Nederlands enige poëziewinkel leidt kwijnend bestaan; Woutertje Pieterse in zaken

ROTTERDAM, 28 DEC. Gerrit Komrij hield er ooit onder veel rumoer een lezing, Oek de Jong heeft er voorgelezen uit eigen werk, Johnny van Doorn is er geweest, Hans Warren, ja zelfs Brodsky. Ook Campert en Schierbeek waren regelmatig te gast bij Woutertje Pieterse in Rotterdam, 's lands enige winkel in poëzie.

De belangstelling voor de literaire evenementen in het eigenaardige, wat stoffige boekwinkeltje, destijds gevestigd in de Mauritsstraat, was halverwege de jaren zeventig op z'n zachtst gezegd wisselend; soms waren er vijf belangstellenden, andere keren stonden ze tot halverwege de straat.

Die hoogtijdagen zijn voorbij. Het aantal literaire avondjes is in de loop der jaren aanzienlijk geslonken en het is reeds lang geleden dat de winkel werd gedreven door drie dichters vol idealen en 'dag en nacht' geopend was. Woutertje Pieterse in poëzie, tegenwoordig gevestigd in de Van Oldebarneveltstraat, is een winkel geworden als alle andere: 's maandags gesloten en verder geopend van half twee tot zes. Met dit verschil dat het een van de weinige gesubsidieerde winkels van Nederland is en de financiële positie steevast allerbelabberdst is.

Vorig jaar besloot de Rotterdamse Kunststichting dat het na ruim vijftien jaar kwakkelen mooi was geweest en dat het maar afgelopen moest zijn met de subsidie. De gemeente haalde echter toch weer de hand over het hart en gaf Woutertje Pieterse, dat draaiende wordt gehouden door zeven vrijwilligers, onlangs nog eenmaal een "overlevingssubsidie' voor één jaar. Het stadsbestuur zou het, aldus ingewijden, te gek vinden dat Rotterdam wel Poetry International binnen haar muren heeft, maar de poëziewinkel laat verkommeren.

Hoe lang de winkel kan teren op de overlevingssubsidie is hoogst onzeker. Zeker is wel dat Woutertje Pieterse het niet redt met alleen de verkoop van boeken. Connie Mooij, vrijwilligster van het eerste uur: “Het loopt hier nooit storm. Soms is het ècht druk - tien klanten op een middag -, andere dagen zie je niemand. We zullen andere bronnen moeten aanboren.”

De neergang van Woutertje Pieterse begon al vrij snel na de opening in 1975. De drie initiatiefnemers - de dichters Eddy Elsdijk, Leyn Leynse en Rien Vroegindeweij - hadden weinig verstand van zaken en kochten van de subsidie van de Kunststichting, behalve wat dichtbundels, vooral werk dat ze zelf graag eens wilden lezen, onder andere Marx en het complete werk van Multatuli.

Eddy Elsdijk schreef onlangs een novelle, getiteld Drie dichters in zaken, over de opkomst en het voortbestaan van de poëziewinkel. Daarin vertelt hij onder meer waarom de winkel zijn naam dankt aan de negentiende-eeuwse schrijver: “Woutertje Pieterse schreef gedichten. Maar zijn omgeving begreep daar niets van. Ze maakten hem het schrijven onmogelijk (...) Hij gaat in de handel. In mijn visie is die handel een boekwinkel. Een poëziehandel.”

Aan een blinde muur tegenover de winkel hangt, als een soort eerbetoon, een levensgroot portret van Multatuli met daarop de tekst: "Van de maan af gezien zijn we allen even groot'. Nog altijd siert zijn complete werk de bovenste plank van de boekenkast in de winkel.

“Het was van meet af aan duidelijk dat dit niet zomaar een winkel zou zijn,” schrijft Elsdijk elders in zijn boekje. “Nee - een centrum zou het worden waar dichters, schilders en componisten zouden uitstralen over de hele stad. Wat? Over de hele stad? Over het hele lánd zouden we ons licht laten schijnen en de wereld zou zich een kwartslag omdraaien.”

Het liep anders. Al spoedig arriveerden de eerste boze brieven van uitgevers die geld wilden zien. Ook het door de drie dichters opgezette aandelenproject strandde op "financiële onkunde'. Elsdijk: “We hadden niet eens een kasboek. Toen ons geldkistje eens werd gestolen, waren we erg blij. Er zaten namelijk alleen schuldbekentenissen van onszelf in.”

De winkel werd, zo'n twee jaar na de opening, weer enigszins op poten gezet door vrijwilligers en de Rotterdamse Kunststichting. Een aantal jaar geleden maakte Woutertje Pieterse zich, samen met de stichting Poetry International, na onenigheid los van de Kunststichting. Connie Mooij: “We werden steeds verder beperkt in onze activiteiten. We mochten geen literatuurcursussen meer geven omdat dat onze taak niet was. Nederlandse dichters mochten hier niet meer voorlezen, dat moest voortaan hier om de hoek gebeuren in het moderne cafe De Unie, waar de Kunststichting boven zetelt.”

Veel dichters van weleer zijn Woutertje Pieterse echter trouw gebleven. Mooij: “Als ze in de buurt zijn, komen ze altijd even langs, om voor te lezen uit een nieuwe bundel, of voor een kopje thee. Gerrit Kouwenaar bij voorbeeld wil alleen bij ons voorlezen, niet om de hoek.”

De nauwe band met Poetry International heeft Woutertje Pieterse veel nieuwe contacten opgeleverd, vooral met buitenlandse dichters. Een belangrijke bron van inkomsten is tegenwoordig het organiseren van vertaalworkshops: tijdens Poetry International trekken auteurs en vertalers zich terug in een ruimte boven de winkel om rustig te kunnen werken. Mooij wijst op de tuin achter de winkel: “Hier is Lucebert op een zonnige dag in de weer geweest met vertalers en binnenkort worden Annie M.G. Schmidt en Hella Haasse in het Russisch en Chinees vertaald. Dat gebeurt hier toch allemaal maar!”

Dichter Eddy Elsdijk komt nauwelijks meer bij Woutertje Pieterse, bekent hij. Zijn uitgever is zelfs vergeten om zijn novelle aan te prijzen in de winkel waar het allemaal om draait in het boekje. Het deert hem niet: “Ik ben niet zo van dat nostalgische.” Of hij het jammer zou vinden als Woutertje Pieterse dicht zou gaan? “Ach nee,” zegt hij, “het is tenslotte een dichtwinkel.”