De toestand in de nieuwe wereldorde

"Er is een nieuw bondgenootschap tussen de naties gevestigd. We bevinden ons op een moment van zeldzame betekenis. Hoe ernstig de crisis in de Perzische Golf ook is, ze biedt ons de gelegenheid de grondslag te leggen voor een historische periode van samenwerking. Uit het tumult van deze crisis kan een nieuw doel verrijzen: een nieuwe wereldorde. Er kan een nieuw tijdvak aanbreken, waarin de dreiging van de terreur zal zijn bedwongen, waarin gerechtigheid en vrede krachtiger zullen worden nagestreefd. Een tijdvak waarin alle naties, oost en west, noord en zuid, in welvaart en harmonie zullen kunnen leven.'

Dat was het perspectief voor de wereld volgens president Bush, op 11 september 1990. In zijn rede voor de gezamenlijke zitting van het Amerikaanse Congres - Senaat en Huis van Afgevaardigden - gaf hij eerst een opsomming van de vier directe doelen in de strijd tegen Saddam Hussein: de onvoorwaardelijke ontruiming van Koeweit, herstel van de wettige regering, verzekering van vrede en stabiliteit in de regio en bescherming van de Amerikaanse burgers. Daarachter lag het vijfde doel, veel groter en grootser, op lange termijn voor het heil van de mensheid: de vestiging van de nieuwe wereldorde.

Zo is de nieuwe wereldorde als leuze geboren. Er volgde meer retoriek. ""Honderd generaties hebben naar dit uitzicht op de vrede gezocht terwijl duizend oorlogen woedden. Nu worstelt een nieuwe wereld naar het licht, een andere wereld dan die we kennen, een wereld waar de regels van het recht zullen gelden en niet de wetten van de jungle, een wereld waarin de naties samen de verantwoordelijkheid zullen dragen voor vrijheid en rechtvaardigheid, een wereld waarin de sterken de rechten der zwakken zullen eerbiedigen.''

Het begon al een beetje op de Bergrede te lijken, en - zoals wij die in de beschaving van de massacommunicatie zijn geboren en getogen, maar al te goed weten - voor iedere wereldleider kom er een ogenblik waarop hij zijn eigen Bergrede uitspreekt. Present at the Creation heten de memoires van Dean Acheson die zo'n groot aandeel heeft gehad in de naoorlogse Amerikaanse buitenlandse politiek. Uit het puin van de Tweede Wereldoorlog moest een nieuwe internationale samenleving worden gebouwd. Het is toen ook wel een orde geworden al was het niet de orde die de idealisten van 1945 voor ogen hadden.

Was de "nieuwe wereldorde' volgens de formule van Bush een produkt uit nood geboren? Was het een truc van een president die een riskante oorlog in het verschiet had en minder dan twee jaar daarop de volgende verkiezingen? Een leuze, bij de geboorte al rijp om te worden bijgezet op het leuzenkerkhof, naast The Great Society, The Alliance for Progress en It's Morning Again in America?

Iedereen die aan het einde van deze eeuw een formule uitvindt waarin de definitieve zonsopgang in de wereldpolitiek wordt beloofd, kan rekenen op een schampere ontvangst. Niemand weet nog waar het opportunisme van de reclame eindigt en de noodzaak van de werkelijke politiek begint. De politiek wordt door de reclame opgetuigd tot er voor het blote oog geen verschil tussen gimmick en ernst valt te ontdekken. Als een president kan worden gemaakt door het halve Amerikaanse volk te bedotten, en uiteindelijk de hele natie, zoals in het geval van Reagan, waarom zou dan niet de hele wereld in dienst mogen worden gesteld voor de tweede ambtstermijn van zijn opvolger? Is dat de bedoeling van Bush geweest toen hij zijn nieuwe wereldorde lanceerde? De truc van de politieke reclame en de oprechtheid van de bedoelingen zijn onontwarbaar verstrengeld. Daarom geloven de mensen het wel. Ze hebben genoeg van duizendjarige rijken, om de hoek liggende heilstaten, schuivende panelen, culturele revoluties, glasnost, perestrojka, sociale vernieuwing, Huis Europa, Dorp Wereld en alles wat er nog in de duim van de politieke copywriters verborgen zit.

