Parkeren in de kerk

KERKASIEL VERVULDE een belangrijke rol in de tijd van de Merovingers - de “langharige koningen” - of beter gezegd gedurende hun strijd om de macht in Frankenland.

In die dagen gebeurde het dat een achtervolgde pretendent nog net op tijd zijn toevlucht kon nemen achter de deuren van een kerk. Zo makkelijk gaf de groep die hem op de hielen zat het echter niet op. Prompt klom men op het dak van de kerk, die zoals wel meer het geval was in die tijd nog in aanbouw was, en gooide door de openingen de vluchteling met dakpannen dood.

Van meet af aan heeft men zich kortom niet moeten verkijken op het binnenlandse vluchtalternatief dat deze kerst weer herleefde in een aantal Nederlandse kerken, vooral in het noorden des lands, ten behoeve van Vietnamezen. Het Nederlandse Wetboek van strafvordering heeft van de oude immuniteit trouwens - gelukkig - niet veel meer overgelaten dan een gebaar van terughoudendheid jegens een lopende godsdienstoefening. Meer dan een “tijdelijke parkeerplaats” kan de kerk niet bieden, zo gaf een van de organisatoren ook wel toe.

Van meer betekenis blijkt de gewone, wereldlijke rechter. In kort geding won een uitgeprocedeerd Vietnamees echtpaar in de kerk te Oosterwolde (Friesland) uitstel van uitzetting tot staatssecretaris Kosto van justitie zich nader heeft vergewist van het lot dat hun in Tsjechoslowakije dan wel het thuisland wacht. De Vietnamezen zijn weliswaar geen vluchtelingen van origine (ze kwamen min of meer als gastarbeider naar wat toen nog een communistisch broederland was), maar dat neemt niet weg dat ze inmiddels toch in de gevarenzone kunnen zijn beland, zo was kennelijk de redenering van de rechter. “Refugié sur place” heet dat in de asieldoctrine. De Raad van State - bij wie het eindoordeel in dit soort kwesties ligt - geldt echter als zeer terughoudend met het erkennen van gewijzigde omstandigheden. In het geval van Vietnam is de trend eerder omgekeerd; het land is betrokken bij een internationaal plan voor repatriëring dat voorziet in minimum-garanties bij terugkeer.

EEN TWEEDE kort geding heeft inmiddels dan ook geleid tot de uitspraak dat uitzetting wèl toelaatbaar is. Dergelijke accentverschillen in de rechtspraak maken de situatie er niet overzichtelijker op. Dat is pikant omdat asielzaken tegen de staat juist zijn geconcentreerd bij één rechtbank, de Haagse. De zaken worden wel bij andere rechtbanken behandeld, maar in een gedelegeerde rol. Een dergelijke constructie is al gauw de dood in de pot voor de rechtsontwikkeling. Maar de charme van het oude systeem waarin alle rechtbankpresidenten bevoegd waren is kennelijk toch niet geheel verloren gegaan. In elk geval is duidelijk dat er ook zonder kerkasiel enige ruimte is, al is die naar het zich laat aanzien slechts tijdelijk. De organisatoren van kerkasiel kunnen naar eigen zeggen zelf ook niet meer bieden. Als hulpmiddel bij de-escalatie van een door de hongerstakingen op de spits gedreven toestand kon hun actie enige zin niet worden ontzegd. Nu begint het de vraag te worden of die actie niet over het doel heen schiet. Dit soort confrontaties is makkelijker te beginnen dan te beëindigen.

STAATSSECRETARIS Kosto had niet helemaal ongelijk toen hij bij het begin van de kerstactie als commentaar gaf dat de betrokken kerkleden meer met zichzelf bezig lijken te zijn dan met de Vietnamezen. Dat is een opmerking die de organisatoren van het kerkasiel zich mogen aantrekken. Om de discussie over het vluchtelingenbeleid werkelijk te beïnvloeden is steun van anderen - buiten de kerk - nodig. Dezen zijn alleen te bereiken wanneer het nagestreefde doel een zekere zakelijkheid heeft. Een beroep op bijbelse gerechtigheid of naastenliefde is onvoldoende concreet, ook al is de positie van de Vietnamezen allesbehalve benijdenswaardig.

Onlangs verscheen de ambassadeur van Tsjechoslowakije speciaal op de televisie met de boodschap dat zijn land weinig moet hebben van de Vietnamezen; dan hadden ze maar niet zelf moeten weggaan. Maar op 31 oktober ondertekende Tsjechoslowakije, samen met onder meer Nederland, in Berlijn een internationale verklaring waarin het - in een algemene geest van “goede nabuurschap” tussen staten - nu net wèl beloofde afgewezen vreemdelingen terug te nemen. Zonder repressailles. Dat moet toch een ontnuchterende kerstgedachte zijn geweest in de asielkerk.