De man zonder gezicht; Hoeveel wist Stasi-generaal Markus Wolf?

Ruim dertig jaar was hij chef van de DDR-spionage: Markus "Mischa' Wolf, bij de Westduitse inlichtingendiensten gevreesd om het succes van zijn Hauptverwaltung Aufklärung. In 1987 vertrok hij plotselig met pensioen, en koos hij in interviews de kant van Gorbatsjov. Twee maanden geleden dook hij weer op in Duitsland en inmiddels wacht hij zijn strafproces af: in hoeverre was Stasi-generaal Wolf medeverantwoordelijk voor de misdaden van de Oostduitse staatsveiligheidsdienst?

Markus Wolf zal in zijn tuinhuis bij Berlijn tijdens de kerstdagen misschien nog wel even hebben gedacht aan zijn dierbare Gabriele Gast. Deze ongehuwde politicoloog, moeder van een geadopteerde gehandicapte zoon, werkte zeventien van haar 48 jaren bij de Bundesnachrichtendienst (BND) in Pullach bij München, laatstelijk - tot september '90 - als Regierungsdirektorin.

Frau Dr. Gast had daar dagelijks toegang tot BND-geheimen en schreef in de jaren zeventig en tachtig inlichtingen-rapporten voor de kanseliers Brandt, Schmidt en Kohl - Geheime Staatssache, persönlich und vertraulich. Over de vijand die zich nu uit de voeten heeft gemaakt. Over de Sovjet-Unie en andere Warschaupact-landen dus. Zo op het oog een geboren juffrouw, met een donkere Nana Mouskouri-bril, een voorkeur voor efficiënte platte schoenen. Maar die schijn bedroog in meer dan één opzicht.

Want Gabriele Gast is vorige week in München veroordeeld tot zes jaar en negen maanden gevangenisstraf. Zij had, zoals zij vorig jaar september vlot bekende nadat zij dankzij een tip van een ""overloper' was aangehouden, langdurig voor de DDR gespioneerd. Niet om geld of ideologische redenen trouwens, maar als verliefd slachtoffer van een door de Hauptverwaltung Aufklärung (HVA) van het ministerie voor staatsveiligheidsdienst (MfS) in haar leven geplante "Romeo'. Zij had, zoals Duitse media het, met een variant op Kevin Costners oh zo goede en oh zo taaie film, omschreven, ""jarenlang trouw gedanst met de Wolf'.

De HVA is immers het succesvolle, bij Westduitse inlichtingendiensten destijds gevreesde, levenswerk van de nu 68-jarige roemruchte Markus "Mischa' Wolf, de hoofdpersoon van dit verhaal. De man van wie, sinds Walter Ulbricht hem in de vroege jaren vijftig chef van de DDR-spionage maakte, ruim twintig jaar geen actuele foto's meer te zien waren. Die voorjaar 1987, na 25 HVA-jaren, als Stasi-generaal en onderminister in Erich Mielke's gehate ministerie voor staatsveiligheid aan de Oostberlijnse Normannenstrasse, min of meer vrijwillig met pensioen was gegaan.

Eigenaardig genoeg stond Wolf bekend als ""de man zonder gezicht' én als ""de Paul Newman van het internationale inlichtingenwerk'. Volgens Westerse specialisten stond hij model voor een hoofdpersoon in John le Carré's The spy who came in from the Cold. Zelf hoorde hij daarvan met genoegen, al zei hij ook: ""dat is meer fantasie dan werkelijkheid'. Look at me, but do not tell you did, zoiets.

Kwijncontact

Maar eerst terug naar Gabriele Gast, wier geschiedenis in zoverre exemplarisch is dat de afgelopen decennia enkele tientallen secretaresses op ministeries in Bonn net zó in de ban raakten van door de HVA geregisseerde Oostduitse Romeo's. De lijst reikt van de secretariaten van de bondspresident en de kanseliers Adenauer en Schmidt tot de ministeries van vroegere ministers als Leber (defensie), Bangemann (economische zaken) en Schiller (financiën). Ook bij de Westduitse permanente Navo-vertegenwoordiging hield dergelijke liefde op afstand een secretaresse actief voor Markus Wolf (zij kreeg 4 jaar). ""Op dit gebied kunnen de regels van het meisjespensionaat niet altijd gelden', zegt Wolf later in een openhartige terugblik.