't Is tragisch, want de maatschappij kan niet zonder politiek, en politiek bestaat niet zonder perspectief. Iedere politiek behoeft een plan, en het is niet uitgesloten dat in september 1990 het denkbeeld van een nieuwe wereldorde meer in oprechtheid wortelde dan de gemiddelde leuze waarmee de gemiddelde politicus zijn geluk probeert. Bush heeft het gemeend zoals Acheson het meende, en misschien meent hij het nog.

Er was geen beter moment. Door de overwinning in de Koude Oorlog was het de Amerikanen duidelijk geworden hoe dat conflict in bijna een halve eeuw een overzichtelijke tweedeling van de wereld had veroorzaakt. De opgetogenheid over de zege was voorbij. Men begon te ontdekken hoe grondig het communisme zichzelf had vernietigd; hoe het op zichzelf de politiek van de verschroeide aarde had toegepast. Het besef daagde dat de maatschappij van de verslagen doodsvijand vreedzaam moest worden herbouwd. Het was noodzakelijk als het Westen wilde voorkomen dat de Sovjet-Unie in bloedige chaos zou ondergaan. Daarvoor moest een samenwerking op klassieke grondslag tot stand komen: de verslagene moest tot bondgenoot worden gemaakt, zoals dat met Duitsland was gebeurd. De verliezer had zich in de laatste fase van de worsteling niet definitief vernietigd in een "Letztes Aufgebot'; Moskou had geen "Stunde Nul' achter de rug. (Wie weet moet die nog komen). Daar zetelde een verstandig man die de supermacht van fase tot fase naar de onvermijdelijke nederlaag had gestuurd en daarbij de openbare capitulatie had weten te vermijden. Vijf jaar van muddling through in Moskou. In de Sovjet-Unie zowel als in de Verenigde Staten was als resultaat daarvan een begin van bereidheid ontstaan om een constructief wereldbondgenootschap aan te gaan.

Zover ongeveer waren de supermachten gevorderd toen Saddam Hussein zijn overval op Koeweit pleegde. Daarom zag die onderneming - niet meer ideologisch gedekt, door niets uitgelokt - eruit als een ouderwetse fascistische roofoverval, als de Italiaanse expeditie in Abessinië, een Arabische versie van Anschluss en Sudetenland. Als dit de ouverture tot de wereldorde van na de Koude Oorlog zou zijn, was er een wereld in voorbereiding waarin een alzijdig catch-as-catch-can de verhoudingen zou bepalen.

Die tegenstelling tussen het begin van een redelijk perspectief en de manier waarop Saddam zijn kans dacht waar te nemen, heeft Washington tot vastberadenheid gebracht. Zeer snel heeft de Amerikaanse diplomatie vervolgens een grote meerderheid in de Verenigde Naties weten te vormen. Dat het niet bij formele veroordelingen zou blijven werd bewezen door de expeditionaire macht die in Saoedi-Arabië werd opgebouwd. Het front tegen Saddam zag er al stevig uit toen Bush zijn rede voor het Congres uitsprak. Hij was juist terug van zijn ontmoeting met Gorbatsjov in Helsinki waar zijn toen nog collega-wereldleider hem steun had beloofd. In de eerste internationale crisis na de Koude Oorlog had de nieuwe wereldorde al een grondslag van organisatie gekregen nog voor ze zo gedoopt was.

