een zondagskind.

Op een donkere decemberdag, een van de laatste van het jaar, is de sfeer in het herenhuis van Paul de Leeuw ronduit vredig. Een wollige aap ligt uitgespeeld in een hoek, een groepje kabouters staat ordelijk in de rij op een plank, het antwoordapparaat is ingeschakeld. De bewoner zit in een erker en kijkt goedgemutst uit over een lege straat in Amsterdam-zuid.

""Ik ben op dit moment gelukkig, ontzettend gelukkig'', stelt de entertainer vast. ""Een jaar geleden vond ik de ware liefde en sindsdien is dat voor mij het belangrijkste - de rest komt op het tweede plan. Het werk gaat me daardoor veel makkelijker af. Gisteravond merkte ik dat weer toen ik voor het eerst de teksten voorlas van mijn nieuwe theaterprogramma: nooit eerder wist ik zo goed wat ik fout en wat ik goed had gedaan.

""De rust die ik nu in mezelf voel, vind ik terug in dit huis. Tot voor kort woonde ik tussen studenten en junkies in de stad, waar ik een zwaar leven leidde. Je weet hoe het gaat, nachten doorhalen en veel roken en drinken. Sinds de verhuizing is dat allemaal voorbij: ik ben nu dertig jaar, naar mijn idee is er een fase afgesloten.''

Natuurlijk - er zijn nog genoeg ogenblikken dat de innerlijke rust, al is het maar even, wordt verstoord. ""Als ik bij voorbeeld in de supermarkt ben en het getob zie bij de diepvriesvakken of de trieste rij kopers voor de kassa, heb ik soms een gevoel van doelloosheid. "Maak ik daar mijn programma's nu voor', vraag ik me dan af, maar even later al ben ik er overheen. Tegenwoordig pieker ik eigenlijk alleen nog over mijn gewicht, het is het enige dat me zorgen baart. Voor de rest gaat het er in dit vak om dat dat je je plaats weet. Lang heb ik me verzet tegen het idee dat ik altijd lollig moet zijn, maar nu begin ik te accepteren dat het zinloos is om, laten we zeggen, opeens een serieuze speelfilm te willen maken. Mijn carrière heeft nu eenmaal een bepaalde wending genomen; als ik dat aanvaard, bespaar ik mezelf het geploeter van collega's die tegelijkertijd komiek, schrijver, acteur en zelfs moralist willen zijn.

""Toch vond ik het een eer dat Toneelgroep Amsterdam me pas vroeg een rol te spelen in een stuk van Peter Handke. Naast Kitty Courbois, wat wil je nog meer! Om praktische redenen is het er uiteindelijk niet van gekomen, maar achteraf vind ik dat niet erg. Voor je beseft wat er gebeurt, stap je in een valkuil.''

Een artiest moet tenslotte zijn grenzen kennen, zegt hij, wijzend op vijf portretten van Marilyn Monroe aan een van de muren. ""Monroe was op de wereld gekomen om erotisch en exotisch te zijn, niet om een rol in Tsjechovs Drie Zusters te spelen. Het is de vraag of zij die beperking aanvaardde; misschien is het dus maar goed dat zij niet als een lustobject van weleer haar oude dag in Florida hoeft te slijten.''

Punten van Zeeland

Inzicht in eigen mogelijkheden en beperkingen vormt een thema van Paul de Leeuws vierde theaterprogramma, dat onder de titel Wie plukt mij in maart te Rotterdam in première gaat. ""Eerst was ik van plan in dit programma af te rekenen met de vooroordelen die er over mij bestaan. Het publiek dat me alleen leuk vindt als ik grof ben, wilde ik laten zien dat ik heus ook intiem kan zijn en de paar Nederlanders die me nog beschouwen als een softie wilde ik mijn harde kant tonen. Later ben ik daarvan teruggekomen, het kan me weinig meer schelen wat ze over me zeggen en denken. Ik heb lak aan de mensen die menen te weten hoe het hoort, zoals de leden van de Nipkov-jury die dit jaar de Vara-serie De Schreeuw van De Leeuw een eervolle vermelding gaven. In hun juryrapport verbaasden ze zich erover dat ik meedoe aan domme programma's als Klasgenoten, maar van dat soort arrogantie moet ik niks hebben. Bij die gelegenheid zei ik dan ook dat ik het liefst presentator wil zijn van het Songfestival - en dan nog graag van de Nationale Finale, zodat ik de punten van Zeeland mag vragen. Ik ga mijn eigen weg, wil ik maar zeggen. Dit betekent dat ik, ook in het theater, streef naar een hoog amusementsgehalte, krasse taal en af en toe wat inhoud.''