Mevrouw Gast opereerde voor de DDR onder de deknaam "Gisela' en voor de BND als "Frau Dr. Leinfelder'. Zij is dochter van een gedegen rijschoolhouder in Remscheid en al jong lid van de CDU. Ze houdt van koken, naaien en ook van Hölderlin, en ze liefhebbert op de piano. Wèl verrast ze haar ouders en vriendinnen door politicologie te gaan studeren in Aken. Zij is wat veranderd, maar niet zóveel, als het afstuderen nabij is in '68 - hét jaar van het studentenprotest, onder meer tegen "Vietnam', tegen de vorige Duitse generatie(s) of eenvoudig tegen de zo akelige Muff von tausend Jahren unter den Talaren (de duizend jaar oude lucht onder de toga's).

"Gaby' spreekt met prof. Klaus Mehnert, een bekend Oost-Europadeskundige, als scriptiethema af: ""De politieke rol van de vrouw in de DDR'. Mehnert raadt aan het onderzoek in de DDR zelf te doen, zodat zij - dan 25 jaar oud - voor een paar maanden verhuist naar verre familieleden in Karl-Marx-Stadt (nu weer Chemnitz). Daar bespreekt zij haar thema met volksvertegenwoordigsters en leden van de Oostduitse eenheidsvakbond FDGB. Daar maakt zij toevallig ook kennis met een aardige Oostduitse heer uit de autobranche. Op deze "Karl-Heinz Schmidt', die graag gaat dansen en haar uitnodigt voor leuke uitstapjes, wordt zij binnen de kortste keren onbedaarlijk verliefd. Hij krijgt snel de koosnaam Karliczek. Maar eigenlijk heet hij Karl-Heinz Schneider en is Offizier im besonderen Einsatz (OibE) bij de Oostduitse spionage. Het eerste deel van zijn bijzondere missie is geslaagd.

Terug in Aken koopt Gabriele een radio van een bijzonder type. Voortaan zal zij op een speciale korte-golffrequentie liefdesboodschappen in code van haar verre lief Karliczek ontvangen en zo - tussen de vakanties door - met hem zoiets als een kwijncontact onderhouden. In '70 komt het, weer in Karl-Marx-Stadt, zelfs tot een discrete verloving. In 1972, Gabriele is dan afgestudeerd en werkt bij een aan de Beierse CSU gelieerd onderzoeksinstituut voor veiligheidskwesties, kent zij niet alleen het hoofdberoep van haar verloofde maar zij voorziet hem, om hem niet al te veel te schaden door hun liefde op afstand, via koeriers van agentenberichten met een nog lage inlichtingenwaarde.

Weer even later, in 1973, solliciteert zij naar een baan bij de BND, wat voor Karliczek en zijn hoogste chef Markus Wolf reden is om de vlag uit te steken. Voorzichtigheidshalve wordt met "Gisela' afgesproken om het contact even (tot na het antecedenten-onderzoek van de BND) geheel te verbreken. Op 1 november 1973 begint zij bij de BND. Haar inlichtingen, veelal doorgegeven via badhokjes in een recreatiepark in het Beierse Bad Tölz, worden dan voor haar Oostduitse afnemers almaar interessanter. Zó interessant dat zij op korte vakanties in Joegoslavië en de Sovjet-Unie, waar ze heen reist "via' Dublin en Rome, ook een paar keer de charmante Markus Wolf zelf mag ontmoeten. Het weekblad Stern heeft er de afgelopen maanden - vrij naar de winkel van Sinckel met zijn hoeden en petten en damescorsetten - nog een gevoelige serie aan gewijd, met warme stranden en gitaren en een mooie spanning tussen ""het mocht niet' en ""het was toch ook wel romantisch'.

Niet om gewin

Niemand in West-Duitsland, ook niemand bij de BND in Pullach, wist iets van haar dubbelrol, of van haar inmiddels langdurige verloving. Tot, vlak voor de Duitse eenwording in oktober 1990, een overgelopen DDR-agent vertelt over een ""zeer goede bron vlak onder de BND-top', een vrouw wier echte naam hij niet kent maar van wie hij weet dat zij - zoals Gabriele Gast - een ongelukkig kind heeft geadopteerd. Vijftien maanden later krijgt zij zes jaar en negen maanden, haar royale bekentenis en het feit dat het haar om liefde en niet om gewin ging spelen voor de rechter mede een rol.

Haar "Romeo' Karliczek, die in de rechtszaal een teleurstellend-dikkige, nu 56-jarige man blijkt, krijgt slechts anderhalf jaar voorwaardelijk. De rechter in München licht toe waarom: zeker, Karliczek had zijn "verloofde' aangezet tot landverraad maar hij deed destijds zijn spionagewerk voor eigen land.

