Op nauwelijks uur vliegen van Europa ontstaat een "Iran'

ALGIERS, 28 DEC. De onwaarschijnlijk grote overwinning die het FIS, het Front van de Islamitische Redding, eergisteren bij de eerste vrije parlementsverkiezing in Algerije heeft geboekt, zal binnen enkele weken leiden tot de vorming van een radicaal-islamitische regering. Op nog geen uur vliegen van de kusten van Zuid-Europa wordt een radicaal-islamitische staat gevestigd naar het voorbeeld van Iran.

Deze Islamitische Republiek Algerije dankt haar ontstaan niet aan een gewelddadige revolutie, maar aan een democratisch verlopen proces. Bijna de helft van het kiezersvolk nam niet aan de verkiezing deel om veelal dezelfde redenen als waarom zo velen wèl op het FIS stemden: woede en wantrouwen jegens de politiek en de politici. Geen wonder dat bijna alle politieke partijen werden weggevaagd, zowel de serieuze partijen, als de partijtjes met een fantasienaam en een budget dat van overheidswege was verstrekt.

Weliswaar heeft het FIS donderdag - bij de eerste ronde van de verkiezingen - nog niet de absolute meerderheid in het parlement behaald. Maar buitenlandse waarnemers twijfelen er geen moment aan dat de tweede verkiezingsronde op 16 januari het FIS een overweldigende meerderheid in het parlement zal bezorgen.

Het was voor een deel van het Algerijnse volk reden feest te vieren. Herhaaldelijk declameerden groepjes mensen op straat de leuze van het FIS: “Wij leven voor ons geloof. Wij zullen sterven voor ons geloof. En wij zullen God terugvinden door ons geloof.” Zij moesten tot kalmte worden gemaand door hun leiders. Want sommigen zien in dat het verstandiger is zich tot 16 januari rustig te houden om het kiezersvolk niet van zich te vervreemden. Zo kondigde de toekomstige parlementsafgevaardigde voor het FIS, Abdelkader Moghni, gisteren aan dat zijn partij “alle politieke stromingen de ruimte zal geven om zich uit te drukken”.

Ook Mohamed Said, hoog in de hiërarchie van het FIS en pas onlangs uit de gevangenis ontslagen, liet zich gematigd uit. Hij waarschuwde de moslim-strijders dat zij geen wraak op hun tegenstanders moeten nemen. Tegelijkertijd riep hij de Algerijnse bevolking op alvast haar eet- en kleedgewoonten te veranderen, en zich met name te onthouden van het gebruik van alcohol.

Maar niet allen waren zo tactvol. Mohamed Houmein bij voorbeeld, een andere leider van het FIS, eiste dat de andere politieke partijen berouw zouden tonen. En hij was van mening dat alle kiezers die niet op het FIS hadden gestemd, naar de hel zouden gaan.

Zijn opmerkingen stemden overeen met de verkiezingscampagne die het FIS vorig jaar had gevoerd. Toen beloofde het FIS het paradijs, zowel op aarde als in het hiernamaals. Een tegenstander vond het maar niets: “Ik ben moslim, maar ook realist. Voor mij zijn de beloften over maagden in het paradijs niet nodig.”

In Kouba riep een imam (een gebedsvoorganger) gisteren op “een volkstribunaal te vormen om de verraders te berechten”. En een jonge imam herhaalde in zijn officiële preek die door de staatsradio werd uitgezonden, dat de islam “de oplossing is” voor alle politieke, economische, sociale en culturele problemen van Algerije. De religieuze voorschriften, vervat in de islam, dienden naar zijn mening “met ijzeren hand” te worden toegepast.

De vijanden van het FIS verkeerden gisteren in een shock-toestand. Zij hadden de enorme overwinning van het FIS en de even verpletterende nederlaag van het FLN in de verste verte niet voorzien.

Pag.5:

Alleen de generaals kunnen fundamentalisten nog stoppen

Tot in de hoogste regeringskringen geloofde men dat het FIS hoogstens 30 procent bij de eerste verkiezingsronde zou behalen - in plaats van de huidige 60 procent. In het ergste geval zou het FIS als coalitiepartner in de regering moeten worden opgenomen.

Nog maar heel kort geleden stelden bijna alle intellectuelen dat het FIS onmogelijk de verkiezingen kon winnen. De partij zou het er veel slechter van afbrengen dan bij de gemeenteraadsverkiezingen van juni 1990. Zij had zich immers bij het besturen van de gemeentes van de slechtste kant laten zien. Bovendien was zij nu intern verdeeld en waren haar leiders in het gevang opgeborgen, zonder dat het voetvolk in opstand was gekomen. En intussen waren er allerlei democratische partijen opgericht om tegenwicht te bieden.

De aanhangers van het autoritaire FLN en van de democratische partijen, die nu zo ruw uit die mooie dromen zijn gewekt, durven het nog niet met zoveel woorden te zeggen: dat niets of niemand meer het FIS kan tegenhouden om rechtmatig de macht over te nemen. Bij sommigen leeft de hoop dat de islamitische vloedgolf op de een of andere manier nog kan worden ingedijkt. Zij hebben de illusie dat zij in de tweede verkiezingsronde het FIS kunnen weerstaan, als zij maar gezamenlijk optrekken.