Bovendien hecht hij, volgens goed Nederlands gebruik, veel waarde aan vernieuwing. Zo is zijn volgende theatershow verrijkt met een "rechtse bal', een nieuwe De Leeuw-afsplitsing die thuis hoort in de behoudende vleugel van het CDA. Gezien de eerste reacties, ziet het ernaar uit dat dit type kan uitgroeien tot een tegenhanger van zijn alter ego Bob de Rooy. Deze kreeg landelijke bekendheid als entertainer van bejaarden, een bevolkingsgroep die weliswaar kan rekenen op de sympathie van Paul de Leeuw maar, naar hij zegt, niet altijd goed bij hem overkomt. De motorisch licht gestoorde Bob de Rooy (ofwel Oom Bob) vindt zijn oorsprong in de kindervoorstellingen die De Leeuw vroeger zag op woensdagmiddag. ""Als presentatoren van die droevige goochel- en poppenkastprogramma's traden figuren op als Tante Els en Oom Gerard, semi-amateurs die vanwege de vergrijzing later overstapten naar het bejaardenrepertoire. Toen ik in mijn aanloopperiode zo'n type uit de kast haalde, kwamen de mensen niet meer bij. Hij was meteen een klapper. En zo is het gebleven: als Oom Bob lukt alles me, hij zegt wat anderen alleen maar denken. Soms moeten de aanwezigen daar even aan wennen, maar dat geldt voor alles wat ik doe. In het begin zitten ze alsof ze zijn vastgegespt in een autogordel, maar na een tijdje komt ook het meest autistische publiek los en geeft het zich gewonnen.''

Als alles naar wens verloopt, blijft het daar niet bij. Tot zijn opluchting hoorde Paul de Leeuw de avond tevoren na enige tijd geblaas en gesis in de zaal. Het was eens te meer het teken dat hij "te ver' was gegaan en al doende zekere grenzen had overschreden. Wat dit aangaat verwierf De Leeuw de nodige faam, maar daarvan is hij niet onder de indruk. ""De reputatie die ik heb, zegt meer over de televisie en het theater in Nederland dan over mij. Het is allemaal zo braaf en netjes, veel meer dan een slap aftreksel van satire krijg je meestal niet te zien. Er zijn nog maar een paar rampestampers: Waardenberg en De Jong, om twee namen te noemen, brengen anarchie op het toneel, maar ik trap kennelijk wat meer op de zielen. De reden zal wel zijn dat ik de beschermende laag tolerantie en opgelegd begrip verbreek door grappen te maken over onderwerpen die hier heilig zijn. Neem de zeehondjes - als je daaraan komt, kom je aan heel Nederland. Of denk aan de zielige medemens, zoals de invalide zanger of de jonge zwakzinnige die zo mooi blokfluit kan spelen: typisch "items' waarmee Hilversum graag de kijkers verleidt, al doende de waarderingscijfers opvijzelt en tegelijkertijd zijn armoe demonstreert.

""Maar denk niet dat ik IJdele Pietje ben die onkwetsbaar boven het publiek staat en waarschuwend zijn vingertje opheft tegen de anderen. Ik lach ook graag en hard om mijn eigen fouten, om mijn eigen ellende. Bij voorbeeld om het vooruitzicht dat ik, als het een beetje tegenzit, later eindig als een oude vergeten nicht die zijn tijd vult met koken en moppen vertellen.''

Doperwten

Dank zij deze instelling kan Paul de Leeuw zich veel veroorloven. In zijn theatersolo Stel moeder niet teleur pleegde een vrouw zelfmoord door zich op te sluiten in een koelkast waar zij eerst nog een blik doperwten leeg at, tijdens een aflevering van de "personality-parade' De Schreeuw van De Leeuw stelde hij een oudere vrouw de vraag waarom bejaarden met hun "NS-halfdood-pas' altijd zo treuzelen voor de loketten en onlangs toonde een samenvatting van eerdere uitzendingen hoe hij zich als Willem Duys verlustigde in het Blijvend Applaus-gala van 1948 en andere "warm gesausde beelden uit het heerlijke Avro-verleden'. In een volgende terugblik op De Schreeuw was De Leeuw deze maand de gespreksleider van een indringend praatprogramma, die een "homoseksuele medemens' de vraag voorlegde of men in zijn dorp positief op zijn driften had gereageerd.

