Nieuw pandrecht bezorgt fiscus en bankjuristen extra werk

ROTTERDAM, 28 DEC. Medewerkers van de tien registratiekantoren van de Nederlandse belastingdienst zullen elkaar dezer dagen met gemengde gevoelens een gelukkig nieuwjaar wensen. De inwerkingtreding van het Nieuw Burgerlijk Wetboek (NBW) heeft vergaande gevolgen voor hun dagelijkse bezigheden. Waar men nu nog maandelijks enkele tientallen contracten afhandelt, krijgen de werknemers volgend jaar naar schatting ruim 100.000 aktes per maand te verwerken.

Niet alleen op de registratiekantoren neemt de werkdruk vanaf 1 januari 1992 flink toe, ook de bedrijfsjuristen van de Nederlandse banken hebben door het NBW met een fikse werkuitbreiding te maken. De oorzaak hiervan ligt verscholen in een artikel uit het NBW dat het zakelijke zekerheidsrecht flink verandert door invoering van een registratieplicht. De bankjuristen, die zich de afgelopen maanden intensief hebben voorbereid op het NBW en veel standaardcontracten hebben moeten veranderen, kijken met enige zorg naar de toekomstige verplichte registratie. De registratoren van de belastingdienst houden zich vooralsnog groot en denken de "verduizendvoudiging' van het werk zonder al te veel uitbreiding van de mankracht wel aan te kunnen.

De materie is ingewikkeld, zelfs voor juristen, en behelst een van de meest ingrijpende veranderingen in de geschiedenis van het Nederlands recht. Het zekerheidsrecht - belangrijk bij kredietverstrekking door banken aan ondernemers - zal worden uitgebreid met het "stille' of "bezitloze' pandrecht.

Een voorbeeld: in het oude recht - dat tot oudejaarsnacht 24.00 uur geldig is - kon de eigenaar van een café een deel van zijn eigendom overdragen aan de bank als onderpand voor het krediet dat hij van de bank had gekregen. In de meeste gevallen ging het daarbij om de inventaris van de kroeg. De bank gaf op haar beurt de inventaris in bruikleen aan de café-eigenaar tot het moment dat deze zijn krediet had afbetaald. Als de kroegbaas tussentijds onverhoopt in financiële moeilijkheden raakte, kon de bank te allen tijde de inventaris verkopen zodat zij nog iets van het verstrekte krediet terugzag.

Deze methode waarbij eigendom van de cliënt naar de bank werd overgedragen - in juridische termen aangeduid als "fiduciaire eigendomsoverdracht' - is onder het NBW verboden. De gedachte erachter strookte niet met de beginselen waarop de artikelen in het NBW zijn gestoeld. Een bank kan voortaan geen goederen meer tot zekerheid krijgen overgedragen, zo hebben de makers van het NBW besloten. Vanaf volgend jaar mag een bank alleen nog andere vormen van zekerheid eisen bij de kredietverstrekking.

Het zakelijke zekerheidsrecht is om die reden in het NBW uitgebreid met het stille pandrecht. De cliënt, die eerder de inventaris van zijn zaak aan de bank overdroeg, "verpandt' nu zaken aan de bank, terwijl hij zelf alles in eigendom houdt. De goederen komen niet meer in juridisch eigendom van de bank, maar blijven eigendom van de cliënt.

Bij vorderingen heeft het NBW een soortgelijk effect op het bestaande recht. Ook hier is volgens de regels van het NBW overdracht tot zekerheid verboden. Een vordering moet voortaan aan de bank verpand worden. Nog een voorbeeld: de ondernemer die op krediet machines verkoopt en op de koper een vordering voor de kostprijs heeft, gaf in het oude recht deze vordering "tot zekerheid' aan de bank, die de ondernemer krediet had verstrekt. In de nieuwe situatie wordt zo'n vordering aan de bank "verpand'.

De overgang van het "in zekerheid geven' naar "verpanding' van eigendom is in zijn totaliteit de grootste vermogenstransactie die ooit in Nederland heeft plaatsgehad. Als op oudejaarsavond 24.00 uur zevenklappers, vuurpijlen en gillende keukenmeiden het nieuwe jaar inluiden, keren alle in zekerheid gegeven goederen en vorderingen "van rechtswege' van de bank terug naar de cliënt. “In eerste instantie zal dat niet tot grote veranderingen leiden, maar op den duur verwacht ik de nodige complicaties”, zegt mr. B.H. Croon, adjunct-directeur juridische zaken van ABN Amro.

Croon voorziet vooral problemen waar het gaat om de introductie van het stille pandrecht op vorderingen. “Dit wordt een veel gebruikte zekerheid bij kredietverlening in de toekomst”, aldus Croon. De adder onder het gras zit volgens Croon in de registratie die het pandrecht met zich meedraagt. Zowel bij het stille als bij het bezitloze pandrecht stelt de nieuwe wet als "bestaansvereiste' een notariële akte of registratie van een akte bij een van de registratiekantoren van de belastingdienst. Aangezien het opstellen van een akte bij een notaris altijd duurder is dan de 3,50 gulden die aan de registratie van een akte verbonden is, zal naar verwachting een meerderheid deze laatste mogelijkheid gebruiken.

Om een indruk te geven van de omvang van deze verandering schetst Croon zijn verwachting: “Als alle banken hun vorderingen op deze wijze krijgen overgedragen en deze ter registratie moeten aanbieden, betekent dat ruim 70.000 contracten per maand! Daar komen dan ook nog de factoring- en leasemaatschappijen bij, zodat de tien registratiekantoren maandelijks op mer dan 100.000 aktes kunnen rekenen”, aldus Croon.