Door insiders getipte opvolger van topman Van Wachum hoopt ook op Irak; "Shell zoekt genaaste olievelden weer op'

DEN HAAG, 28 DEC. De Koninklijke Shell-Groep voert oriënterende gesprekken met Iran en andere OPEC-landen over terugkeer naar de olie- en gasgebieden waar de belangen van de maatschappij in de jaren '70 waren genationaliseerd.

Dit zegt John Jennings, lid van de Groepsdirectie van Shell en door insiders getipt als opvolger van topman ir Lo C. van Wachum (60) die volgend jaar met pensioen gaat (Jennings: “Ik adviseer u sterk daar niet naar te luisteren. Pure speculatie”.) Jennings sluit de mogelijkheid niet uit dat Shell op den duur ook oliebelangen in Irak kan opbouwen. Voorafgaande aan de invasie van Saddam Hussein in Koeweit, augustus vorig jaar, had Shell verscheidene malen overleg met de Irakezen. Het concern is actief in meer dan 100 landen, maar wil zijn energiereserves waar mogelijk uitbreiden en ziet daarvoor weer kansen in de OPEC-landen.

Shell kan waarschijnlijk binnen niet al te lange tijd terugkeren naar Venezuela, lidstaat van OPEC. Het Venezolaanse Congres beoordeelt binnen enkele weken een regeringsvoorstel voor een groot project voor het vloeibaar maken en exporteren van aardgas waarin Shell en andere maatschappijen willen samenwerken. Volgens welingelichte kringen in Caracas staat een meerderheid in de parlementaire commissie die het plan behandelt er positief tegenover.

Enkele weken geleden werd bekend dat Shell ook druk bezig is weer voet aan de grond te krijgen in de voormalige Sovjet-Unie, waar de Shell-bezittingen in de jaren '20 waren genationaliseerd. Daar is het waarschijnlijk mogelijk dat het concern een deel van de olie en het gas die het zou produceren, in eigendom verwerft, net zoals dat vóór de Russische revolutie het geval was.

In een aantal OPEC-landen zal dat waarschijnlijk niet mogelijk zijn, zegt John Jennings. “Wij begrijpen dat kwesties als de eigendom en controle over natuurlijke hulpbronnen en de rol van particuliere ondernemingen erg gevoelig liggen. De grondwet van de Islamistische republiek Iran bijvoorbeeld, verbiedt privé-eigendom van energie. Daarom overwegen wij nieuwe soorten overeenkomsten die rekening houden met die gevoeligheden, maar toch tegemoet komen aan onze eigen voorwaarden, die neerkomen op commercieel verantwoorde transacties. Een nieuwe overeenkomst zou kunnen inhouden dat we beloond worden voor de ontdekking van nieuwe reserves, of voor de hoeveelheid nieuwe olie en gas die wordt aangetoond ofwel voor de toegenomen produktie uit bestaande velden.”

In principe gaat het in Shells streven om alle grote olielanden in de Golf-regio, zegt Jennings. “Ze hebben allemaal kapitaal en moderne techniek nodig, om hun bestaande oliebronnen maximaal te benutten, maar ook omdat ze nieuwe velden moeten ontwikkelen, want naar het zich laat aanzien zal de totale dagelijkse vraag naar OPEC-olie met zo'n 1 miljoen vaten per jaar toenemen. Dat komt doordat de olieproduktie buiten OPEC gelijkblijft, terwijl het Internationaal Energie Agentschap in Parijs voorspelt dat de wereldvraag jaarlijks met zo'n 1,5 procent stijgt. Veel zal overigens afhangen van de snelheid waarmee de produktie in de voormalige Sovjet-Unie kan worden opgevoerd. Maar alleen al in de Golf-regio beloopt de kapitaalbehoefte in de olie-industrie dit decennium tientallen miljarden dollars.”

Jennings voorspelt een vrij stabiele ontwikkeling van de olieprijs “niet ver van het huidige niveau van zo'n 18 dollar per vat Noordzee-olie, in elke geval voor de eerste helft van dit decennium”. Hij meent namelijk dat OPEC weer een overcapaciteit voor de produktie zal opbouwen als Koeweit zijn oliebronnen weer op peil brengt, Saoedi-Arabië de produktie verder uitbreidt en Irak op langere termijn weer gaat exporteren.

