"Gebrek aan goede instrumenten'; Chinese orkesten buigen zich over westerse muziek

PEKING, 28 DEC. Na twee en een half jaar diepvries als gevolg van het bloedige drama van zomer 1989, is de culturele dooi in de Nederlands-Chinese betrekkingen begonnen.

Twee jonge Nederlandse musici, dirigent Jules van Hessen en cellist Roeland Duijne maken momenteel een concert-tournee door China. In Peking heeft Van Hessen met China's top-orkest, de "Central Philharmonic" twee concerten gegeven. Momenteel is hij in Shanghai voor nog eens twee concerten. Behalve een werk van Hendrik Andriessen en een Chinees stuk dat - zoals heel vaak - over de maneschijn ging werden voor een overvolle zaal de Variaties op een Rococo-thema voor cello en orkest van Tsjaikowski en de Achtste Symfonie van Dvorak uitgevoerd. Duijne's spel en vooral zijn intense mimiek bekoorden de Chinese toehoorders zodanig dat ze hem drie maal terug applaudiseerden, iets wat zeer uitzonderlijk is in het gereserveerde China.

Chinese musici zijn technisch niet de mindere van hun westerse collega's, maar zij vertonen zelden de emoties en het stuntwerk van hun blanke confrères. Hetzelfde geldt voor Chinese dirigenten, die meestal als eerbiedwaardige standbeelden op de katheder staan en minimaal gesticuleren. De enthousiaste, hyper-actieve stijl van Jules van Hessen was dan ook een verrassend schouwspel. Grote, zware symfonieën zoals van Dvorak zijn de moeilijkste opgaven voor een Chinees orkest, waarin de strijksecties heel redelijk spelen, maar de blazers het niet echt halen. Van Hessen zei dat bijvoorbeeld het derde deel van Dvorak's Achtste een melancholisch-nostalgische sfeer vereist, die zij niet begrijpen.

“Het heeft mij tijdens de repetities waanzinnig veel moeite gekost om dat een beetje erin te krijgen”, zegt Van Hessen. “Ze spelen dat overmatig agressief en schetterend. Dat hele zachte en donkere, dat kennen ze niet. De dingen wollig en legato en mild van klank krijgen is bijna onmogelijk. Daarentegen kunnen ze hier verbazingwekkend goed kort en snel "kheng kheng kheng !" staccato spelen, dat kun je in het westen bijna niet gedaan krijgen”.

Van Hessen meent dat de Europese klassieke muziek-beoefening in China nog steeds in het beginstadium verkeert. Maar gezien de politiek-sociale wisselvalligheden - tegenslagen zoals de Culturele Revolutie - vindt hij het wel heel sympathiek. Hij verwacht dat de Chinezen het voorbeeld van Japan zullen volgen, waar tien jaar geleden rap en virtuoos, maar muzikaal ongenuanceerd werd gespeeld en nu gebeurt het even goed, zoniet beter dan in het westen. Over het tijdsbestek van de Chinese inhaalmanoeuvre is Van Hessen niet zo optimistisch. “De economische omstandigheden voor Chinese musici zijn te ongunstig. Er is gebrek aan alles: goede instrumenten, bladmuziek en hulpmiddelen”.

De ster-musici gaan allemaal voor voortgezette studie naar het westen. Als zij het daar maken komen ze nooit meer terug en dat betekent kwaliteitsverlies voor de orkesten. Musici in China brengen bijna avond aan avond door in zelfgevormde kamerorkestjes in de grote westerse hotels om bij te verdienen, hetgeen ten koste gaat van repetities en concerten, discipline en precisie. Volgens Van Hessen - zelf klarinettist - deugen de klarinetten in China niet. De Chinezen spelen op goedkope "Selmers' of op in China gemaakte instrumenten, waarop het uiterst moeilijk spelen is. Het gevolg is dat de musici weinig zorg voor hun instrumenten hebben. Ze laten ze slingeren en in de kou liggen. Voor de zware instrumenten zoals contrabassen hebben ze geen goede kisten, maar foedralen, en de bassen, pauken en tuba's worden bij wintertemperaturen op open vrachtwagens vervoerd. Bijna alle muziek wordt gefotokopieerd of met de hand overgeschreven.

Muzikale uitwisselingen met China hebben hun grenzen omdat de Chinese staat er vrijwel geen cent in steekt. Voor westerse orkesten is het lucratief om in Japan op toernee te gaan, maar in China moeten ze het zelf financieren. Zoiets kan dan ook alleen met steun van de eigen regeringen en het bedrijfsleven. Het optreden van Van Hessen en Duyne is ook deels aan de Nederlandse regering en commerciële sponsors te danken. De jonge dirigent-klarinettist ziet dit als een tweesnijdend zwaard. Hij bepleit dat westerse landen uit appreciatie voor de verwestersing van het Chinese muzikale leven meer dirigenten sturen en "workshops" houden, met coaches voor met name blazers. Dit zou bijvoorbeeld in samenwerking met de producent van de beste klarinetten ter wereld, Buffet-Crampon, moeten gebeuren, die dan een generatie klarinettisten van de toporkesten van goede instrumenten voorziet. “Over 20 jaar weet dan iedereen dat Buffet-Crampon de beste is. Dat komt de fabrikant ten goede en zou zeer bijdragen tot een volwassen muziekleven”, aldus Van Hessen. De eerste stappen zijn er al, want in het kader van de zusterrelatie Rotterdam-Shanghai bestaat er een samenwerkingsverband tussen de conservatoria van de beide steden.

Roeland Duyne noemt nog een belangrijke oorzaak voor de onbekendheid van de Chinese musici met de westerse muzikale interpretatie. China's CD- en platenindustrie is nog te onontwikkeld. “Als wij in het westen willen weten hoe in Berlijn of in Boston Brahms wordt gespeeld grijpen we in onze platenkast. Een Chinees heeft dat comfort niet.”