""Nee, die nieuwe wereldorde van George Bush is geen truc'', zei Arthur Schlesinger jr. ""Het denkbeeld is in overeenstemming met de traditie waaruit hij voortkomt: die van de Eastcoast intellectuals. Bush leunt op de Stimson Doctrine, die ontstaan is na de overval van Japan op Mantsjoerije in de jaren dertig. Bush is wel conservatief, maar verre van een isolationist. Ik denk wel dat hij het meent, met zijn nieuwe wereldorde. Dat valt te waarderen, maar in zekere zin is dat juist het ergste. Moeten de Amerikanen daar weer de leiding nemen? Waarom doen jullie in Europa dat niet? De Amerikanen hebben andere problemen aan hun hoofd. Jullie Europeanen zijn bezig een nieuwe macht te vormen. Dat gaat misschien beter als jullie meteen grote verantwoordelijkheid aanvaarden. Jullie zijn aan de beurt. Het hoort tot de plichten van de Westelijke beschaving.''

""Professor, vergun mij in de lach te schieten'', zei ik. ""Wie zou dat bij ons moeten doen?'' en ik somde hem de staatslieden en wereldleiders op die de Oude Wereld mobilisabel heeft. Maastricht was nog ver weg. Nadat ik uit het hoofd hem mijn lijst had gegeven, wilde hij wel toegeven dat de leiders van de nieuwe wereldorde hoogstwaarschijnlijk niet binnenkort in Europa zouden opstaan. ""Maar'', besloot hij, ""in Amerika evenmin.''

Was Schlesinger te somber? Het grootste nadeel van een leuze is dat die als toverspreuk wordt opgevat. Zelfs politiek op de kleinste schaal vergt al de koppigheid van een stier gepaard aan het tempo van een slak en de behoedzaamheid van een haas. Bush heeft zijn nieuwe wereldorde niet uit het oog verloren. Het eerste doel - herstel van de Koeweitse soevereiniteit - is bereikt op een manier die heeft bevestigd dat de Amerikaanse macht, het organisatievermogen en de bereidheid om die te gebruiken onaangetast waren.

Wat daarna de Koerden is overkomen, is een tragisch intermezzo, al zullen de Koerden daar zelf anders over denken. De overwinning is in de eerste plaats gebruikt als punt van uitgang voor de vredesconferentie van het Midden-Oosten. Er is geen enkele orde denkbaar zolang de conflicten in deze regio onbeheersbaar blijven. Het grote succes van Madrid is, dat het een vervolg heeft gekregen. Daarmee is het begin gegeven van een constructie die een jaar geleden nog voor ondenkbaar werd gehouden.

Zo is ook de lijn naar ordelijker internationale verhoudingen gevolgd bij verval van het vroegere communistische rijk. "Managing the decline of the Soviet Union', is al drie tot vier jaar een van Washingtons doelstellingen. De grootste vraagstukken daarbij zijn de onvoorspelbaarheid van de ontbinding en de onderlinge krachtsverhoudingen die uit een nieuwe Unie, een statenbond of wat dan ook zullen groeien. Na de coup van augustus en de ontmanteling van Gorbatsjov is daar geen gesprekspartner met gezag meer. Hiermee is het niet meer eenvoudig een "managing the decline'. Men moet zijn weg zoeken in een doolhof dat nog volop in ontwikkeling is. De Amerikaanse buitenlandse politiek (en ook de Europese) heeft er twee opdrachten die moeten worden vervuld, wil men überhaupt verder aan een orde denken. De chaos in voorbereiding daar mag niet door hongersnood tot een werkelijke chaos worden bevorderd, want die - de modernst bewapende in de geschiedenis - zou zo gigantisch zijn, dat we tot in de volgende eeuw de gevolgen zouden moeten bestrijden.

De tweede opdracht, onscheidbaar van de eerste, is dat zo vlug mogelijk de kernwapens uit de nieuwe republieken moeten worden verwijderd. De krankzinnigheid van de burgeroorlog in Joegoslavië heeft een burgeroorlog met atoomgranaten en raketten in de categorie der voorstelbare mogelijkheden gebracht. Vandaar minister Bakers aanwezigheid in Moskou: tot de eerste fundamenten van een nieuwe wereldorde hoort op het ogenblik een Wilde Oosten waaruit althans de kernwapens zullen zijn verwijderd.

