Florida in zeven weken (7); Bingo bij de Indianen

Bij de metropool Miami-Fort Lauderdale komen drugs in groothandelspartijen binnen. Enorme schijnwerpers zoeken 's nachts naar verdachte vliegtuigjes en in vier dagen mocht ik tweemaal meemaken dat de politie zich 's avonds met helikopters naar het strand haastte, één keer gepaard met luid mitrailleurvuur en geïsoleerde knallen uit andere wapens, terwijl het flanerend publiek zich voor de zekerheid tegen winkelgevels drukte.

Een paar kilometer stadinwaarts heerst een heel ander soort wetteloosheid. In Florida is gokken verboden, maar je kan er op slag rijk worden in een kolossale bingohal. Op dezelfde locatie, net honderd hectare, worden dagelijks ettelijke kubieke meters belastingvrije sigaretten verhandeld. Wetteloosheid is misschien niet het juiste woord; er gelden andere wetten, namelijk van Indianen. Hun verhaal begint ruim tweehonderd jaar geleden toen de restanten van verslagen en verdreven Indianenstammen uit noordelijker staten zich in de onbewoonde moerassen van Florida verzamelden. Samen met gevluchte slaven vormden ze in de loop van een paar generaties een nieuwe stam met een flinke dosis zwart bloed, de Seminoles.

Tot de blanken het gebied ook ontdekten: in 1835 begon de Seminole War, afgezien van de burgeroorlog het grootste gewapende conflict op Amerikaans grondgebied. Tweehonderdduizend man federale troepen traden aan tegen vijfduizend Seminoles (mannen en vrouwen) die met een ontwijkende guerrillatactiek het terrein tot hun bijna onoverwinnelijke bondgenoot maakten. Toen de kruitdamp in 1842 optrok waren er nog driehonderd Indianen over - de rest was dood of gedeporteerd naar wat nu Oklahoma is. De laatste Seminoles hadden zich zo ver in de moerassen teruggetrokken dat het leger geen belangstelling meer had, ook niet in een verdrag. Dat werd pas getekend in 1957. De Indianen van Florida onderwierpen zich aan het federale gezag in ruil voor financiële bijstand en vijf officiële reservaten waar ze grotendeels autonoom mochten blijven. Een van de stukken land die de blanken wel konden missen was het onontgonnen perceel tussen Miami en Fort Lauderdale waar nu de bingohal boven alles uittorent.

“De twee steden kwamen hierheen”, stelt Billy Cypress, directeur van het Ah Tha Thi Ki Seminole-museum in oprichting, met enig leedvermaak vast. “Toen ik hier veertig jaar geleden opgroeide woonden we nog in huizen op palen en stookten we rookvuren tegen de muggen.” Tegenover de winst van de bingohal en de sigaretten staan echter belangrijke verliesposten. Hier en daar is nog een traditioneel huis te vinden: als souvenir, in de tuin bij een woning vol westers comfort.

Ernstiger is dat ook vrijwel de hele rest van de Seminole-cultuur in ijltempo afkalft, en vandaar het museum. “We willen laten zien hoe we vroeger woonden en leefden, maar niet alleen aan blanke bezoekers. We hopen ook dat onze kinderen zich beter bewust zullen worden van hun eigen identiteit. In Florida leven nu 1900 Seminoles en een paar honderd leden van andere stammen: we moeten onze uiterste best doen om zichtbaar te blijven en niet te worden platgelopen. Het militaire conflict is historie, maar dit is onze nieuwe strijd. Mijn vrouw en ik spreken onze eigen taal nog, maar de jeugd heeft niet erg veel belangstelling.” Volgens Cypress valt de taal alleen nog met speciale onderwijsprogramma's te redden. “In de steden zoals hier kan de jeugd alleen overleven door zich aan te passen. Als onze cultuur nog een kans heeft, ligt die in de reservaten in het binnenland.”

De volgende dag rijd ik anderhalf uur naar het westen over de snelweg door de Everglades en dan over een smalle weg naar het noorden. Veel roofvogels in de lucht en groepen reigerachtigen in de berm. Remmen voor een overstekende schildpad. Tijdens een stop ineens luid geplons: een alligator, vijf meter verder. Na zeventien mijl begint het Big Cypress Reservation, waar 650 Seminoles 27.000 hectare de ruimte hebben. Wel veel, maar erg nat. Er staan nog een paar vervallen chickees. Leeg, want iedereen woont in een bungalow, soms wat verveloos en vaak met een paar half gedemonteerde auto's op het erf. Er leeft ook een half dozijn blanken. Eén van hen is David Holloway uit Texas, ex-marinier en voor een kwart Cherokee. We treffen elkaar in het enige café annex winkel. Een dikke Indiaanse mamma spoelt de glazen terwijl aan de bar een jongen, met zonnebril en lang zwart haar in een staart op zijn rug, bewegingloos naar een schietfilm op de televisie kijkt. Het meubilair is in plastic en formica gehouden en de produkten in de rekken zijn eveneens door de overwinnaars gefabriceerd. Als de Seminole-cultuur hier zijn beste overlevingskansen heeft, zijn ze inderdaad niet groot.

