Dollar in duikvlucht

In de afgelopen verslagperiode, van 13 tot en met 24 december, heeft de Amerikaanse dollar opnieuw behoorlijke klappen gekregen.

Hoewel de dollar aanvankelijk wat sterker werd op grond van de onzekere politieke situatie in de voormalige Sovjet-Unie en van wat economische cijfertjes, moest de geringe winst in de loop van vorige week worden prijsgegeven. De financiële markten waren bijna unaniem van mening dat de Fed het disconto en het "Fed funds' tarief wederom zou verlagen en wel met wederom een half procentpunt ten einde de economie uit het slop te halen. Minder eenduidig werd de kans op een Duitse renteverhoging ingeschat. Als zo'n stap al zou worden genomen, dan zou die een verhoging van het Lombard-tarief met een kwart procentpunt inhouden.

De Bundesbank nam uiteindelijk het voortouw met een verrassende verhoging van Lombard èn disconto met een half procentpunt. De dollar dook daarop omlaag. Hoewel vervolgens velen meenden dat door de Duitse renteverhoging - die op puur binnenlandse gronden was genomen - een Amerikaanse renteverlaging op korte termijn zou uitblijven, verlaagde de Fed vorige week vrijdag het Amerikaanse disconto met maar liefst een vol procentpunt. Hierdoor bleef de dollar in een eerder ingezette duikvlucht omlaag gaan.

Voorlopig lijkt een verdere verkrapping in Duitsland en nog meer verruiming in de Verenigde Staten niet voor de hand te liggen. De Bundesbank heeft na een serie verbale waarschuwingen aan het adres van werkgevers en werknemers even de mattenklopper laten voelen en zal nu het effect willen afwachten. Ook de Fed heeft zijn werk voorlopig gedaan en zal de gevolgen van de diverse renteverlagingen eerst eens willen aanzien. In tegenstelling tot de twee voorgaande discontoverlagingen - toen onmiddellijk twijfel in de markt ontstond over de toereikendheid ervan - waren geluiden van die aard nu vrijwel afwezig.

De Duitse renteverhoging werd onmiddellijk gevolgd door de Nederlandse Bank, de Deense en de Belgische centrale banken. De Ierse centrale bank volgde vrij spoedig daarna, terwijl de Banque de France pas op maandag reageerde met een verhoging van het interventietarief met 0,35 procentpunt en de Italianen op die dag hun disconto met 0,5 procentpunt verhoogden. Ook de Spaanse centrale bank verhoogde het interventietarief, maar de stijging bleef op grond van de sterke positie van de peseta binnen het EMS beperkt tot 0,25 procentpunt.

Het Britse pond wist zich zonder officiële renteverhoging (nog?) te handhaven, hoewel de geldmarkttarieven wel onder opwaardse druk stonden. Op 13 december was die valuta sterker geworden op grond van een uitspraak van minister van financiën Lamont dat sterling bij overgang naar de smalle bandbreedte in het EMS niet zou devalueren.

De Japanse yen verzwakte ten opzichte van de EMS-valuta's omdat de Japanse rente onveranderd bleef, maar werd sterker ten opzichte van de dollar.

Bank of Japan gouverneur Mieno verklaarde dat de Japanse munt sterker moet worden ten opzichte van de dollar teneinde het handelsoverschot met de Verenigde Staten terug te dringen.

Bron: Rabobank Nederland- Directoraat Financiële Markten