Deze aanpak leidt zelden tot ernstige moeilijkheden. De uit de kluiten gewassen komiek, door collega's en in de pers nogal eens aangeduid als hamlapje, troetelbeer en mollige mopshond, wijt dit aan zijn uitstraling. ""Zodra een ander zich waagt aan mijn teksten wordt hij het land uitgeschopt, maar ik red het door mijn charme. Ook gisteravond was dat weer zo: even nadat ik de ergste opmerkingen had geplaatst, zei een mevrouw van middelbare leeftijd dat ze me wel mee naar huis wilde nemen. Het zal iets te maken hebben met de glimlach van me, de pretogen, het kokette; ik kan giftig zijn als de pest, maar zolang mijn gezicht niet is toegetakeld met een mes ben ik voor velen een lieve schat. Toch is er bij mij altijd een ondertoon van ironie en ook vaak van achterdocht, want ik slik niet alles voor zoete koek. Een voorbeeld: iedereen was van zijn stuk over die foto van Kosto met zijn poes na de bomaanslag, maar ik geloof daar niet in. Bij zoiets heb ik al gauw het idee dat ze zeggen: "Jò, neem die kat even mee naar buiten, dat levert misschien een paar zetels op'.''

Als je het aan Paul de Leeuw vraagt, is zo'n foto een vorm van vals sentiment en daar moet hij niets van hebben. Hetzelfde geldt voor de spotjes van Postbus 51 ten behoeve van het milieu. ""Zo'n opname van een orang-oetan voor het Wereld Natuurfonds ontroert me, maar dat geblaat van Bekende Nederlanders over de natuur werkt averechts. Ria Bremer die door de polder huppelt, daar trap je toch niet in? Mijn mildheid is de laatste jaren afgenomen, daar zal het wel aan liggen. Maar dat wil niet zeggen dat ik nu cynisch ben, dat zou me als artiest trouwens de das om doen. Wanneer ik op het toneel sta, wil ik dat er wat gebeurt, dat de zaak een draai krijgt die het publiek niet onberoerd laat. Na afloop van een optreden zei Seth Gaaikema eens tegen me: "Het lijkt wel Surinaams cabaret wat jij doet, het is allemaal zo groot en zo veel'. Hij sloeg de spijker op de kop: dat is nu precies waar het mij om gaat, een bonte avond brengen die niet rustig voorbij kabbelt maar de mensen meesleurt. Als zij eindelijk op hun horloge kijken, zien ze tot hun verbazing dat het al elf uur is geweest.''

Nationaal knuffelbeest

Paul de Leeuw, opgegroeid in de buurt van Rotterdam, wilde aanvankelijk acteur worden in blijspelen. Een auditie bij de Maastrichtse toneelschool liep in 1983 echter uit op een fiasco: nadat een van de docenten had vastgesteld dat hij thuis hoorde bij het straattheater, volgde een brief met de mededeling dat zijn schouderspieren noch zijn bekken voldoende functioneerden om de "emotionele stromingslijn' vorm te geven. ""Ik was er kapot van'', herinnert hij zich. ""Aan mijn droom leek een eind gekomen.'' Een geslaagd optreden tijdens het Cameretten-festival, onder meer bekroond met de persoonlijkheidsprijs, deed hem later dat jaar toch besluiten een opleiding tot leraar op te geven en het "artiestenvak' in te gaan. Met financiële steun van zijn ouders nam De Leeuw acteer- en zanglessen; de rest van de tijd werkte hij, om in zijn onderhoud te voorzien, bij Broodje van Kootje en in een eetcafé.

""Ik voelde me eenzaam en alleen, maar elke morgen werd ik wakker met het idee: ik moet door, ik moet het maken. Wat dit aangaat heb ik profijt gehad van mijn spartaanse opvoeding: als ik jende of de boel verziekte, kreeg ik - pats, pats - een draai om de oren en zodra ik vroeg om meer zakgeld zei mijn vader dat ik een krantenwijk moest nemen. Terugdenkend aan die tijd liggen we thuis soms in een deuk, maar ik heb er veel van geleerd. Dat je niet moet leunen op anderen, bij voorbeeld, dat je wat moet presteren. Ieder is verantwoordelijk voor zichzelf, daar ben ik nog altijd van overtuigd.''

Zijn eerste theatersolo, een voorstelling over kleinburgerlijkheid, stil verdriet en knusse pret, kreeg een goede ontvangst. Deze krant sprak eind 1985 van een "aangename aanwinst': De Leeuws optreden straalde zowel mildheid uit als begrip en droeg zelfs sporen van beschaafd amusement. De jonge cabaretier, elders omschreven als het zondagskind van de Nederlandse kleinkunst, ontwikkelde zich al snel tot een attractie voor alle gezindten. Hij maakte voor de NCRV de kinderserie Snelbinder, trad bij de Tros op in shows van de Gooise vedette Linda de Mol en presenteerde voor de KRO-radio het programma Lieve Paul, een uitzending waarin tieners hun levensvragen met hem doornamen.

