Geldnood

"Sekali lagi' (alweer), verzucht de chauffeur. Hij trapt op de rem en de bus uit Sukabumi, afgeladen met pendelaars op weg naar Jakarta, komt kreunend tot stilstand.

Voor de derde maal op deze maandagmorgen in december duiken achter een bocht in de weg de bruine uniformen en witte petten van de politie op. De bijrijder annex kaartjesverkoper grijpt naar de portefeuille met documenten achter de voorruit en begeeft zich met een gelaten blik naar de wegafzetting. De passagiers kijken hem reikhalzend na.

Een paar minuten later klimt hij met een diepe zucht aan boord, wisselt een blik van verstandhouding met de chauffeur en roept: ""Terus!'' (verder). De inzittenden kennen het klappen van de politiezweep en laten een afkeurend gemompel horen. Een dikke man in donkerblauw safaripak, de uitmonstering van een hoge ambtenaar, vat hun commentaar voor me samen: ""Mau Natalan'' (het wordt kerstmis) en hij glimlacht ironisch.

Kerstmis of niet, de Indonesische chauffeur is op alles voorbereid. De firma 4848 onderhoudt met afgeleefde, maar ruime Datsuns een pendeldienst tussen Jakarta en Bandung, de hoofdstad van West-Java. Tijdens de snelle rit over de tolweg naar Bogor vouwt de chauffeur behendig een biljet van 1.000 rupiah in een leeg lucifersdoosje en legt het binnen handbereik. Als hij bij de afslag naar Bandung een politieman ontwaart, geeft hij het doosje aan een jongen die bij het stoplicht met flessen mineraalwater langs de auto's gaat. De jongen kijkt in de richting van de agent; hij weet kennelijk wat hem te doen staat. ""Gaat dat elke dag zo, vader?'' wil ik weten. De chauffeur lacht om de suggestieve vraag en zegt: ""Alleen als er een agent bij de afslag staat.''

Tussen het beroepsvervoer en de politie bestaat een stilzwijgend contract. Chauffeurs die vaste routes rijden - op vrachtwagens, bussen en pendeltaxi's - geven agenten langs de weg op gezette tijden uang rokok (sigarettengeld, een fooi). Dat vrijwaart hen van lastige controles. De 4848-chauffeur weet zeker dat de agent bij de afslag bij uitblijvende fooi onmiddellijk op zijn fluit blaast en het vervoermiddel aan een nauwgezet onderzoek onderwerpt. Er is altijd wel iets mis - een los spatbord, een kapot achterlicht, verlopen papieren - en dat betekent een bon en vóórkomen. Een chauffeur moet boetes zelf betalen, vindt de baas. Zo niet: voor hem een ander.

Met enige regelmaat zet de politie de weg af. Buschauffeurs die hun bijrijders niet vlot laten schuiven, kunnen rekenen op een modelaanpak. Alle passagiersbussen in Indonesië zijn overbeladen; inspectie levert al gauw een kostbare bekeuring op. Voor alle soorten van vervoer bestaat een "tarief': taxi's betalen 500, soms 1.000 rupiah; van buschauffeurs wordt een bijdrage van 2.000 rupiah verwacht. Drie wegafzettingen op één rit zijn dan ook prijzig en worden door Indonesiërs toegeschreven aan geldnood bij de Hermandad.

De politie is nergens ter wereld populair, maar in Indonesië heeft men wel een erg lage dunk van wetshandhavers. De politie gaat gebukt onder hetzelfde euvel als het hele Indonesische ambtenarenapparaat: extreem lage lonen en chronisch geldgebrek. Wie solliciteert naar een baan bij de overheid, heeft niet alleen de vereiste papieren nodig, maar ook de juiste connecties en een smak geld. Sollicitanten moeten zich via kennissen inkopen in de desbetreffende dienst. Entreegeld van 1 miljoen rupiah (1.000 gulden) is niet ongewoon. Menigeen steekt zich voor zo'n baan diep in de schuld.

Het is een kwestie van geven en nemen. Er is altijd wel iemand te vinden die een aspirant-politieman de inkoopsom voorschiet: een agent die bij je in de schuld staat, heeft een hoop te bieden. Daar staat tegenover dat de sterke arm ook kan nemen: hij heeft immers opsporings- en bekeuringsbevoegdheid. Zo haalt menige politieman bij de burger wat hij in onvoldoende mate van de staat krijgt. Bij de nadering van dure feestdagen blaast hij gewoon vaker op zijn fluit.