"Man's best friend'; De diepe liefde van de Britten voor hun dieren

Vossen worden vrolijk achtervolgd en "sportief' afgeschoten. Dat mag want dat is ongedierte. Verder heeft ieder dier op het Britse eiland een streepje voor: de paardenliefde is er heviger, euthanasie voor honden is bespreekbaar en als een Brit zich onverhoopt vergrijpt aan koe of nerts dan is de straf van de dierenbevrijders ook harder dan op het vasteland. En toch gaan honderden animale kerstcadeautjes ook dit jaar weer in rook op.

De Britten zijn een volk van dierenliefhebbers. Dat weet iedereen. ""Dogs and horses first'', noteerde Leonard Huizinga al eens spottend toen hij de ondergang van een Engelse vrachtvaarder beschreef. In geen land ter wereld zijn zoveel liefdadige initiatieven tot behoud en bescherming van het dier, van onderkomens voor zieke uilen tot bejaardenhuizen voor paarden, van asiels voor in Tunis mishandelde aapjes tot vrijplaatsen voor uit Spanje geredde, uitgemergelde ezeltjes. In onze plaatselijke pubs en supermarkten kunnen wij blikken hondenvoer doneren in de manden die daar klaar staan voor het lokale "Laatste toevlucht'-dierenasiel. In de drang tot welwillendheid jegens het dier is er ook de gelegenheid deel te nemen aan het jaarlijkse diner-dansant van de dierenbescherming in een Londens hotel. De uitnodiging belooft ""fun, fashion and entertainment'', zònder bont, maar met een vegetarisch diner en scharrel-produkten. De cosmeticafirma "Schoonheid zonder wreedheid' is de sponsor. Kaarten zijn 100 gulden per stuk, Wayne Sleep zit in de jury voor de fun-fashion competition.

Een kleine 60 miljoen Britten geven samen 2 miljard pond (circa 6,6 miljard gulden) per jaar uit aan het voeden, verzorgen en koesteren van hun huisdier: grofweg achtenvijftig keer het bruto nationaal produkt van Gambia of drieëntwintig keer het bedrag dat de Wereldbank drie jaar geleden voor landbouwhulp aan Ethiopië bestemde. Meer dan de helft van de huishoudens in Groot-Brittannië bezit tenminste één van de 7.3 miljoen honden en 6.7 miljoen katten in dit land. Het bezit van een hond of kat is klasse-gebonden, heeft een onderzoek uitgewezen: de meeste mensen met een huisdier zijn ongeschoolde of geschoolde arbeiders. Slechts 15% van de witte boorden en de middenklasse heeft een beest in huis. Honden zijn populairder in het (arme) noorden van het land, katten komen meer in het welvarende zuiden van Engeland voor. Desondanks: nog eens 3.6 miljoen mensen hebben een aquarium en dáár weer overheen hebben nog eens 1.3 miljoen Britten een kanarie of parkietje. Het houden van een vogel is dodelijk voor de sociale status: kanaries komen vooral voor ""in groepen met een laag inkomen die wonen in een woningwetwoning'', aldus het laatste onderzoek.

Goudvis Jaws

De Royal Society for the Protection of Animals (RSPCA), de Britse dierenbescherming, onderzocht in mei jl. ter gelegenheid van de nationale huisdierenweek - Werelddierendag leeft hier minder - de populairste namen voor Engelstalige huisdieren. Voorbij is de periode van Shep, Gyp, Nipper en Bones. Een enquête onder 400.000 kinderen wees uit dat de meeste Engelse honden tegenwoordig Ben, Sam of Lady heten en de meeste katten Sooty (Roetje), Tigger of Tiger. Favoriete naam voor een goudvis is Jaws, voor een konijn Snowy, voor een kanarie Joey en voor een wandelende tak Sticky. In opkomst als naam voor katten is Fergie (naar de Hertogin van York, Sarah Ferguson). Opnieuw treden regionale variaties op. In Londen heten waakhonden en gevechtshonden naar boksers (Tyson, Rocky en Bruno), maar in Noord-Oost-Engeland heet de pit-bull voor de hand liggend naar de van veel subtiliteit gespeende voetballer Paul Gascoigne: Gazza.