De rechter laat voorzichtig, met een terzijde aan de Duitse wetgever, uitkomen dat hij er niet voor voelt om een oordeel te geven over de strafwaardigheid van Oostduitsers die voor enige tak van de DDR-staatsveiligheidsdienst (Stasi) werkten. Of die destijds, zoals een aantal vroegere Grenzpolizisten wier proces voor het Kammergericht in Berlijn gaande is, namens de immers soevereine en volkenrechtelijk erkende DDR af en toe illegale grensoverschrijders-landgenoten (Republikflüchtige) aan de Muur doodschoten. Want het Duitse eenwordingsverdrag bleef daarover vorig jaar onduidelijk, na veel touwtrekken met de toenmalige DDR-onderhandelaars. Nu is het wachten op een richting-gevend arrest van het Bundesverfassungsgericht in Karlsruhe, de hoogste Duitse rechter.

Zowel het Kammergericht in Berlijn als de rechtbank in München, die onlangs een proces tegen een vroegere HVA-assistent van Wolf verdaagde, heeft "Karlsruhe' deze principiële vraag voorgelegd. Dat arrest, waarnaar Markus Wolf en andere dienaren van het vroegere DDR-staatsapparaat natuurlijk ook nieuwsgierig zijn, zou oorspronkelijk volgende maand komen. Maar dat gaat langer duren, leert een telefoontje. Voor het arrest is nog heel wat expertisemateriaal nodig, het mag nu op zijn vroegst over circa vier maanden worden verwacht.

De persofficier in Karlsruhe bevestigt dat in het geval-Wolf, tegen wie zomer 1989 een (toen nog: Westduits) arrestatiebevel werd uitgevaardigd en die twee maanden geleden na zijn veelbesproken terugkeer uit Moskou in Duitsland (via Oostenrijk) tegen borgtocht voorlopig op vrije voeten mocht blijven, vooral het verschil tussen Aufklärung en Abwehr van belang is. Het verschil dus tussen buitenlands inlichtingenwerk (van Wolfs HVA) en de contra-spionage en andere praktijken van Erich Mielke's Stasi-ministerie.

Met andere woorden: kan Wolf strafrechtelijk alleen worden beoordeeld op zijn HVA-inlichtingenwerk, dat volgens hem weliswaar organisatorisch in Mielke's ministerie ondergebracht was maar daar in feite apart stond en dus niets met criminele Stasi-praktijken te maken had? Of was Markus Wolf als Stasi-generaal en onderminister, en met hem zijn HVA, steeds van alles op de hoogte en daarvoor dus medeverantwoordelijk?

Zelf is Wolf er heel gerust op. Met een verwijzing naar George Bush' vroegere CIA-directeurschap zei hij al najaar '89, vlak na het begin van de Wende in de DDR, tegen de Washington Post: ""Ik heb in dienst van mijn land nooit iets anders gedaan dan uw president'. Van het (laten) onderduiken van Westduitse RAF-terroristen in de DDR had hij nooit iets geweten. Van het martelen van Stasi-slachtoffers, of van ontmaskerde Westduitse agenten, wist hij evenmin.

Dit soort dingen, als zij al gebeurd waren, vielen onder de afdeling-Mielke, onder het andere, grotere deel dus van diens MfS, een ministerie met omstreeks honderdduizend vaste medewerkers (en nog veel meer "inofficiële'). Ook met de hulp en training die de Stasi gaf aan PLO-terroristen had hij nimmer iets te maken gehad, zegt het gewezen joodse vluchtelingenkind keer op keer in zijn boeken en in interviews, ""niemand kan iets anders bewijzen'. Zelfs als hij hierover de waarheid zou spreken, blijft zowel die waarheid als (opnieuw) de persoon Wolf raadselachtig.

Knarsetandend

De Westduitse Stasi-kenner Karl Wilhelm Fricke laat in een recente studie weinig heel van Wolfs verhaal over een aparte positie van de Hauptverwaltung Aufklärung binnen het MfS.¹ Deze studie zal bij het Bundesverfassungsgericht in Karlsruhe zijn opgevallen. ""De HVA was ondanks al haar relatieve zelfstandigheid een geïntegreerd bestanddeel van het MfS. Alle richtlijnen, instructies, voorschriften en bevelen van de minister [van Mielke dus, red.] golden in principe ook voor de HVA. Haar chef [Wolf dus] nam als vast lid van de leiding van het ministerie deel aan alle vergaderingen, d.w.z. hij was óók bij de voorbereiding van Abwehr-besluiten betrokken.' Aldus Fricke, die zijn opvatting uitwerkt met verwijzingen naar vele terreinen waar de HVA en andere afdelingen van het Stasi-ministerie om allerlei praktische redenen wel móesten samenwerken. ""Er kan daarom geen sprake van zijn dat de HVA als het ware geheel afwezig was bij de interne repressie in de DDR', schrijft hij.