Deze eenvoudige lijst van problemen met het begin van een oplossing opent het perspectief op nieuwe problemen, nog zonder oplossing. Dat de Amerikaanse buitenlandse politiek na de Golfoorlog consistent is gebleven, is opzichzelf al meer dan een aanwijzing dat een "nieuwe wereldorde' geen leuze voor de Amerikaanse verkiezingen, maar bittere noodzaak is. Men leest eruit dat de Amerikanen de enigen zijn die een vaag concept hebben met de uitvoering waarvan ze zich ernstig bezighouden.

Bush heeft in zijn rede van 11 september 1990 een paar vage grondslagen voor een nieuwe wereldorde gegeven. Daarmee heeft hij impliciet en onvermijdelijk de tegenstelling tussen de goede bedoelingen van staatkundige aard en die van humanitaire, algemeen menselijke, althans Westelijk geciviliseerde oorsprong weer aan de orde gesteld. In de Golf ging het om het ongedaan maken van agressie en het herstel van een soevereine staat. Maar de wereldorde heeft volgens de Amerikaanse president doelstellingen van veel groter betekenis: rechtvaardigheid, vrijheid van terreur, vrijheid en respect voor de rechten van de zwakken. Het had niet veel gescheeld of hij had de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens opgesomd. Kan trouwens een nieuwe wereldorde een andere grondslag hebben dan de Rechten en Plichten zoals die in het Handvest van de Verenigde Naties worden gegeven? En wie die teksten leest moet tot de slotsom komen dat daarin de blauwdruk staat voor een democratische verzorgingsstaat van het Westerse type. Een nieuwe wereldorde kan zich alleen ontwikkelen als het uiteindelijk doel een wereldverzorgingsstaat is. Daartoe verplicht het Handvest. Het is ondragelijk voor de wereldorde als ergens ter wereld geen ernst wordt gemaakt met de beginselen. De wereldorde is tegelijkertijd een wereldverzorgingsstaat die geen andere staten in zich duldt waar andere regels worden gevolgd dan die van het Handvest.

Men kan de wereld nog meer vertellen. Om te beginnen bestaat de "gemeenschap der volken' ook uit soevereine staten. Tot herstel van de Koeweitse soevereiniteit en tot afschrikking van alle staten die het bij hun buren zouden willen proberen, is de Golfoorlog gevoerd. Men had gehoopt dat de aanwezigheid van een paar honderdduizend man troepen uit het Westen als niet opzettelijk veroorzaakt bijprodukt de democratie in de betrokken delen van de Arabische wereld een stapje vooruit zou brengen. Een politiek-culturele zending. Die is mislukt. Degenen die het voor de oorlog in Koeweit voor het zeggen hadden, zeggen dit nu onverbiddelijker dan vóór de Golfoorlog. Dat is naar onze maatstaven een achterlijke feodale boodschap.

De Westerse democratie is het resultaat van een aantal plechtige verklaringen, eventueel vooraf bekrachtigd door revoluties. De Habeas Corpus is van 1679, de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring van 1776, de Franse Revolutie heeft na de Eed in de Kaatsbaan tot jaren van bloedbaden geleid. Het revolutionaire communisme is na ongeveer driekwart eeuw in een absurde mislukking geëindigd. In ons Westerse "gedachtengoed', het complex van politieke gedragingen dat wij voor het meest wenselijke hoewel niet het ideale houden, zijn honderden jaren van ervaring geïnvesteerd.

Toch zou al dat mislukken en wéér proberen niet tot onze humanitaire, liberale democratie hebben geleid, als hier niet een aantal industriële revoluties had plaatsgevonden: die van de massaproduktie na de uitvinding van de stoommachine; die van het massatransport na de constructie van de benzinemotor; en die van de massacommunicatie door de elektriciteit en de elektronica. Uit die drie revoluties is de welvaart ontstaan die de materiële grondslag voor de fundamentele democratisering geeft. De fundamentele, georganiseerde democratie biedt de noodzakelijke bescherming voor de Rechten van de Mens.