In Engeland kun je zowel je huisdier psychotherapeutisch laten begeleiden (50 pond per huisdier per uur) als ook zelf bij een deskundige terecht die oor en oog heeft voor het rouwproces volgend op het heengaan van een huisdier-lieveling. Eigenaars van katten hebben meer en frequenter begeleiding nodig dan eigenaars van honden, aldus een citaat van de Britse psycholoog Bruce Fogle, auteur van een boek met de titel The Dog's Mind. En vrouwelijke dierenartsen hebben méér moeite met het afmaken (nu al ""euthanasie'' geheten) van een ziek dier, dan hun mannelijke collega's, hoewel allen klagen dat hun opleiding hen niet voorbereidt op het overbrengen van de pijnlijke boodschap aan de eigenaars (""pappie en mammie'') van het dier.

Maar de dierenliefde van de Britten strekt veel verder. In een volk dat door de eeuwen heen vooral geleefd heeft met het land en de geneugten van het land, lijkt de liefde voor de dieren van het land diep geworteld. Nog steeds heeft elke zichzelf respecterende krant een rubriek met een titel als "Blik op de Natuur' of "Vanuit mijn tuin gezien' waarin de trouw van Engelands nationale vogel, het roodborstje, en de slimheid van de blauwkopmees in vele variaties bezongen worden. Nog niet is de uiterst zeldzame roodgekuifde gekartelstaarte vedervink door een Atlantische storm uit Amerika komen aanwaaien op een parkeerterrein in Wales, of hordes Britten slaan ongeacht het weer letterlijk ter plekke hun tenten op, in de hoop het wonder door de vogelkijker te kunnen bespieden.

Eén blik op het tijdschriftenrek bij de beter gesorteerde kantoorboekhandel-newsagent en de verbondenheid met het buitenleven wordt duidelijk: Wild about Animals, Horse and Hound, The Field, Country Life, Country Living, Country Week, Country Times en, onvermijdelijk, The Shooting Times en andere op "de veldsporten' gerichte periodieken.

Meutehond

""Het is erg vreemd en erg melancholiek stemmend,'' schreef de chroniqueur Dr Samuel Johnson al, ""dat de armoede aan menselijke vormen van plezierbeleving ons er ooit van heeft kunnen overtuigen dat we de jacht als zodanig moesten beschouwen''. Maar het Engelse landschap heeft veel ingebouwde voordelen, waardoor het voor liefhebbers van de jacht - vooral de vossejacht - de volmaakte jachtvelden symboliseert. De omheining van de landerijen, met hagen of losgestapelde stenen muurtjes, maakte dat er van oudsher al voldoende natuurlijke obstakels voor de jager te paard waren om de jacht op de vos interessant te maken. Zo rond 1800 waren de Engelse paarden de beste ter wereld en waren de Engelse volbloeds daarmee de volmaakte paarden voor de jacht. De jachthonden waren al even uitstekend. Vandaag de dag nog behoort een fatsoenlijke Engelse meutehond in directe "tail male' (mannelijke) lijn terug te gaan op een van de vijf hondenrassen die tussen 1748 en 1900 werden geperfectioneerd.

Pro- en anti-jacht-lobby beweren allebei dat zij de grootste dierenliefhebbers zijn. Voor de jagers is de vos de uitzondering: vermin - ongedierte. De stadsbewoner die een huisje op het platteland heeft betrokken, mag dan geroerd worden door het hese geblaf van de vos op zoek naar een maat en naar eten en stiekem in de sneeuw blikken hondenvoer legen, maar zijn op het platteland opgegroeide buurvrouw vervloekt het beest, dat zonder aanzien des kips in één nacht zinloos veertig strotten doorbijt.