“Enkele OPEC-landen kunnen behoorlijk grote nieuwe reserves relatief makkelijk tot produktie te brengen. Bijvoorbeeld in Saoedi-Arabië. Daar hebben ze weinig nieuwe techniek nodig en ze beschikken over een degelijke, volwassen nationale oliemaatschappij. Dus ik verwacht niet dat een aanbod van Shell om daar in de exploratie en produktie mee te doen, waarschijnlijk is. Hetzelfde geldt voor Koeweit.” Maar in Iran is het niet zo makkelijk de produktiecapaciteit van vóór de eerste Golfoorlog met Irak weer op te bouwen en uit te breiden, weet Jennings. “Dat vereist uitgebreide gas-injectie in de oliebronnen, en dergelijke technieken. Iran heeft behalve olie enorme gasreserves. Het ontwikkelen van de gasproduktie wordt een belangrijk deel van hun energie-industrie, maar daarmee hebben ze geen ervaring. Shell wèl en we zouden ze dus van dienst kunnen zijn met onze technologie en ons kapitaal. We hebben voorbereidende gesprekken met de Iraniërs gehad. Of we in staat zullen zijn een nieuwe commerciële relatie met hen aan te gaan, is nu nog niet duidelijk. Maar het overleg gaat door.”

Zal Shell met gesprekken in Irak wachten tot president Saddam Hussein van het toneel verdwijnt en er politiek veranderingen optreden?

“Wij hebben geen contact met Saddam en het is erg moeilijk te voorspellen hoe de zaken zich in Irak zullen ontwikkelen. Maar wat ik wel kan zeggen is dat wij de laatste twee jaar voorafgaande aan de Golfoorlog verscheidene gesprekken met de Irakezen en hun staatsoliemaatschappij hebben gevoerd, net als veel andere maatschappijen trouwens. Sinds begin jaren '70, toen wij werden genationaliseerd, heeft dat land geen particuliere oliemaatschappijen toegelaten. Van tijd tot tijd leek het erop dat we uitgenodigd werden om weer terug te keren, en soms gooiden ze ook de deur weer voor onze neus dicht. Je moet nu zeer voorzichtig zijn, maar uiteindelijk zal er weer veel olie in Irak gewonnen moeten worden en dus is het wellicht mogelijk dat er op langere termijn weer een plaats voor ons is.”

Venezuela gaat in een sneller tempo in de richting van overeenkomsten met particuliere maatschappijen voor de oliewinning, zegt Jennings. Dit beleid wordt sterk gestimuleerd door president Carlos Andres Pérez (dezelfde die in 1976 de olie-industrie nationaliseerde) en olieminister Armas, want Venezuela is bezig met een marktgericht economisch hervormingprogramma waarin vergroting van de olie- en gassector een belangrijke plaats heeft. Shell wil samen met Exxon, Mitsubishi en PdVSA-dochter Lagoven 3 miljard dollar investeren om in San Christóbal, Oost-Venezuela, vanaf 1997 4,4 miljoen ton vloeibaar aardgas per jaar te exporteren.

De contacten met OPEC-landen zijn spannend voor Shell, maar een van de grootste vraagtekens noemt directeur Jennings of het weer mogelijk zal zijn een commerciële positie voor de Groep te verwerven in de voormalige Sovjet-republieken. “En zoja welke omvang die dan zullen aannemen in de behoefte aan geld, personeel en de duur dat we daar bezig kunnen zijn. We zien daar een heel nieuw gebied dat kan worden geopend. Alle tekenen wijzen erop dat het antwoord op mijn retorische vraag ja zal zijn. Het ziet er naar uit dat de republieken die nu onafhankelijk worden graag commerciële relaties graag willen met maatschappijen als de onze.”

De vraag of het nieuwe Energie-Handvest (plan-Lubbers, red.), dat vorige week door alle republieken werd getekend, daarbij behulpzaam kan zijn, beantwoordt Jennings niet direct met groot enthousiasme. “Het doet geen schade, het kan wel helpen een algemeen kader te creëren dat zeer nuttig is bij het vaststellen van de basisregels van het spel, zoals wettelijke bepalingen voor de bescherming van investeringen, vrije toegang tot de energiebronnen en het recht voor Westerse ondernemingen om die energie te exporteren en de winst terug te leiden naar de hoofdvestiging. Maar het is natuurlijk nog lang niet zover. En je moet oppassen dat je daarmee niet een heel nieuwe bureaucratie opzet, dat je niet het hele proces centraal wil gaan sturen door bijvoorbeeld Brussel. Dat zou zeker niet helpen.”

“De potentiële mogelijkheden zijn enorm, want de Sovjet-olie-industrie was de grootste ter wereld. De schaal is zó groot, als je bedenkt dat aardgas van Siberië naar Moskou over een afstand van 3.500 kilometer wordt getransporteerd, en dat het werkgebied zich uitstrekt van de woestijnen in Kazachstan tot het poolgebied van Siberië. De grote variaties in het klimaat en logistieke problemen, de slechte infrastructuur, de enorme hoeveelheid installaties, de problemen die je ontmoet bij de uitvoering van je werk, bijvoorbeeld verbetering van de flenzen, pompen, booruitrusting en ander benodigd materiaal, maken het oplossen van de energiecrisis in Oost-Europa tot een enorme opgave. Maar Shell heeft veel ervaring met dat soort problemen. We hebben grote belangstelling voor de nieuwe republieken en zijn volop met ze in gesprek.”