Een kruistocht met het doel de verzamelde wetenschap van drie eeuwen politieke en industriële verworvenheid in een spoedcursus over de wereld te verbreiden zal mislukken, en wordt, afgezien daarvan, door niemand gewild. Dit betekent dat verbreiding van de Rechten van de Mens altijd selectief zal zijn. Met des te meer kracht wordt de verbreiding ter hand genomen naarmate er een politiek belang mee wordt bevorderd. In de Koude Oorlog is de bevolking van de Sovjet-Unie onophoudelijk met de vrijheidsboodschappen uit het Westen bewerkt, niet alleen om de mensen daar onze zegeningen deelachtig te laten worden, maar ook om het centraal gezag van Moskou op te blazen. Dat is in ieder geval gelukt. Het grote vraagstuk is hoe het nu met de rest van de boodschap moet.

Willen de verbreiders van de nieuwe wereldorde zich niet noodlottig aan hun bedoelingen vertillen, dan zijn ze verplicht de soevereiniteit der staten prioriteit te geven en bondgenootschappen te construeren met leden die voor de Rechten van de Mens het meest ontvankelijk zijn. Daaruit ontstaat de hoop dat die voorbeelden aanstekelijk zullen werken. Dat is allang geen politiek meer; het is hoop op fatsoenlijke grondslag. Dat is ontzaglijk veel, maar heel weinig als het gaat om de stichting van de nieuwe wereldorde.

De enige zekerheid waarmee het Westen en Japan tot nu toe leven is dat alleen al het voorkómen van de nieuwe wereldwanorde onvoorstelbaar veel geld zal kosten. De Westduitsers moeten al miljarden in de toekomst van hun oostelijke familie investeren om de samenleving daar enigszins op de been te houden. In de voormalige Sovjet-Unie is men nog niet eens aan de inventarisatie van de behoeften begonnen. Is het post-communistisch panorama van puinhopen al niet voldoende om iedereen de moed in de schoenen te doen zinken?

Maar hoe was het in 1945, toen de ontwerpers van de eerste naoorlogse wereldorde dachten dat ze bezig waren aan de schepping? Was de wederopbouw van een verwoest gebied tussen de Oeral en de Atlantische Oceaan en een opgave van gelijke orde in de landen om de Pacific geen titanenwerk, nog groter dan wat nu moet gebeuren?

Niet vergelijkbaar. De overwinning op Duitsland en Japan had een geweldig optimisme gegenereerd, Koude Oorlog was een onbekend begrip, de economische macht van de Verenigde Staten was onaangetast, het wereldleiderschap van de Amerikanen werd niet uitgedaagd en ze waren overtuigd van de verantwoordelijkheid die dat met zich meebracht, zoals uit het Marshall-plan, de wederopbouw van Japan en Washingtons dekolonisatiepolitiek is gebleken. Na het einde van de Koude Oorlog zal de eventuele opbouw van een nieuwe wereldorde onder volstrekt andere verhoudingen plaatsvinden.

De kern van de verandering ligt in de Amerikaanse samenleving. Daarover is de afgelopen jaren in de Verenigde Staten een onoverzienbare literatuur van kritiek en remedie ontstaan. Er waren twee scholen: van de neoconservatieven die in Ronald Reagan hun vervulling zagen en de andere die de theorie van de relatieve neergang verdedigt, de term die door de historicus Paul Kennedy met zijn Rise and Fall of the Great Powers klassiek is geworden. Nu is alleen de school van de relatieve neergang over.

Kennedy's theorie, die hij door de eeuwen heen bewezen ziet, is dat grote mogendheden bezwijken aan hun imperial overstretch. Gedreven door hun wens, hun invloed als wereldmacht te houden of zelfs te versterken, worden ze gedwongen enorme militaire machten op de been te houden. Als de groei van hun economie geen gelijke tred houdt met de stijgende kosten, en als het moreel van de bevolking niet sterk genoeg is om de last van het militair apparaat te dragen, zullen ze vroeg of laat onder hun imperiale overspanning bezwijken.