In onze directe omgeving zijn pro- en anti-jachtfanaten beide rijk vertegenwoordigd. Die gemengde aanwezigheid stemt tot gemengde gevoelens. Het verhaal van de vos, die opgejaagd door de meute uit de akkers aan de overkant kwam stormen en vervolgens kuierend zijn weg vervolgde op het pad over National Trust-land, waar jagen al jaren streng verboden is, behoort tot de lokale legenden en stemt tot grote voldoening. De aanblik van de jachtvereniging, roodgejast en witgebroekt, wat schichtig samendrommend op het erf van een plaatselijke boer dat al door de politie tegen ""sabbies'' - jachtsaboteurs - is afgezet, stemt tot esthetische voldoening en tegelijk een vaag medelijden. De saboteurs zelf wekken op hun beurt innige sympathie én afkeer. Vorige week waren het opzichtige punkers, zeker niet uit dit gebied afkomstig, bij wie de rancune tegen de wereld in het algemeen bij voorbaat van het gezicht viel te scheppen. De plaatselijke hondentrimster, die toch aan de kant van de vos staat, zegt dat ze zijn ingehuurd. Als sponsor van hun activiteiten zouden in dit geval de McCartney's, Paul en Linda, zijn opgetreden. Die hadden in discreet geplaatste advertenties in de juiste media 30 pond per dag plus lunchpakket voor een dagje saboteren geboden. Het verhaal is niet onwaarschijnlijk. Eerder dit jaar kocht de ex-Beatle een groot stuk van het natuurgebied Exmoor in Devon, alleen om op die manier de hertenjacht in het gebied te frustreren.

Het Britse Verbond tegen Wrede Sporten, alwéér een liefdadige instelling ten behoeve van dieren en hun welzijn, slaagde er twee maanden geleden in Oscar Wilde's onnavolgbare samenvatting van de vossejacht dodelijk te illustreren. ""The English country gentleman galloping after a fox - the unspeakable in full pursuit of the uneatable'', schreef Wilde. Met videocamera's gewapende verspieders van het Verbond slaagden erin vast te leggen hoe leden van Engelands beroemdste en sjiekste jachtvereniging, de Quorn, "unspeakable' dingen met de opgejaagde vos uithaalden. In de rel die volgde, moesten bestuursleden en de jachtmeesters aftreden. De voormalige jachtmeester van een andere vereninging kwam Lagerhuisleden vervolgens vertellen dat dergelijke praktijken geen uitzondering waren. Hij had meegemaakt dat een opgejaagde vos een nacht lang in een melkton werd opgesloten, zodat de jagers hem konden "sparen' voor een fris rondje veldsport de volgende ochtend. Desondanks: de (vosse-)jacht is populairder dan ooit tevoren en de 195 erkende jachtverenigingen hebben lange wachtlijsten van gegadigden.

Doortrapte Nederlanders

Laten sommige Britten zich niet veel aan de vos gelegen liggen, wij Europeanen van het vasteland zijn daarentegen in de ogen van de meeste Britten barbaren door de manier waarop we met slachtvee omgaan. Hele politieke partijcongressen komen hier stampend overeind, wanneer een bewindsman herinnert aan de schandelijke manier waarop Franse boeren de afgelopen zomer herhaaldelijk Engelse lammeren en schapen levend in brand hebben gestoken. Dat gebeurde in de hitte van het Franse protest tegen de import van goedkoper lamsvlees. En Terence Bate, de dierenarts die adjunct-hoofd is van de afdeling "boerderijdieren' bij de RSPCA, kan witheet worden over de ""blinde vlek'' die ""jullie Nederlanders hebben voor het lot van kalveren en varkens''. De export van levende varkens, die na een transport van zo'n 1500 kilometer in Italië worden geslacht, is onlogisch (de kwaliteit van het vlees gaat door het vervoer achteruit) en wreed. De doortraptheid waarmee Nederlanders in Engeland kalveren kopen, die in Nederland tot kistkalveren maken, en dan als ""Nederlands kalfsvlees'' weer terugverkopen aan de Britten, maakt hem woedend. Het kisten van kalveren is in Groot Brittannië verboden, ""vermoedelijk omdat wij Britten hartstochtelijk gekant zijn tegen dingen als intensieve veehouderij en couperen van hondestaarten, ook al zijn we voorstander van het jagen op vossen, herten en hazen.'' Het transporteren van paarden, bestemd voor de slacht, wordt hier als een onmenselijke daad beschouwd, met dezelfde afschuw behandeld als het eten van hond in het Verre Oosten. ""Páárdetartaar met friet!'' stond onlangs vol walging aan het eind van een artikel over de stuitende gewoonten van de Europese buren.