Een voorlopig hoogtepunt vormde het spelprogramma Sterrenslag, waarin hij als presentator de kijkers op zijn hand kreeg. ""Dat kwam goed uit, want ik wilde toen erg graag geliefd zijn - als het kon een soort Sinterklaas-figuur die overal met gejuich werd binnengehaald. Dat lukte aardig: binnen zeven weken was ik een nationaal knuffelbeest, een combinatie van de populaire bink en de ideale schoonzoon. Maar na een tijdje kreeg ik er genoeg van, ik zag in dat je de lef moet hebben uit het keurslijf te stappen en je identiteit te tonen. In De Rozebotteltijd en Beste Maatjes, mijn twee volgende theaterprogramma's, was het zo ver. Ik signaleerde de incest van de Playbackshows, introduceerde mezelf als zaaddonor van mijn pianiste en ging onderwerpen als de dood en de Tweede Wereldoorlog niet uit de weg. Wie zo zijn kont tegen de krib gooit, maakt tenminste iets los - dat is ook wat waard.''

Debiel nichtje

De koerswijziging bleef niet onopgemerkt. In recensies maakten de termen mild en beschaafd geleidelijk aan plaats voor kwalificaties als vilein, vals en sarcastisch. De tv-kijkers reageerden verdeeld. Hoewel De Leeuw zijn charmes nog steeds met succes aanwendde, vond zijn Schreeuw niet bij iedereen weerklank. Vorig jaar wees een enquête zelfs uit dat geen enkel programma op de Nederlandse televisie een groter aantal klachten opleverde; zelfs de Pin Up Club en de Honeymoon Quiz zonken hierbij in het niet.

Paul de Leeuw, die op grond van de behaalde score een pot augurken kreeg uitgereikt, heeft vrede met de uitslag. ""Wat ik doe is confronterend: de een dweept ermee, de ander vindt het verschrikkelijk'', zegt hij berustend. ""Zo is het en zo moet het ook maar blijven. Als ik bij iedereen in de smaak wil vallen is het eind zoek. Dan zou ik, om wat te noemen, mee moeten doen aan acties om 40.000 voedselpaketten naar Joegoslavië te sturen. Zoiets is natuurlijk mooi, maar ik ben dan wel gedwongen samen te werken met een club enorme domoren: artiesten die amper weten waar dat land ligt en alleen hun nieuwe single aan de man willen brengen. Zo hypocriet wil ik niet zijn, ik moet mezelf trouw blijven en mijn eigen lijn uitstippelen. Dus geen Goede Dingen doen in het openbaar en ook niet rondbazuinen dat ik Max Havelaar-koffie koop, want daarmee verloochen ik mezelf. Maar wel, zoals een tijdje geleden in De Schreeuw, met een debiel nichtje van me een programma maken. Zoals vaker in dit soort uitzendingen, kwamen er bij die gelegenheid emoties los, maar ditmaal waren ze gemeend; eindelijk werd een mongools kind voor de televisiecamera uit de sfeer van de Josti-band gehaald. Rondom 10 kan dit onderwerp nu gelukkig laten rusten, dat is op zichzelf al winst.''

Maar Paul de Leeuw blijft bescheiden; zijn "vooropleiding' is immers nog maar kort geleden afgerond, zegt hij. Met Les Misérables, waarin hij eerder dit jaar als acteur debuteerde, legde hij naar zijn idee pas ècht een proeve van bekwaamheid af. De musical vormde een leerzame ervaring en met tegenspeelster Simone Kleinsma kon hij nu en dan heerlijk beesten, maar het contact met het publiek ontbrak - dat was wel jammer. Of het nog eens tot zoiets komt is de vraag; voorlopig wil hij op verschillende terreinen nog een beetje kunnen rotzooien en kijken wat daarvan komt.

'Daarbij wil ik geen last hebben van een of andere malloot, die bezorgd op zoek is naar mijn engagement en mijn boodschap. Als hij vraagt wat Paul de Leeuw nu eigenlijk te vertellen heeft, zeg ik: 'Pleurt op, misschien wel niks!' Ja, wat wil je? Ik ben dertig jaar en ga nog niet zo diep. Ik fladder wat rond en haal uit het leven wat er in zit. En als daar op een keer een eind aan komt, is dat ook geen ramp: ik vertrouw erop dat mijn begrafenis pompeus zal zijn en de gang van zaken aan de hemelpoort soepel.'