Joden kunnen de Spaanse catastrofe nooit vergeten

De Mexicaanse dichter en verhalenschrijver Homero Aridjis schrijft in zijn onlangs verschenen roman 1492: De tijd en het leven van Juan Cabezon uit Castilië over de verbanning van de joden uit Spanje in 1492: “Er zijn eeuwen waarin niets gebeurt en er zijn jaren waarin eeuwen verstrijken”.

Zo'n cruciaal jaar is 1492. Daarom is het jammer, dat in NRC Handelsblad van 6 november wel melding werd gemaakt van “de grote evenementen (in Spanje) van volgend jaar: de Olympische Spelen, de wereldtentoonstelling, Madrid als culturele hoofdstad van Europa en de herdenking van de ontdekking van Amerika”, maar de herdenking van de verbanning van alle joden uit Spanje niet werd genoemd.

Tot aan de Tweede Wereldoorlog werd die verbanning door het jodendom geïnterpreteerd als de grootste catastrofe die de joden sinds 70 na Christus, toen de Romeinen hun tempel te Jeruzalem verwoestten, heeft geteisterd. Daardoor kwam er een eind aan de bloeiendste joodse gemeenschap in de Middeleeuwen. De beroemde joodse historicus Salo Baron schreef hierover in zijn Social and Religious History of the Jews (XI): “Anders dan de verbanning uit Engeland en Frankrijk, heeft de verbanning uit Spanje het hele joodse leven en denken wereldwijd voor altijd diepgaand beïnvloed. Volgens een telkens terugkerende legende zouden de verdreven ballingen destijds een eed hebben gezworen, dat noch zijzelf noch hun nakomelingen, ooit naar Spanje zouden terugkeren. De invloed van deze legende was zo groot, dat joden erdoor werden ontmoedigd zich weer in Spanje te vestigen”.

Het is dan ook geen wonder dat daarover in verband met de herdenking in 1992 nu al veel literatuur is verschenen en dat in de loop van dit jaar allerlei joodse commissies werden samengesteld om deze herdenking - die niet alleen in Spanje maar ook elders in de wereld grote aandacht zal krijgen - voor te bereiden. Allereerst werd er in Spanje een nationaal comité, Serafad '92 in het leven geroepen dat van de regering voldoende subsidie hoopt te ontvangen om op grote schaal een herdenkingsprogramma uit te werken. Manuel Sassot, die een grote rol speelde in het aangaan van diplomatieke betrekkingen tussen Spanje en de staat Israel in 1986 en ambassadeur in Nederland was, is hiervan voorzitter. Het zal intussen voor de commissie niet zo eenvoudig zijn voldoende subsidie te krijgen, omdat voor de organisatie van de Olympische Spelen 1992 en Expo 1992 al vele miljoenen nodig zijn. Bovendien moet de regering in Madrid in 1992 veel kostbare programma's financieren in het kader van het vijfde eeuwfeest van de ontdekking van Amerika door Columbus.

Op 31 maart 1992 is het vijfhonderd jaar geleden, dat koning Ferdinand van Aragon en koningin Isabella van Castilië het fatale edict uitvaardigden waarin alle joden werden gesommeerd om binnen enkele maanden het land te verlaten. Op die dag zal koning Juan Carlos de leiders van de Sefardische joden uit de hele wereld toespreken en het Spaanse volk oproepen tot verzoening en boetedoening. Van alles wat op het programma staat is het evenement "In mijn geest' (met een verwijzing naar het bijbelboek Zecharja 4:6: “Niet door macht, niet door kracht, maar door mijn geest, zegt G'd”) in Toledo en Jeruzalem (4-7 mei) zeker een van de belangrijkste. In Toledo zal voor het oog van de hele wereld een boodschap van shalom worden uitgesproken tussen de Spaanse en Sefardische gemeenschap, terwijl geestelijke leiders zullen bidden om vergeving en verzoening. Vervolgens zal een fakkel worden aangestoken waarvan het vuur verdeeld wordt over zeven fakkels die zullen worden gedragen naar de zeven landen waarheen de joden vluchtten: Portugal, Italië, Afrika, Polen, Griekenland, Turkije en Palestina. Het tweede deel van het evenement is in Jeruzalem op 7 mei - de dag waarop Israel zijn onafhankelijkheid viert. Bij de westelijke tempelmuur zal dan het dramatische muziekstuk, Mechaye Hametiem van de Israeliër Noam Sheriff worden uitgevoerd, waarin het optimisme van de joodse geest contrasteert met de ervaring van zoveel eeuwen lijden van het joodse volk. Dit lijden mondde echter uit in de geboorte van de staat Israel in 1948. Tot slot zal een "kaddish', een gebed mede ter herinnering aan de duizenden joden die in Spanje het slachtoffer werden van de bijzondere inquisitie, worden verzorgd door een koor en orkest bij het geschal van tweehonderd ramshoorns.

In Spanje en in landen, waarheen Sefardische joden zijn gevlucht, zullen tentoonstellingen over hun geschiedenis worden georganiseerd. In veel steden in Spanje zullen historische monumenten worden gerestaureerd, en opnames gemaakt van Sefardische muziek. Er zal een prijsvraag worden uitgeschreven voor leerlingen van middelbare scholen, die een scriptie schrijven over de geschiedenis van de joden in Spanje en er zal een Sefardisch kookboek op de markt worden gebracht.

