Nog geen uitblinkers onder presidentskandidaten; Democraten hebben het tij mee

WASHINGTON, 28 DEC. Presidentiabel is nog geen van de Democratische kandidaten voor het Witte Huis, maar de economische mismoedigheid in Amerika - voor zo lang als deze duurt - heeft hen een duwtje omhoog gegeven. De bijval voor president Bush is tot ruim beneden de 50 procent gedaald. De Democratische Partij, een half jaar geleden nog bijgenaamd "Dead Brain Society', loopt over van nieuwe politieke plannen. Steeds meer Amerikanen verlangen een Democraat in het Witte Huis om de economische kwalen uit te drijven, maar welke?

Zes Democratische kandidaten zaten eerder deze maand in een nationaal televisiedebat, maar de aanblik was niet vleiend. In hun lessenaartjes steggelden ze druk onderling over de handel met Japan, ziektekostenverzekering en onderwijs. Als een almachtige schoolmeester scheidde anchorman Tom Brokaw de vechtenden en stelde hij hun nieuwe examenvragen over statistische cijfers en politieke twistpunten. Verscheidene campagne-stafleden moeten bij deze uitzending hebben gezworen dat ze nooit meer zo'n forum zullen toelaten. Maar het is onvermijdelijk om bekend te worden.

Ook de mededingers bij vorige verkiezingen werden met benamingen als "de zeven dwergen' aangeduid. De Democratische partijvoorzitter Ron Brown verwacht dat er snel een overwinnaar uit de voorverkiezingen zal komen. De winnaar van New Hampshire - waar de serie voorverkiezingen op 18 februari beginnen - komt altijd meteen in de hitte van de cameralampen te staan, terwijl de tros persmensen achter andere kandidaten langzaam korter wordt.

Veel Democraten hadden gehoopt dat gouverneur Mario Cuomo als een deus ex machina uit zijn deelstaat New York zou neerdalen op de verkiezingen. Hij is bekender dan alle andere kandidaten en verstaat de kunst van de politieke retoriek. Hij zou zich over de dwergen heen tegen president Bush zelf kunnen richten. Vorige week vrijdag maakte hij in een persconferentie een einde aan zijn maandenlange twijfel. Hij doet niet mee. Zijn deelstaat New York raakt steeds verder in de schulden en dat zou slecht staan bij een presidentiële campagne. In 1988 zonk de Democratische presidentskandidaat gouverneur Michael Dukakis weg in het economische moeras van zijn eigen deelstaat.

Met de test in de deelstaat New Hampshire in aantocht is er aan Democratische zijde beslist nog geen uitblinker. Bij een deze week gehouden peiling onder Democraten won, geheel onverwachts, voormalig senator Paul Tsongas met het lage percentage van 25 procent van de ondervraagden. Alle anderen scoorden minder. Voor hen die Tsongas kennen is duidelijk dat hij lange-termijnoplossingen voor de economie wil, infrastructuur, onderwijs, onderzoek, samenwerking tussen overheid en onderneming.

New Hampshire is met een werkloosheid van 10 procent zwaar getroffen door de recessie. Enkele van Tsongas' ideeën, zoals fiscale prikkels voor investeringen op de lange termijn, zijn al door andere kandidaten, zoals Bill Clinton overgenomen. Tsongas heeft weinig persoonlijke, politieke overtuigingskracht. Zijn sonore toespraken zijn doorspekt met economische details en weinig opwekkend. Zelfs zijn spontaniteit lijkt bestudeerd.

