Expositie toont stukje vergeten geschiedenis

Tentoonstelling: Inzet in Nederlands-Indië. 1945-1950. Te zien in het Legermuseum, Korte Geer 1, Delft. Tot 6 september 1992.

DELFT, 28 DEC. Over de inzet van Nederlandse en inheemse troepen tegen Indonesische vrijheidsstrijders tussen 1945 en eind 1949 zijn al veel boeken en artikelen verschenen, maar een overzichtelijke tentoonstelling ontbrak nog. Het Koninklijk Nederlandse Leger- en Wapenmuseum in Delft heeft een serieuze poging gedaan deze oorlog in beeld te brengen.

Onder de titel Inzet in Nederlands-Indië 1945-1950 is aan de hand van foto's, affiches, wapentuig, geüniformeerde poppen en talloze voorwerpen met zorg een unieke expositie ingericht, zoals die nog niet eerder was samengesteld. Te zien is ondermeer een originele weapon carrier, maar ook postzegels van de Republik Indonesia, die toen nog niet officieel door Nederland was erkend. Het pronkstuk is de originele acte van souvereiniteitsoverdracht in december 1949. Opvallend is de collectie Indonesische revolutionaire affiches van de toen nog vaak als extremisten, of ploppers aangeduide vrijheidsstrijders.

Helaas blijven enkele aspecten van de strijd onderbelicht. De kwestie van de dienstweigeraars, die in Nederland de gemoederen danig heeft verhit, wordt afgedaan met één foto en het boekje erover van Bals en Gerritsen. Hierover bestaat veel meer beeldmateriaal. De tentoonstelling schenkt ook aandacht aan de pogingen van voornamelijk in Australië gelegerde Nederlandse troepen om gewapenderhand Indië op de Japanners te heroveren. Ondermeer wordt een foto getoond van Surinaamse vrijwilligers die met wapens leren omgaan. Waarom dan niets over de Netherlands Indies Civil Administration (NICA) op het - door de Amerikanen - veroverde Nieuw Guinea, en over de deelname van Nederlandse en Surinaamse troepen - samen met Australiërs - bij de bezetting van de olievelden op de Oostkust van Borneo? Ook daarover bestaat voldoende interessant beeldmateriaal.

Over de excessen, zowel van Indonesische zijde tijdens de zogeheten Bersiap-periode, als van de Nederlands militairen zijn de samenstellers ook zeer terughoudend geweest. Gruwelfoto's uit de Bersiap ontbreken en de Nederlandse excessen worden bijna exclusief in de schoenen geschoven van het Korps Speciale Troepen onder aanvoering van kapitein R. Westerling. Het is inmiddels wel bekend dat men ook bij andere onderdelen van de Koninklijke Landmacht (KL) en het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL) af en toe buiten zijn boekje ging.

Aandacht voor een stukje "vergeten' vaderlandse geschiedenis, waarop Nederland overigens niet al te trots hoeft te zijn, is toe te juichen, maar dan graag met iets meer objectiviteit en volledigheid. Het is een jammerlijk gemis dat de militaire campagnes bij Balikpapan en Tarakan (Oost-Borneo), ook al waren ze niet van beslissende aard, in het geheel niet woren genoemd. Er is nog iets: de tekst op sommige panelen is te klein en daarom slechts met de grootste moeite te lezen. Afgezien van deze detailkritiek is de expositie in Delft zeer zeker een bezoek waard.

Tegelijk met de tentoonstelling heeft het Legermuseum een lespakket voor het voortgezet onderwijs uitgegeven.

Foto: Panorama van 14 juli 1949. (Foto NRC Handelsblad- Freddy Rikken)