Gebroken poten

Deze zomer konden de Britten op BBC's Radio Four een documentaire van een uur horen over het wel en wee van een lading schapen op weg naar Italië, die werden geschaduwd door de "undercover'-afdeling van de RSPCA. Het verslag over het verloop van de tocht was ongekend spannend. Beschreven werd hoe de schapen van de ene vrachtwagen werden overgeladen in de andere, ""op de hoef'' dicht opeengepakt, zonder eten, zonder drinken, op een afstand gevolgd door machteloze Britse inspecteurs, die alleen af en toe voorzichtig poolshoogte konden nemen, wanneer de vrachtwagenchauffeur in een café onderweg aan de maaltijd zat.

De Britse Dierenbescherming (omzet 23 miljoen pond per jaar, geheel afkomstig uit giften) is de grootste en meest professioneel georganiseerde dierenbeschermingsorganisatie in Europa en ze gaat er prat op dat ze óók campagne voert voor ""dieren zonder stem'', zoals varkens in de stress en batterijkippen met bijna altijd gebroken poten. Haar 300 geüniformeerde inspecteurs vormen de grootste particuliere opsporings- en wethandhavingsorganisatie in het land. Ze onderzoeken een kleine 90.000 gevallen van dierenmishandeling per jaar: een fractie (2608 in 1990) heeft een veroordeling tot gevolg.

Sinds een paar jaar voert de RSPCA een harde reclame. Twee jaar geleden kreeg de organisatie slaande ruzie met de Kennelclub, de o zo sjieke organisator van de jaarlijkse hondententoonstelling Crufts. Oorzaak was het nieuwste aanplakbiljet van de RSPCA dat een enorme berg dode honden liet zien vergezeld van de tekst: ""Toen de regering de hondepenning vernietigde, liet ze het aan ons over om de honden te vernietigen''. De foto van een paard dat aan een strop tegen de betegelde muur van een abattoir hangt (""Het vasteland van Europa is dol op versgeslacht paardevlees. Wanneer gaan we dat leveren?'') werd door de reclamecodecommissie als ""te cru'' verboden. Dit jaar staart Frosty, een zeven weken oude collie-bastaard-pup, de Britse consument allerliefst uit het kader van folder en poster tegemoet. Zijn beeltenis gaat vergezeld van die van een verbrandingsoven: ""Honderden kerstcadeautjes gaan regelrecht in rook op''.

Een op de acht honden mag dan in dit land bij de baas en vrouw in bed slapen, de RSPCA maakt ook duizend van die lievelingen per dag af omdat baas of vrouw ze hebben verlaten. Peter Warne, dierenbeschermingsinspecteur voor de regio Maidstone, kent precies de aansluiting van de provinciale weg A2 op de autoweg M20 (Londen-Folkestone), waar het zo handig hond uit de auto zetten is. ""Je bent er namelijk als eigenaar zo weg.'' Zijn blik op de Britten als dierenliefhebbers is in de dagen rond het Kerstfeest onvermijdelijk negatief getint. Tweede Kerstdag begint al het dumpen van de goedbedoelde huisdier-cadeautjes, een langzame stroom, die zijn hoogtepunt bereikt in het voorjaar, wanneer de vakantieplannen hun uitvoering naderen.

Zo heeft hij afgelopen zomer ook de tientallen schildpadden ingenomen die overbodig waren geworden door het uitwoeden van de Ninja Turtle-rage van de vorige Kerst. Ze werden gedumpt in de bedding van de rivier en soms gemakshalve doorgetrokken in het toilet. Dit jaar vreest hij het effect van een nieuwe rage: het Vietnamese hangbuikzwijntje - uitgelaten aan een lijntje, volgens een bij het ministerie van landbouw aangemelde route, maar misschien karbonaadjes in maart? - en van de hang naar exotische huisdieren (tarantula's, pythons, alligators). De economische recessie heeft zijn werk niet geholpen. Mensen doen eerder hun huisdier tekort, dan dat ze de video verkopen. Met Kerstmis gaan ze liever op familiebezoek, dan dat ze hun huisdier verzorgd achterlaten. ""Wij zijn niet een natie van dierenliefhebbers, wij zijn een natie van dierenhouders. Er zijn er die hun dier doodknuffelen. Er zijn er meer die hun dier hebben om hun imago te dienen. Het maakt dat ze zich goed voelen: iets hebben dat ze kunnen domineren en in hun macht houden.'' Hij denkt dat de ontstentenis van hondsdolheid op de Britse eilanden het houden van een huisdier traditioneel vergemakkelijkt heeft ""en misschien heeft het ook wel te maken met het feit dat wij een eilandras zijn. Wie zich hier gaat settelen, koopt eerst een huis en neemt dan een baby en een huisdier. Vader, moeder, kinderen, en een hond of een kat, dat is voor de Engelsman "thuis'.''