Onder het dak van Mielke's MfS beheerde Markus Wolf zijn inlichtingenbedrijf, dat ruim 4.000 man omvatte en waarmee hij, naar hij later verklaart, ""het evenwicht tussen Oost en West' diende.² Dat bedrijf had zo'n 2.000 actieve agenten in de Bondsrepubliek, die zowel aan politieke als industriële spionage deden. En met uitzonderlijk succes, zoals de BND en de Westduitse binnenlandse veiligheidsdienst (het Bundesamt für Verfassungsschutz te Keulen, BfS) steeds knarsetandend moesten en nog moeten erkennen.

Een van Wolfs bekende agenten was Hansjoachim Tiedge, een alcoholist met de deknaam "professor Fischer', die echter in 1985 van zijn BfS-topfunctie naar de DDR moest vluchten. Maar voor hem was toen binnen het BfS, zoals vorig jaar bij de Duitse eenwording pas zou blijken, als DDR-agent al de hoge ambtenaar Klaus Kuron in de plaats gekomen.

Wolf stuurde in de jaren vijftig ook het fameuze echtpaar Christel en Günter Guillaume, SED-leden, als vluchtelingen en (voorshands) ""slapende agenten' naar de Bondsrepubliek. Zij werd na verloop van tijd secretaresse in het ministerie van defensie in Bonn. Haar Günter belandde na een korte en snelle SPD-carrière in de deelstaat Hessen ook, en enigszins contre coeur, in Bonn. Namelijk als naaste medewerker in de kanselarij van Willy Brandt, wiens dramatische val in 1974 mede werd veroorzaakt door Guillaume's ontmaskering. Dat gebeurde toen zeker tegen de zin van Wolf, de DDR had het streven naar een (gedemilitariseerd en neutraal) Duitsland toen immers al overboord gezet en Brandts Ostpolitik, met definitief twee Duitse staten als perspectief, leek veel aantrekkelijker voor Oost-Berlijn dan wat er van een CDU-kanselier te verwachten was. Wolfs spijt over wat Willy Brandt overkwam klinkt nog steeds authentiek. Had de HVA in 1972 niet 50.000 mark betaald aan de CDU-backbencher Julius Steiner om hem in de Bondsdag niet tegen de wankelende kanselier Brandt te laten stemmen toen de CDU- CSU de vertrouwenskwestie had gesteld?

Vegetariër

Intellectueel superieur als hij in zijn SED-omgeving was, stond Markus Wolf steeds op gespannen voet met Mielke en andere geschoolde vakwerkers van het politburo, waarvan hij zelf nooit lid (gemaakt) werd, evenmin als van het Centraal Comité van de partij trouwens. Altijd waren er ook speculaties over zijn speciale verstandhouding met Moskou, en niet alleen met de KGB daar. Hoe dan ook, als het er op aankwam mocht hij toch voortdurend op voldoende rugdekking rekenen, eerst van partijchef Walter Ulbricht, en daarna van diens opvolger Erich Honecker.

Die steun ""van boven' had vast ook met de bijzondere positie van de familie Wolf in de DDR te maken. De familie, joods én links, vluchtte in 1933 voor de nazi's via Zwitserland en Frankrijk naar de Sovjet-Unie. Vader Friedrich (1888-1953), geboren in Neuwied (bij Koblenz), was humanist en werd - na zijn ervaringen als legerarts in de Eerste Wereldoorlog - een geëngageerd-communistische (toneel)schrijver. Vegetariër was hij ook, een bijzondere zelfs, hij kreeg kinderen bij vijf vrouwen.

Dat haalt zoon Markus niet meer, hij heeft vier kinderen en is sinds goed vier jaar - in derde echt - getrouwd met de nu 32-jarige Andrea, die als meisje van twintig ooit wegens (mislukte) Republikflücht nog in een Roemeense cel zat.¹ Markus is in 1923 geboren in Hechingen-Hohenzollern, zo'n 50 km ten zuiden van Stuttgart, in hetzelfde straatje trouwens waar zijn latere BND-tegenvoeter Klaus Kinkel ('79-'82, nu minister van justitie in Bonn) in 1936 ter wereld kwam.

Kind uit vaders tweede huwelijk is ook de geadoreerde broer Konrad ("Koni', 1925-1982), een beweeglijk temperament dat in de DDR werd gevierd als dramaturg en cineast. Scholen, academies en tankregimenten zijn in de DDR vernoemd naar de Wolfs, alleen Friedrich onderging zulk eerbetoon al 140 keer.