De vanuit Barcelona opererende commissie voor Sefarad '92 vertegenwoordigt de ongeveer dertienduizend joden in Spanje die voor het merendeel uit Marokko afkomstig zijn. Bij de herdenking van de catatstrofe van vijfhonderd jaar geleden gaat het vooral om bezinning in eigen kring. Daartoe worden er tal van lezingen, colleges en sobere herdenkingsbijeenkomsten gehouden waarbij de joden in Spanje zich laten inspireren door hetgeen de Britse opperrabbijn, Immanuel Jacobovitz die sinds begin dit jaar president is van de in 1969 opgerichte Memorial Foundation for Jewish Culture, tijdens een symposium over The Jewish community's responses to the expulsion from Spain and the Holocaust in Jeruzalem heeft gezegd. Zo vergeleek hij de antwoorden die in joodse kringen na 1492 op de verbanning werden gegeven met de antwoorden die na 1945 op Auschwitz werden gegeven. In dit verband zei hij: “Zoals aan het leven van de belangrijkste joodse gemeenschap in de Middeleeuwen in 1492 een einde kwam, toen in hetzelfde jaar door Columbus Amerika werd ontdekt, dat later het thuisland werd voor de grootste joodse gemeenschap ter wereld, zo was in 1945 een einde gekomen aan de bloeiende joodse gemeenschap in Europa, toen enkele jaren later in 1948 de eerste soevereine joodse staat werd opgericht”

Tegen de achtergrond van de ervaring van Auschwitz stelde Jacobovitz zeer indringende vragen met betrekking tot de herdenking in 1992 van de verbanning van de joden uit Spanje. Welke invloed had de verbanning in 1492 op de verdere ontwikkeling van het joodse leven, de joodse wetenschap en cultuur èn welke invloed had de moord op zes miljoen Europese joden, na 1945 op de verdere ontwikkeling van het joodse leven, de joodse wetenschap en cultuur? Jacobovitz is van oordeel, dat van Auschwitz een heel sterke impuls is uitgegaan op het joodse leven, de joodse wetenschap en cultuur, als het gaat om de schaalvergroting. Zowel in seculiere als in religieuze zin bloeit sinds 1945 de studie van het jodendom als nooit tevoren, maar, aldus Jacobovitz, “niets van dit alles (dat wil zeggen schaalvergroting met betrekking tot de studie van het jodendom) had plaats na de verbanning van de joden uit Spanje in 1492”. Aan de andere kant maakte hij ook kritische opmerkingen bij de zojuist genoemde ontwikkelingen die zich in joodse kringen na 1945 hebben voltrokken. Als het gaat om het leveren van een originele bijdrage aan het joodse leven, de joodse wetenschap en cultuur, kunnen volgens Jacobovitz joodse geleerden van na 1945 nauwelijks wedijveren met hun voorgangers van voor 1945: op seculier terrein is, aldus de opperrabijn, het originele denken van geleerden als een Leopold Zunz, Heinrich Graetz, Moritz Steinschneider en Samuel Krauss nog niet geëvenaard en hetzelfde geldt volgens hem voor de originele bijdrage die een Havetz Haim, Samson Raphael Hirsch, Meir Loeb Ben Jehiel, Michael Malbim en de wijzen van de Talmoedschool Hazon Ish gaven aan een creatieve doordenking van het joodse leven in al zijn rijke schakeringen. Laatstgenoemden gingen vanuit een verrassende creativiteit nieuwe wegen. “In termen van diepte, vernieuwing en verbreding van de horizon”, aldus Jacobovitz, “hebben wij nog een lange weg te gaan”.

Allerlei joodse organisaties in Israel, de Verenigde Staten en Europa werken samen om in 1992 een pelgrimage voor te bereiden van Toledo, de vroegere hoofdstad van Spanje, naar Jeruzalem. Het is de bedoeling dat zo'n tienduizend joodse jongeren hieraan zullen deelnemen. De pelgrims zullen 7 mei 1992 te Jeruzalem arriveren, de dag waarop de onafhankelijkheid van Israel wordt gevierd. Tijdens de pelgrimage staat bezinning op de betekenis van de verbanning van de joden uit Spanje centraal. De stichting Quincentennial Foundation of Istanbul werd door de joodse gemeenschap (ongeveer drieëntwintigduizend leden) van Turkije, en Amerikaanse joden van Turkse afkomst opgericht. Zij ontvangt steun en subsidie van de regering in Ankara. Evenementen worden georganiseerd in Noord-Amerika en Turkije. Het accent zal komen te liggen op de opmerkelijke geest van tolerantie die de joden in de afgelopen eeuwen in dit land - ook al waren er uitzonderingen op de regel - hebben ondervonden. Het Ottomaanse rijk bood joden, die in Spanje en Portugal voor de Inquisitie moesten vluchten, gastvrijheid aan.

Na maanden van aarzeling besloot de Israelische regering om deel te nemen aan de Expo '92. Zij stelde zeventig miljoen dollar ter beschikking voor de inrichting van een paviljoen op de wereldtentoonstelling in Spanje. In dit paviljoen zal vanzelfsprekend aandacht worden geschonken aan de geschiedenis van de sefardische joden in Spanje en aan hun verbanning in 1492.

Ondanks het tekort aan coördinatie en samenwerking van allerlei instanties, die de herdenking van de verbanning van de joden uit Spanje voorbereiden en de onvermijdelijke doublures die zullen optreden, gelooft de Spaans-joodse historicus Uriel Macias dat de herdenking van grote betekenis is voor de toekomst: “De geschiedenis van de Sefardische joden is verweven met die van Spanje. Daarom moet hun godsdienstige, culturele en literaire nalatenschap een essentieel deel van de Spaanse erfenis gaan uitmaken”.