Ook dat zijn uit wanhoop geboren vrome wensdromen. In de eerste plaats omdat het FLN zó wordt gehaat, dat een coalitie tegen de gemeenschappelijke vijand - het FIS - uitgesloten lijkt. Binnen de "democratische oppositie' stellen velen de keus tussen FLN en FIS gelijk aan de keus tussen de pest en de cholera. In de tweede plaats zouden het FLN en alle andere anti-FIS-krachten zich zodanig moeten bundelen, dat zij bij de tweede verkiezingsronde meer dan 90 procent van de stemmen behalen - wat technisch gesproken onhaalbaar is.

In feite kunnen alleen nog de legergeneraals de machtsovername van het FIS tegenhouden. Maar dan zouden zij geweld moeten aanwenden - dat wil zeggen een bloedige burgeroorlog riskeren. Het is zeer de vraag of zij daartoe bereid zijn. Zij hebben weliswaar de afgelopen maanden herhaaldelijk te kennen gegeven dat zij koste wat het kost de democratie zullen beschermen. Maar niemand weet of zij thans nog daartoe bereid zijn, nu het FIS de zegen van de bevolking heeft gekregen. Doen zij het wél, dan krijgt Algerije een Pinochet-bewind, dat op den duur niet levensvatbaar is omdat het alle legitimiteit zou ontberen en - evenals thans - niet de broodnodige investeringen uit het buitenland zou aantrekken.

Slechts een enkeling durfde zich gisteren te realiseren dat de tweede verkiezingsronde de huidige situatie niet zal veranderen. Deze mensen weten zich geen raad, spreken over “de catastrofe” die henzelf en hun land heeft getroffen, en denken over hun aanstaande, definitieve vertrek.

In Algiers was gistermiddag al te merken dat het land door een politieke aardbeving is getroffen. Verscheidene mensen zijn opeens merkwaardig zwijgzaam geworden - alsof zij zich op slag ervan bewust zijn geworden dat het niet langer veilig is om voor hun mening uit te komen. De snel gegroeide vrijheid van meningsuiting, die het afgelopen jaar Algerije tot het meest democratische land in de hele Arabische wereld maakte, zal onvermijdelijk in even snel tempo afnemen. Want het FIS kent maar één mening: die van God, vertolkt door het FIS.

Daarom noemt het FIS de tienduizenden schotelantennes (paraboles in het Frans), die men overal aantreft, paradiaboles - duivelse uitvindingen, die het moslim-volk alleen op slechte gedachten kunnen brengen. Met die antennes vangt men de Franse TV-programma's op, die uitgebreid in de Algerijnse kranten worden aangekondigd. Eén van de vragen, nu het FIS aan de macht komt, luidt: zal dit heidense tijdverdrijf worden verboden?

Een andere vraag is hoe het met de economie verder moet gaan. Mohamed Said, één van de topfiguren van het FIS, die een paar maanden geleden de Jihad, de Heilige Oorlog, niet uitsloot en daarom enige tijd in de gevangenis werd gezet, zei maandag tijdens een massale verkiezingsbijeenkomst: “De FIS zal zorgen voor alles, wat voor een beter leven nodig is. De andere partijen leiden u rechtstreeks naar het Internationale Monetaire Fonds” (dat met Algerije een hervormings- en besparingsprogramma heeft afgesproken).

Voorlopig moet het FIS nog veel strijd leveren. Abdelkader Hashani, één van de partijleiders, bevestigde gisteravond op een persconferentie dat het FIS nu zeer snel presidentsverkiezingen wil om te verhinderen dat president Chadli het parlement “confisceert”.

Het is duidelijk waarom het FIS, dat binnen een jaar de islamitische staat wil vestigen, de zittende president (wiens ambtstermijn pas in 1993 verstrijkt) nu terstond aan de kant wil zetten. Volgens de bestaande grondwet worden de ministers van defensie en van buitenlandse zaken benoemd door de president, die ook het parlement kan ontbinden, als hij dat noodzakelijk vindt.

Daarmee heeft president Chadli het leger helemaal en het parlement een beetje in zijn greep - iets wat het FIS op iets langere termijn onmogelijk kan tolereren. Want datzelfde leger probeerde de afgelopen maanden tevergeefs het FIS via een ijzeren houdgreep (de staat van beleg) aan banden te leggen en zo veel mogelijk bewegingsvrijheid te ontnemen.

Maandag hing er in het kantoor, waar de journalisten zich voor de verkiezingsbijeenkomst van het FIS moesten accrediteren, een bordje: "Wij willen geen communistische of wereldlijke pers'. Een journalist van Le Matin, één van de interessantste kranten van Algerije, werd dus niet toegelaten. Hij was, aldus een hooggeplaatste FIS-functionaris, “ongewenst”.

“U belemmert mij om mijn werk te doen”, zei de journalist. “Ja, dat weet ik, u zult de gebeurtenis niet verslaan”, was de reactie. De journalist: “Als u aan de macht komt, zult u dus Le Matin sluiten en mij in de gevangenis gooien.” Het antwoord: “Wij komen aan de macht.”