De 44-jarige gouverneur van Arkansas, Bill Clinton, doet meer politieke vonken overslaan. Deze in Arkansas geboren alumnus van Yale werd drie keer herkozen als gouverneur. Hij is berucht om zijn ronkende openingstoespraak bij de conventie van de Democratische Partij maar dat was ook de eerste keer dat hij een tekst voorlas. Hij heeft beslist redenaarstalent. Zijn prioriteiten lijken op die van Tsongas. Als gouverneur legde hij zich vooral toe op verbetering van lager- en middelbaar onderwijs in zijn arme deelstaatje. Hij bood ouders keuze van publieke scholen, wat in bijna heel Amerika niet mogelijk is. President Bush wil dat nu op nationale schaal bevorderen. Leraren moesten tests afleggen. Het dragen van piepers (voor drugskoeriersdiensten) op school werd verboden. Toch zijn de examen-resultaten in Arkansas nog niet verbeterd. Clinton boekte weinig spectaculaire resultaten. De staat werd wel ietsje minder arm.

Van belang is dat Clinton weinig open, politieke wonden heeft, als lokaas voor negatieve campagnehaaien. Alleen zijn seksuele verleden is omstreden, maar hij is inmiddels hertrouwd. Het Witte Huis vreest Clinton meer dan gouverneur Cuomo. Vooral in het Zuiden worden goede resultaten van hem verwacht. Bij een proefstemming tijdens een Democratische Conventie in de belangrijke deelstaat Florida haalde hij meer dan de helft van de stemmen.

De senator van Iowa, Tom Harkin, is een prairiepopulist in de traditie van de eeuwige verliezer aan het begin van deze eeuw, Williams Jennings Bryan. Maar hij mist de oratorische fantasie van Bryan. Wie zijn eerste toespraak heeft gehoord, kent ze allemaal. Hij is voor “traditionele Democratische waarden” en zijn aanhang beperkt zich vooralsnog tot de verzwakte Amerikaanse vakbonden. Hij is zowel isolationistisch als protectionistisch; "America First' van de linkerzijde. Nog meer dan bij andere Democratische kandidaten hangen zijn kansen af van de ernst van de recessie.

Senator Robert Kerrey uit Nebraska is een held uit de Vietnamoorlog. Als lid van het elite-onderwaterstuntteam, de Navy-Seals, verloor hij een been. Zijn voornaamste thema is een nationale ziekteverzekering, erg belangrijk, maar te weinig voor een presidentiële campagne. Zijn stafleden hebben bijna allemaal voor voormalig presidentskandidaat Gary Hart gewerkt, wijs geworden jaren-zestigveteranen.

De conservatieve zwarte gouverneur van Virginia, Douglas Wilder, heeft zich nog niet geprofileerd. Hij heeft weinig andere ideeën dan wegwerking van het begrotingstekort. Dat wil bijna iedereen.

Aan Republikeinse zijde heeft president Bush te kampen met de uitdaging van de conservatieve Republikein, Pat Buchanan. Deze televisiecommentator, columnist en insider van Washington heeft het oude Republikeinse isolationisme van voor de Koude Oorlog weer opgenomen en hij scoort ermee in New Hampshire. Hij wil Bush naar rechts trekken. Commentatoren debatteren over de vraag of hij antisemiet is.

Meer extreem aan de rechterzijde staat de voormalige Klan-man en ex-neonazi David Duke, die van de plastische chirurg een David-Bowiegezicht heeft gekregen. Hij appelleert aan bittere gevoelens van zuidelijke blanken over positieve discriminatie, immigratie en economische achteruitgang. In de deelstaat Louisiana verloor hij de senaats- en gouverneursverkiezingen maar zijn nieuw verworven bekendheid gebruikt hij voor nieuwe campagnes. In sommige deelstaten kan hij zich niet inschrijven voor voorverkiezingen en dat bemoeilijkt zijn campagne.

Bush zal de voorverkiezingen met gemak kunnen winnen, maar een dertig-procentscore van Buchanan in New Hampshire, zoals uit opiniepeilingen blijkt, kan hem beschadigen. Hij kan Buchanan niet te serieus nemen maar kan hem evenmin negeren. Hij stuurt zijn vrouw Barbara en verzorgt vanuit het Witte Huis uitzendingen via de satelliet naar New Hampshire. En hij herinnert de kiezers dan en passant aan de enorme bedragen federale subsidie voor autowegen, die hij hun onlangs stuurde.