In het geval van de Verenigde Staten loopt het enigszins anders. Door het einde van de Koude Oorlog is een imperiale inspanning van dit formaat niet meer nodig. De Golfoorlog heeft bovendien laten zien dat er nog een geweldig potentieel aanwezig is. Misschien heeft de overstretch al zijn werk gedaan; misschien zijn er ook andere destructieve krachten in de Amerikaanse maatschappij werkzaam, waardoor op wat langere termijn de weerstand van de laatste supermacht zodanig wordt aangevreten dat ze geleidelijk verdwijnt zonder door een militaire tegenstander te zijn uitgedaagd.

Er is geen twijfel mogelijk: de Amerikaanse samenleving is in verval. Ongeveer dertig miljoen leven onder de welstandsgrens, daklozen en verslaafden leveren een steeds groter aandeel in het straatbeeld van de grote steden, de oorlog tegen de verdovende middelen is voorlopig verloren, hetzelfde is het geval met de strijd tegen het analfabetisme, de gevangenissen en gestichten kunnen de toevloed allang niet meer aan, de middenklasse voelt zich bedreigd, de infrastructuur is in verval, het onderwijs behalve dat aan de grote oude universiteiten heeft zijn normen verlaagd, dat heeft weer zijn invloed op wetenschapsbeoefening en innovatie, en het begrotingstekort is groter dan ooit.

Deze beknopte opsomming is verre van nieuw. In ieder boek over de Amerikaanse crisis, in ieder tijdschriftartikel vindt men er wel onderdelen van terug. Iedereen die in de Verenigde Staten zijn ogen en oren de kost geeft, kan zelf vaststellen dat er niets van overdreven is. De Amerikanen, zegt men, hebben een New Deal nodig, of een naar binnen gericht Marshall-plan. De definitieve bevestiging van de crisis is, dat niemand, geen partij, geen politicus, geen theoreticus een plan heeft met voldoende overtuigingskracht om ermee de verkiezingen in te gaan.

De democratische Amerikaanse samenleving krijgt een kastenstructuur, waarin de zogenoemde onderklasse geen hoop meer kan hebben toegang te krijgen tot de middenklasse, laat staan tot de bovenlaag. Er groeit een "volksdeel' van permanent verworpenen, dat niet alleen geen deel meer heeft aan wat wij een normaal maatschappelijk leven noemen, maar ook niet meer gelooft in de normen en wetten waardoor dat leven wordt geregeld. De laagste regionen van de middenklasse voelen zich het meest door de onderklasse bedreigd. Vandaar een politiek drama als in Louisiana waar een crimineel als David Duke een serieuze kandidaat voor het gouverneurschap was. Vandaar ook de herleving van een conservatief isolationisme, de verschijning van de ultra-conservatieve columnist en speechwriter Pat Buchanan als republikeins kandidaat tegen George Bush die niet de progressiefste in dit kamp is.

Kan een supermacht in deze niet al te florissante staat het kapitaal en de morele overtuiging opbrengen die voor het ontwikkelen van een nieuwe wereldorde noodzakelijk zijn? Misschien op den duur, als de Amerikanen tijd genoeg zouden krijgen om orde op hun eigen zaken te stellen en intussen stevig door de Europese partners in de Westelijke beschaving werden bijgestaan. Daarom alleen al moeten we vragen hoe het bij ons is gesteld.

De Westeuropese samenleving bevindt zich in een periode van politieke ontwikkeling en economische groei. Dat is onlangs in Maastricht opnieuw niet bestreden. Maar de politieke ontwikkeling is niet voldoende om de Europeanen met elkaar in staat te stellen de Joegoslavische burgeroorlog te doen beëindigen, laat staan een politiek te ontwerpen voor een gemeenschappelijke herbouw van wat iedere dag meer het Wilde Oosten wordt. De economische groei is niet groot genoeg om te voorkomen dat de Westelijke verzorgingsstaten afbrokkelen.

