De prijs der verzuiling (1)

Het aantal feestdagen vóór U is nog ACHT. Tijdens de nationale winterslaap is niets te bestellen en niets te regelen. Na de pieptoon kunt u een boodschap inspreken. U bent aangewezen op mousse en bubbeltjeswijn. En het weghangen van al die kaarten met kerstmannen en rendieren. Een geïmporteerde traditie, maar het eerste kribje stond ook niet in Amsterdam.

1028 ambtenaren van de provincie Zuid-Holland hebben - toen het nog kon - een petitie bij hun baas ingeleverd: zij hebben genoeg van deze sleep verplicht vrije dagen. Het is net zo'n gemengd genoegen als verplichte "vrijwillige vervroegde uittreding'. Worden grote mensen in dit land zo opgejaagd dat zij het niet meer volhouden zonder schoolvakanties, of werkt Nederland minder?

En dan, wat te doen met al die tijd? De vijand is opgeheven. Het is mogelijk enige dagen van bezinning uit te trekken zonder dat de troepen paraat liggen, maar het kerkleven is vervallen tot stille armoede. Zonder internationale dreiging geen saamhorigheid, zonder angst geen gelovigheid?

De Koningin heeft ook dit jaar verstandige woorden gesproken, maar in een land zonder staatskerk is het curieus dat het staatshoofd een kersttoespraak houdt. Zij formuleerde - langzamerhand ook een vertrouwd verschijnsel - treffender wat Nederland bezighoudt en dwarszit dan de septemberse Troonrede. De traditie zelf is een onderdeel van de verwereldsing van een oorspronkelijk religieus feest.

De "feestdagen' zijn een hutspot geworden van gebruiken en hapjes uit andere landen. De betekenis is zelden meegereisd. Kerstmarkten gaan nergens over. Winkeliers bevestigen dat Kerstmis (omzet negen miljard) het steeds meer wint van Sinterklaas. Onschuldig geplaag gaat op in allerhande welbevinden, waarbij de laatste religiositeit aan het gezicht onttrokken is door pakpapier met "Season's Greetings'. Dat gebeurt onbewust en collectief maar vrijwillig.

De nationale economie heeft niet de vrijheid zich te onttrekken aan Europa en de wereld. De economische band met andere landen wordt bij klaarlichte dag door politieke besluiten gesmeed. Nederland kan niet terug en de meesten willen niet terug. Maastricht was een halte op een afgesproken reis.

De gevolgen van de Europeanisering worden langzamerhand duidelijk. Niemand kan zeggen dat het een verrassing is dat Nederland zijn belastingen, zijn begrotingstekort en het verschil tussen bruto en netto inkomens moet aanpassen aan wat de gezondste economieën in Europa bereiken. Dat is een kwestie van meekomen of achterop raken.

Waar het sociaal stelsel twee keer zo duur is als bij de buren, tuimelt de welvaart, zeker als een extra toestroom van armen uit de EG en daarbuiten het beroep op die voorzieningen opjaagt. Dure voorzieningen zuigen afnemers aan die niet kunnen meebetalen. Dat betekent een dubbele bedreiging voor die aardige stelsels èn de culturen die hen voortbrachten.

De economische samensmelting zal het moeilijk maken in de gaten te houden wat eigen en essentieel is voor kleine landen zoals Nederland. PvdA-fractievoorzitter Wöltgens is huiverig voor het afbrokkelen van de hier gewortelde beschaving die tot uitdrukking komt in het net van sociale voorzieningen. Anderen zien de Nederlandse taal overspoeld worden door (slecht) Engels.

Zijn fractiegenoot Erik Jurgens beschreef op deze pagina (21 december) hoe het gegroeide parlementaire stelsel in dit land maakt dat de politieke sturing niet van de partij is als alert gereageerd moet worden op nieuwe Europese regels en uitdagingen. In Nederland regeert het parlement een beetje mee en controleert een beetje minder. Besturen is overal kiezen; hier is het systeem vooral gespecialiseerd in het uitsmeren van de pijn. Dat kost tijd en geld, en slagvaardigheid, maar er komt nooit revolutie. De kiezers hebben alleen niet veel te kiezen en onze stem in Europa is kleiner dan gerechtvaardigd.

Nog zo'n verworvenheid, die vooral in de naoorlogse jaren van belang is geweest om het in puin gegooide land eendrachtig weer op te bouwen, is de verzuiling. De Rotterdamse hoogleraar sociologie A.C. Zijderveld ziet een nieuwe nuttige taak voor deze typisch Nederlandse maatschappelijke ordeningstraditie. Ja zelfs een onmisbare, willen wij voorkómen dat islamitische fundamentalisten greep krijgen op Turken en Marokkanen in Nederland. Op de Opiniepagina van 23 december schreef hij dat ik “de plank lelijk mis had geslagen” door bezwaar te maken tegen de door hem en premier Lubbers bepleite islamitische verzuiling (Kroniek 14 december).

Wat heeft de verzuiling met de "Europese uitdaging' te maken? Meer dan een beetje. Of de verzuiling na de Tweede Wereldoorlog een onmisbare realiteit was, weet ik niet. We waren een nijver, sociaal voelend en risicoschuw volk. Er is eendrachtig geofferd en geld opzij gelegd voor als er later iets mis zou gaan.

Dat we daarnaast jaren christelijk hebben gekorfbald en vergaderd was een feit, maar of de opbouw zonder die vorm van vereniging niet was gelukt, is onbewezen. Maar zelfs als de verzuilde organisatie-vormen essentieel waren voor het bewaren van de lieve vrede, dan nog wordt het in toenemende mate een vorm van historische geïnspireerde zelfgenoegzaamheid ons als natie op de schouders te blijven slaan voor die C-clubs en die K-scholen en die A-verenigingen.

De voorzitter van de Arbeiders radio amateurs verklaart niet voor niets dat zijn club en al die andere kunnen verdwijnen. Zijderveld geeft toe dat Nederlanders niet of nauwelijks meer katholiek zijn en zich weinig meer voorstellen bij het gereformeerde van hun Vrije Universiteit. Maar roept toch op tot herzuiling. Spreken over "ontzuiling' zou voortkomen uit "wishful thinking'.

Bij mij niet. Het is een kwestie van kijken. In Zijdervelds eigen Rotterdam was op Kerstnacht amper een onversneden katholieke nachtmis te vinden. Waar zijn dan de “discussies over deze confessionele identiteiten” aan het toenemen? Waar is die opleving van het “hechten aan christelijke (bijbelse) waarden en normen”? Hoe moeten mensen steun ondervinden aan hun zuil als het hoogtepunt van het geestelijk jaar een koopfeest is?

Behoefte aan een nieuwe moraal, herkenning van fundamenteel christelijke en gemeenschappelijke waarden, heel goed mogelijk. Maar we zullen iets nieuws moeten verzinnen voor maatschappelijke integratie. Nostalgie-verenigingen kunnen we Turken en Marokkanen toch niet aandoen.

(Wordt vervolgd)