"Gemeen spelen? Een duwtje of een trekje is vaak al meer dan genoeg'; "Ik ben inderdaad absoluut geen type die iemand neerschoffelt'; "Jantje dwong al door zijn manier van spelen veel respect af'

Als enige international speelde DANNY BLIND alle kwalificatiewedstrijden voor het Nederlands elftal in de aanloop naar het EK in Zweden. Na tien jaar betaald voetbal kan hij in juni voor het eerst in zijn carrière een groot internationaal toernooi spelen.

Een laatbloeier is hij wel, Danny Blind. Op z'n dertigste, bijna eenendertigste dreigt hij nu nog een groot toernooi aan zijn palmares toe te voegen. De interlandcarrière van de sierlijke rechtsback van Ajax vertoont veel witte vlekken. Op het laatste wereldkampioenschap speelde hij niet en voor het onvergetelijke Europees kampioenschap in Duitsland kwam hij niet in aanmerking. Tien september 1986 was een fatale dag. Nederland, met toch alle toppers van nu, te weten Van Breukelen, Blind, Ronald Koeman, Rijkaard, Van Tiggelen, Wouters, Erwin Koeman, Van 't Schip, Gullit, Kieft en Van Basten, verloor in een onthutsend zwakke vertoning van Tsjechoslowakije met 1-0. Iedereen speelde onder zijn niveau, maar Blind werd bestempeld tot hoofdzondebok en kon zijn oranjeshirt voorlopig opbergen. De gouden EK-groep begon zich in de jaren daarna te vormen. Berry van Aerle werd de vaste rechtsback die Blind steevast de weg versperde naar het Nederlands elftal. Tot zijn trainer Leo Beenhakker, tegen wie hij op Schiphol notabene nog had gestemd ten faveure van Johan Cruijff, hem voor het WK weer terughaalde. Maar pas in het kwalificatietoernooi voor het Europees kampioenschap, dat in het verlengde van het teleurstellende gebeuren van Italië lag, kon Blind zijn aantal caps opvoeren tot de 25 van nu. Voornamelijk omdat concurrent Van Aerle steeds ontbrak door blessures.

Natuurlijk is ook de progressie van zijn spel debet geweest aan de laatste serie interlands. De afgelopen tweeëneenhalf jaar maakte Blind een ontwikkeling door die niemand nog van hem had verwacht. Van notoire back groeide hij uit tot een allround verdediger met veel leidinggevende capaciteiten. Een voetballer die op techniek, snelheid en inzicht zijn tegenstander kan uitschakelen zonder grove middelen te gebruiken. Het is wel opmerkelijk dat de Zeeuw uit Oost-Souburg, die zijn professionele loopbaan bij Sparta begon, pas op latere leeftijd tot bloei kwam. “Dat klopt”, geeft hij toe. “Normaal bereikt een voetballer zijn top op z'n 24ste. Ik begon me pas als een vis in het water te voelen toen ik 27, 28 jaar oud was. Ik maakte op m'n 25ste de overstap naar Ajax. Misschien is dat te laat geweest. Misschien heb ik me de eerste jaren in Amsterdam ook iets te bescheiden opgesteld. Maar op een gegeven moment had iedereen het erover dat ik in vorm was. En dat duurt nu al tweeëneenhalf jaar.”

Het valt op dat Danny Blind ook steeds vaker scoort. Voor Ajax bijvoorbeeld tegen Erfurt en Volendam. Voor het Nederlands elftal de Bep-Bakhuys-goal tegen Griekenland. “Ik heb er nu bij Ajax al vier gemaakt en ik las laatst ergens dat ik in tien jaar betaald voetbal 29 keer zou hebben gescoord. Ik weet het, er zijn aanvallers die dat aantal ternauwernood halen. Maar ik zie het als een wezenlijk onderdeel van mijn spel op het juiste moment mee aan te vallen. Als ik een keer naar voren ga, moet dat het maximale rendement opleveren. Tevens dient het op dat moment verantwoord te zijn. Als Frank de Boer op links de bal heeft, zul je mij nooit zien oprukken. Dan draai ik van rechts naar het midden van de verdediging. Ik heb dit type spel ontwikkeld in mijn Sparta-tijd. Ik begon op Spangen als middenvelder, maar Barry Hughes heeft mij omgevormd tot een rechtsback. En in het systeem dat wij speelden moesten de vleugelverdedigers opkomen, anders kreeg de aanval te weinig ondersteuning. Hughes noemde dat the overlap.”