Dierenbevrijders

De Britten en hun dieren: in geen Europees land is het Dierenbevrijdingsfront militanter dan hier. Vorige maand moest de firma Smith-Kline Beecham 5 miljoen flessen Lucozade van de planken van de detailhandel halen, omdat het ALF (Animal Liberation Front) betrapt was bij pogingen de limonade te verontreinigen. De dierenbevrijders zijn geen lieve jongens. Ze plaatsten in het verleden bommen onder de auto's van wetenschappelijk onderzoekers die met dierproeven te maken hadden, ze pleegden aanslagen op vleesverwerkende groothandels en slagerijen om vlees-eten tegen te gaan en ze zijn erin geslaagd om het dragen van een bontjas in het openbaar vrijwel onmogelijk te maken. Met uitzondering van Harrods heeft geen van de grote warenhuizen in Londen nog een bont-afdeling. Een aantal bontdragende vrouwen is onlangs een actie begonnen om hun vrijheid van keuze te bepleiten. Ze paradeerden daartoe in ""humaan afgemaakte'' mink voor fotografen op het gras in Berkely Square.

Na de Lucozade-actie grepen ook wetenschappelijk onderzoekers de koe bij de horens. Zij stelden hun reputatie en veiligheid in de waagschaal door openlijk uit te komen vóór het nut van dierproeven, zij het in nauwkeurig omschreven, beperkte omstandigheden.

De vegetarische en anti-vivisectiebeweging in Engeland, in een aantal belangenorganisaties verdeeld, claimt al even hard als de dierenbeschermingsverenigingen dat ze met de gewelddadige methoden van het ALF niets van doen wil hebben. Maar de doeleinden van al deze organisaties komen aardig overeen met die van de Dierenbevrijders. Deze week nog nam een inspecteur van de RSPCA ontslag, omdat hij liever als woordvoerder voor het ALF bleef werken. Hij was ervan overtuigd, zo zei hij, dat er een dag zou komen waarop de wereld op de mishandeling van dieren met evenveel afschuw en onbegrip zou terugkijken als op de slavernij of het verschijnsel genocide.

Ondertussen wordt het tijd dat iemand het opneemt voor de grijze eekhoorns. De opdringerige pluimstaarten zijn al een plaag in de parken in Londen, waar vertederde wandelaars het risico op een beet trotseren in ruil voor de triomf van voeren-op-de-hand. Maar op het platteland is van vertedering geen sprake. De grijze eekhoorn heeft zich in de ogen van de Britten een nog negatievere reputatie verworven dan de vos: ""ongedierte'', maar dan gelijk aan een rat. Zijn belangrijkste zonde is zijn voortplantingsdrift, die groter is dan die van zijn rode broertje, een soort die daardoor langzaam verdwijnt.

In The Times van 2 november jl. gebruikte een mevrouw uit West-Sussex daarom de kookpagina van Times-kok Frances Bissell om recepten voor grijze eekhoorn te suggereren. Bij mevrouw in de tuin werden de 'little beasts' voor haar afgeschoten door een vriend, bij voorkeur vroeg in de herfst, wanneer ze heerlijk smaken 'omdat ze zich hebben volgestopt met een zuiver vegetarisch dieet'. Mevrouws vriend leverde haar de oogst met 'de voorste helft verwijderd'. 'Eekhoornachterpoten', liet ze wervend weten, 'laten zich gemakkelijk wegpakken in de diepvries en zijn heel goed houdbaar.' De Sussex Woodmanspie vergt 3 eekhoornachterlijven, vier duiveborsten, 1 liter cider, laurier, peper, ui, tomaat en paddestoel en een dekseltje van bladerdeeg. 'Alles,' schrijft mevrouw, 'dat je kunt maken met konijn, wordt met eekhoorn net zo lekker.'