De crisis in Europa is niet manifest, men komt de slachtoffers nog niet zo vaak op straat tegen als in de Amerikaanse grote steden, en voor een deel heeft ze andere oorzaken. Maar ze is er. Ook hier is een onderklasse in aanbouw waarmee geen politicus of partij overtuigend raad weet. Ook hier is het burgerlijke veiligheidsprobleem een kwelling voor politie en gevangeniswezen en een goudmijn voor de bewakingsdiensten en fabrikanten van alarminstallaties. West-Europa heeft, net als de Verenigde Staten, een onderkaste in ontwikkeling, een bestanddeel in zijn bevolking dat in de normen en wetten van de burgerlijk-liberale maatschappij niet meer gelooft of er zelfs helemaal onbekend mee is. Slagen de Amerikanen en Westeuropeanen er niet in op redelijk korte termijn een grondslag voor een minimaal welzijn in de voormalige Sovjet-Unie te scheppen, dan kan men er zeker van zijn dat het praktisch nihilisme daar een kracht zal bereiken vergeleken waarbij datgene wat wij hier huisvesten, kinderspel zal zijn.

Jacques Attali, de directeur van de Europese Ontwikkelingsbank, heeft een boeiend essay geschreven, spottend en uitdagend, over wat ons boven het hoofd kan hangen. Het heet Millennium, Winners and Losers in the Coming World Order. Ook hij voorziet de verdere ontwikkeling van de kaste-achtige klassen waarvoor de grondslag al is gelegd toen men zich er in het Westen stilzwijgend mee had verzoend dat de verzorgingsstaat niet meer kon worden betaald. Liever gezegd: dat degenen die de kosten voor hun rekening moesten nemen, daartoe niet meer bereid waren. Attali's betoog is een gezonde douche na de oppervlakkige opgetogenheid, veroorzaakt door de overwinning van het Westen in de Koude Oorlog. De theoreticus van de zegepraal, Francis Fukuyma, die daarmee het Einde van de Geschiedenis bereikt zag - dat wil zeggen het einde van de ideologische antithese - heeft in Millennium een sardonisch vervolg gekregen.

Zeker: de liberaal-humanitaire democratie met haar vrije markt en economie van de eindeloze groei heeft alle concurrenten verslagen; maar terwijl ze de vlag hees boven de puinhoop van de tegenstander werd ze al van twee kanten aangevreten: door de onbeheersbare chaos waarin de oude supermacht verandert, en door de miljoenen in het eigen kamp die nooit in het verblindend succes zullen delen.

Ik vind dat Attali wat vroom eindigt na alle werkelijkheidszin die hij in zijn essay heeft opgehoopt. Als de Amerikanen zich niet herstellen en de rijke Europeanen blijven denken als de provincialen van een half werelddeel, zoals ze nu doen (en dat in Maastricht hebben gedemonstreerd), dan ziet het er met de nieuwe wereldorde slecht uit. Dat is de strekking van zijn betoog. Zijn beroep brengt met zich mee dat hij zich het diepste pessimisme niet kan veroorloven.

Ik denk dat de Amerikanen zich niet zullen herstellen en dat de Westeuropeanen niet bijtijds zullen ontprovincialiseren en ik ben geen Europees bankier. Daarom kan ik me meer pessimisme veroorloven. Maar misschien heb ik het volstrekt bij het verkeerde eind. Pieter Geyl hield zijn montere afscheidscollege 'Over de vitaliteit van de Westerse beschaving' op 31 mei 1958, niet lang nadat Chroesjtsjov had beloofd ons te zullen begraven. Toen zag het er ook heel somber voor ons uit; maar somberder dan nu? We waren in ieder geval bereid onze eigen somberheid onder ogen te zien en energiek genoeg om er alles aan te doen.