Exibitionisme tussen de gordijnen

Waartoe dient het buitenland anders dan ter bevestiging van de eigen waarden? Vooral in deze donkere dagen kan de teruggekeerde reiziger huiverend van genoegen door de kille straten lopen: zelfs buiten maakt hij deel uit van het Hollandse binnenhuis. Hij passeert de duizenden verlichte gaten in de straatwand die hem voor een paar seconden opnemen in evenzovele huishoudens. Televisieprogramma's zijn perfect te volgen door snelle blikverplaatsing naar de volgende etalage. De open gordijnen en de marginale bovenvitrage gunnen een onbelemmerde inkijk.

De bezoekende buitenlander kan zich verkijken op deze situatie: hij posteert zich voor zo'n uitnodigend venster om rustig enige etnologische observaties te doen: daar ligt een lid van de species homo sapiens sapiens Hollandicus L. ostentatief te slapen, de mond wijd open. Daarnaast zit waarachtig een hele familie rond een bak knabbeltjes. Zijn Nederlandse gids sleurt de vreemdeling gauw weg. Als autochtoon kent hij het subtiele codesysteem: de voorbijganger wordt geacht te kijken, maar niet gezien te hebben.

Wat is het toch dat Nederlanders zo publiek maakt in hun interieur? In den vreemde zijn huizen kastelen, die met de straat hoogstens communiceren via kleine vensters. Deze worden bij het eerste teken van de duisternis gesloten met gordijnen van zwaar velours of door onverbiddelijke rolluiken.

Toen een in het Kleefse wonende collega van de letterenfaculteit onlangs een causerie hield over zijn grensoverschrijdende ervaringen, kwam natuurlijk ook de Nederlandse open-venster-politiek ter sprake. Dan toont een facultas litterarum zich op haar best: binnen enkele minuten lag er een reeks theorieën op tafel ter verklaring van deze idiosyncrasie.

Zij had - hypothese 1 - alles te maken met het calvinistisch-burgerlijke geestesmerk van de natie: "we hebben niets te verbergen hoor, dominee of andere zedemeester'. Door zich te onderwerpen aan de blik van de buitenwereld ontdoet men zich effectief van de "embarrassment of being rich' (Schama).Maar de oudere leden van de faculteitsclub wisten zeker dat in hun jeugd de gordijnen dicht bleven. Het kon dan wel zijn dat de hedendaagse gewoonte perfect paste in de kleinburgerlijke domineescultuur, maar zij moest betrekkelijk recent deze uitdrukking hebben gevonden.

Hypothese 2 legde een verband met het bevrijdingssyndroom: Nederland was zo opgelucht dat de verduistering voorbij was dat het collectief de gordijnen openschoof en het zo voor altijd liet.

Haaks hierop staat de derde theorie die stelt dat in de duistere oorlogsjaren de gordijnen juist werden opengelaten om het kleinste sprankje licht van buiten te vangen: zelfs de maanstralen werden gewaardeerd als bijverlichting.

Welnee, - hypothese 4 -, de gordijnen bleven dicht tot lang na Reves De Avonden. Pas in de loop van de jaren vijftig toen de eerste welvaart het teakhouten meubilair in de huiskamer bracht, wilde de Nederlander laten zien dat hij meeging met zijn tijd. Subtheorie 4a voegt hieraan nog toe dat de introductie van de televisie versterkend werkte: het bakelieten bakbeest werd tussen de twee vensters geplaatst. Zo kon men wachten of het toch "nog wat werd met het programma' en tegelijk de straat in het oog houden.

In de jaren zeventig was de rite in ieder geval al zo sterk gefundeerd dat het een daad van ongehoorde burgerzin werd om de gordijnen te sluiten; zalvend spoorde Den Uyl ons aan zo olie te sparen. Ook achter de gordijnen kon het leven kwaliteit hebben.

De Nijmeegse faculteitsdiscussie eindigde in hilarische verwarring. Maar het probleem moet toch oplosbaar zijn. Er leven nog genoeg individuen die - volgens verfijnde technieken van de "oral history' - rekenschap kunnen afleggen van de cultuuromslag. Het tellen en vergelijken van verlichte vensters op foto's kan een cliometrische dimensie geven aan een waarlijk nationaal onderzoek. Enkele moraaltheologen en buitenlandse geleerden horen ook in de projectgroep thuis: het gaat om onze plaats in de familie van naties.

Wetenschap is altijd op zoek zijn naar zichzelf. Wat maakt meer over onszelf duidelijk dan de definitieve oplossing van het raadsel waarom de Nederlander tussen de gordijnen exhibitioneert?