Het meedogenloze ontbreekt in het spel van Danny Blind. Dat siert hem, maar het maakt hem als verdediger, die vaak in een één-tegen-één-situatie fungeert, ook kwetsbaar. “Ik ben inderdaad absoluut geen type die iemand neerschoffelt. Je moet mij ook niet negentig minuten op Van Basten zetten als we tegen Milan voetballen. Zo opvallend gemeen spelen hoeft in mijn ogen helemaal niet. Een duwtje of een trekje is vaak meer dan genoeg. Een keer moest ik wel flink aan de noodrem trekken: in de Europa-Cupfinale tegen KV Mechelen in '88. Ik haalde toen Marc Emmers onderuit en werd van het veld gestuurd. Je kon er inderdaad een rode kaart voor geven. Maar het heeft mij vreselijk pijn gedaan dat scheidsrechter Pauly daarna nooit meer een rode kaart heeft gegeven voor zo'n vergrijp. De frustratie die ik hieraan overhield was erger dan de schorsing.”

Sinds het vertrek van Jan Wouters wordt er een zwaardere wissel getrokken op het organisatietalent van Blind. Een steunpilaar was hij al voordat hij bij het ontstuimige, vaak wisselvalige Ajax de aanvoerdersband omgeschoven kreeg. “Bij dit elftal moet erin tactisch opzicht veel meer dan normaal worden gestuurd van de bank”, weet hij. “Zeker nu Wouters weg is. Jantje dwong al door zijn manier van spelen respect af. Maar ook door zijn wijze van coaching. Dat ging niet altijd op een vriendelijke manier, het was wel pakkend. Als de spitsen van de tegenstander breed speelden of dicht bij elkaar, wist Jantje precies hoe hij iedereen op zijn plaats moest zetten.”

Terug naar het Nederlands elftal. Het lijdt geen twijfel dat de aanwezigheid van Johan Cruijff bij Ajax van groot belang is geweest voor de ontwikkeling van Danny Blind. Als een van de weinige nam de Zeeuw dan ook geen blad voor de mond toen voor het WK een uitspraak van de spelers werd verlangd over de opvolging van Libregts. Dát moest Cruijff worden. Zoals de huidige trainer van Barcelona na het EK ook de ideale kandidaat is voor de vacature van Michels. “Toen Wouters en ik door Cruijff naar Ajax werden gehaald wisten we niet wat ons overkwam. Steeds weer die correcties. Maar op gegeven moment zie je dat hij gelijk heeft. Dat je bijvoorbeeld een bal zodanig kunt aannemen, dat je meteen twee, drie afspeelmogelijkheden hebt. Met Rijkaard was Cruijff daarover constant bezig. Ik heb voor het WK geen seconde hoeven twijfelen. Cruijff is ideaal voor zo'n toernooi. Hij kan als geen ander een sfeer oproepen die je dan nodig hebt. Voor de wedstrijden die wij met hem in de Europa Cup hebben gespeeld zorgde hij voor ontladingen. Echt grandioos. Cruijff, Platini en Beckenbauer hebben door hun praktijkervaring toch een streepje voor op een trainer als Leo Beenhakker. Met name op tactisch gebied. Toch moet je respect hebben voor Beenhakker omdat hij met hard werken in het rijtje van de toppers terecht is gekomen.”