Maar Holloway heeft veel goed nieuws. In een auto met een uiterst lekke uitlaat knetteren we even later over zandwegen waar, als alles goed gaat, binnen een paar jaar hordes toeristen voor opstoppingen zullen zorgen. Holloway is door de stam ingehuurd om een deel van de attracties op te zetten. Het Ah Tha Thi Ki museum, bij voorbeeld, waar de chickees niet vervallen zijn, want nog maar net opgeleverd. Als alles draait zullen Seminoles, in tradtionele kledij uiteraard, hier zingen en dansen en brood bakken. Een van de expostiehallen is ook al klaar. De totale investering is geraamd op tien miljoen dollar, maar de Seminoles zijn vrij vermogend. “Hun kracht is dat ze sterk op de toekomst zijn gericht, en goed georganiseerd, maar zonder veel individuele ambities”, verduidelijkt Holloway. “Ze vormen een van de meest welvarende stammen in Amerika.” Volgens hem en tal van anderen is met name de democratisch gekozen chairperson James Billie een manager zonder weerga. En ook een bekwaam alligatorworstelaar. En zanger. Hij is vandaag niet te spreken, want in Alaska, maar de runway voor zijn tweemotorige zelfbestuurde privé-vliegtuig getuigt van zijn greep op de situatie.

De meeste economische activiteiten van de Seminoles worden omkaderd door een tribale exploitatiemaatschappij die ondermeer - met vijf miljoen dollar winst per jaar - de citrusboomgaarden in Big Cypress beheert. Mexicanen, Haïtianen en enkele Seminoles verdienen er tweehonderd dollar per dag als ze hard doorplukken. We houden halt en Holloway vist een paar grapefruits ter grootte van kleine meloenen uit het gebladerte. “De beste in Amerika”, garandeert hij. “In Japan brengen ze meer dan tien dollar per stuk op, serieus.” De fruit-, bingo-, tabaks- en andere winsten worden door de Seminoles geïnvesteerd voor de toekomst of uitgedeeld onder bejaarde, studerende en in moeilijkheden geraakte stamleden. In centraal Florida is het communisme nog springlevend.

Ook in het reservaat staat een bingohal, zeker twee keer zo groot als het exemplaar bij Ft. Lauderdale, maar veel minder goed bezocht. “Een misrekening”, weet Holloway. “De bouw kostte zo veel dat er niet genoeg over was voor de prijzenpot.” Als de toeristenstroom goed op gang komt zal dat echter veranderen, verwacht hij. Behalve op een bijna gereed trailercamp en de reeds genoemde attracties zullen ze vooral af moeten komen op het safaripark in aanleg - Holloways voornaamste activiteit. Binnen een hoog hek van acht mijl lengte rennen inmiddels wilde zwijnen uit Europa, antilopen uit Afrika, oryxen uit het Midden-Oosten en witstaartherten uit Florida zelf. Als de onvermijdelijke chickees voor de overnachtingen gereed zijn, zullen de bezoekers overdag vanuit terreinwagens op het wild mogen schieten - naar keuze met een geweer of een camera.

Bij onze aankomst galoppeert een zwijn tot zijn middel door het water het beeld uit en het zand rond het bivak is inderdaad vol hoefdiersporen. Het is lunchtijd en de Seminoles die onder Holloways leiding de laatste chickees timmeren, zouden makkelijk te interviewen moeten zijn. Maar dat valt tegen. Een van de bouwvakkers vertelt dat hij twintig jaar geleden van een chickee met muskietennet naar een moderne woning verhuisde. “Maar we nemen ook veel slechte dingen van de blanken over. Alcohol bij voorbeeld. En de jongeren denken dat ze er erg op vooruitgaan. We moeten veel zuiniger zijn op onze tradities. Soms wou ik dat ik weer in een chickee woonde, dan zou ik niet zoveel rekeningen krijgen.”

Holloway heeft zijn reactie klaar: Think of not having too many musquitos. And the icecubes.

Foto: Seminoles bij het safaripark dat aangelegd wordt in het Big Cypress Reservation; Foto: Michiel Hegener