Mocht Cruijff na het EK niet beschikbaar zijn dan opteert Blind net als vele anderen voor Dick Advocaat. “De tweede beste oplossing. Advocaat weet van de hoed en de rand. Met de wijze waarop hij zich voor de groep opstelt - kort en bondig - dwingt hij respect af. In de traditionele elftalbesprekingen met de vedetten op de maandagavonden voor een interland moet hij toch ook in tactisch opzicht een goede indruk hebben gemaakt, anders zouden zij zijn kandidatuur niet steunen. Haan en De Mos zijn in mijn ogen eveneens acceptabel. Maar Cruijff is de beste. Het liefst voor de lange termijn. Overigens vind ik het wel normaal dat de vedetten worden geraadpleegd over de opvolging van Michels. Ze hoeven geen beslissende stem te hebben. Maar na de ervaringen rondom het WK zal iedereen nu toch wel zijn gezonde verstand gebruiken?”

Incidenten blijven echter het beeld van het Nederlands elftal bepalen. Zoals in Griekenland waar Gullit het aan de stok kreeg met Michels omdat hij enkele minuten voor de wedstrijd afhaakte met een blessure. Blind neemt het op voor de aanvoerder van het Nederlands elftal. “Je kunt niet in iemands lichaam kijken. Het was een gedurfde beslissing van Ruud. Aan een fitte Kieft hadden we op dat moment meer dan aan Gullit die voor slechts tachtig procent kon spelen. Ik vind niet dat hij het elftal in de steek heeft gelaten. De zaak is voor mij nu afgedaan. Dat Michels en Gullit het incident hebben uitgesproken zegt voldoende. Vanuit de spelersgroep hoeft Ruud straks geen onvertogen woord te verwachten.”

De deelneming aan het Europees kampioenschap, van 10 tot en met 26 juni 1992 in Zweden, beschouwt Danny Blind als het absolute hoogtepunt in zijn carrière. Ofschoon hij er niet honderd procent zeker van is, dat hij ook daadwerkelijk acte de présence zal geven. “Ik moet net als tien, twaalf anderen elke interland weer aan een bepaalde verwachting voldoen. Als dienende speler moet ik blijven presteren. Van Basten kan wedstrijden lang niet scoren, hij blijft toch een vaste keus. Aan de andere kant vind ik dat ik wel enige krediet heb opgebouwd. Het mag niet zo zijn dat het opnieuw inpassen van Van Aerle, met wie ik best in een elftal zou kunnen spelen, bij de volgende interland ten koste gaat van mijn plaats.”

Indien hij wordt uitverkoren voor het EK is Danny Blind een exponent van het vergrijsde Oranje dat met zijn gemiddelde leeftijd, achter in de twintig, misschien wel de oudste deelnemer is van het toernooi. “Ik zie dat niet als een probleem. Als er betere jongere spelers zijn dan moeten ze die maar selecteren. Ik vind dat je met vertegenwoordigende elftallen niet kan bouwen. De besten van het moment dienen gewoon te spelen.” Blind tipt Duitsland als de favoriet. “Dat land heeft bewezen altijd ver te kunnen reiken. Nederland is steeds afhankelijk geweest van een bepaalde lichting. Na Duitsland komt een grote groep met allemaal sterke landen. Frankrijk schat ik hoog in. Engeland en Rusland ook. Joegoslavië staat wel in de etalage, maar vind ik als team toch wat los zand.”

Op het EK zou Blind de aandacht kunnen vestigen van de buitenlandse clubs. Net als Jan Wouters heeft hij afgelopen zomer met het bestuur van Ajax een mondelinge afspraak gemaakt dat hij mag vertrekken als er een droomaanbod op hem afkomt. “Gezien mijn leeftijd heb ik alleen nog wat te verwachten uit Zwitserland of Frankrijk. Ik had afgelopen zomer wat contacten met Cannes. Die club bleek later echter op zoek naar een centrumverdediger en dat werd Adick Koot. Maar ik weet nu wel wat voor bedragen er in die competities worden betaald. Wat je hier bruto krijgt, pak je daar netto. Mocht er zich een mogelijkheid voordoen dan heb ik zeker interesse. Maar voorlopig is dat voor mij niet aan de orde.”