In het beloofde land, de Sovjet-Unie - in de tweede helft van de jaren dertig en de Tweede Wereldoorlog - brengen Markus en Konrad hun jeugd door. Onder meer in Moskou, waar zij nabij het Arbat-plein wonen en naar de Karl-Liebknecht- en de Kominternschule gaan. Daar maken zij ook mee hoe in de wereld der volwassenen, die van de ouders van hun medescholieren ook, de willekeur van het stalinisme van de ene op de andere dag van een held een ellendige volksverrader maakt.

De bijna complete Oostduitse en Oosteuropese na-oorlogse elites, alsook bekende na-oorlogse dissidenten als Sinjavski en Kopelev, lopen door die jeugdverhalen.³ Raadzaam is om naast Wolfs selectieve herinneringen ook een vroege, soms huiveringwekkende, afrekening met die tijd te lezen. Namelijk die van Wolfgang Leonard, die - nadat zijn moeder, een overtuigd communiste, in een dwangkamp was gezet - met de jonge Wolfs in de Sovjet-Unie opgroeide.4 Leonard zwoer het communisme begin 1949 af en vluchtte van Oost- naar West-Duitsland. Zijn moeder was een jaar daarvoor vrijgekomen in de Sovjet-Unie. In 1989 nog zal Wolf het boek van Leonard kwaadaardig-smalend typeren als Starthilfe für eine erfolgreiche Karrière als "Kremlforscher'.5 Pas in 1990, als in heel Oost-Europa een omwenteling haar beslag heeft gekregen, schrijft Wolf over ""het stalinistische systeem dat abusievelijk als socialisme werd aangemerkt'.5

In 1945 trekken de Wolfs in het spoor van de "groep-Ulbricht', de beoogde communistische machthebbers dus, naar Oost-Duitsland. Markus zal er eerst een paar jaar werken als journalist met prima connecties bij de partijleiding en het Rode Leger (hij verslaat als "Michael Storm' de Neurenbergse processen tegen nazi-oorlogsmisdadigers). Daarna is hij twee jaar ('49-'51) tweede man aan de DDR-ambassade in Moskou en een jaar eerste man van een spionage-academie met de schone naam Institut für Wirtschaftswissenschaftliche Forschung. Eind 1952, Wolf is dan 29, vraagt Ulbricht hem om uit dat instituut de Oostduitse inlichtingendienst op te zetten en daarvan de leiding te nemen.

De man van Moskou

Als spionagechef neemt Markus Wolf in '87 afscheid. Dat doet hij wegens zijn leeftijd, zegt hij zelf, al is hij dan met 64 jaar in zijn SED-omgeving nog verhoudingsgewijs jong (Mielke bijvoorbeeld is dan 80, Honecker 75). Anderen menen, zij het soms pas later, dat hij het einde van het regime-Honecker al voorzag en zich daarom (alsnog), als "hervormer' en geestverwant van Michail Gorbatsjov, beschikbaar wil houden voor een toekomstig DDR-leiderschap. Dat is in zoverre vreemd dat Markus Wolf steeds schrijft en zegt dat Chroesjtjovs ware beeld van Stalin op het 20ste Sovjet-partijcongres (1956) weliswaar ook voor hem ""een cesuur' is geweest maar dat hij zich vóór 1989 nooit helemaal van het stalinisme heeft kunnen of willen losmaken. Echte veranderingen, zoals in Boedapest in 1956 of in Praag in 1968, gingen hem ""te ver'. En dat vindt hij eigenlijk nog steeds.³

Was Markus Wolf in de DDR veertig jaar lang nóg belangrijker dan hij al leek, misschien ook wel omdat hij voortdurend met de KGB in contact stond? Was hij eigenlijk steeds ""de man van Moskou', een soort Duitse proconsul van het Kremlin? Altijd heeft in het SED-politburo zo'n vermoeden bestaan.

Nee, chef van de spionage wil hij niet heten. ""Leider van een instituut dat in alle ontwikkelde landen bestaat', zegt Wolf januari 1989 kuis tegen Der Spiegel. Dat doet hij in een interview dat hem op grote kritiek in het SED-politburo komt te staan omdat hij ""zeer positief' spreekt over Gorbatsjovs koers, die Honecker c.s. nu juist zo wantrouwen. Zelfs opmerkingen als ""De DDR staat stevig in het socialistische kamp, zij staat aan de kant van de Sovjet-Unie en haar bondgenoten', klinken in het politburo als een kleine provocatie. Liever geen verdere interviews met West-Medien, is het verzoek dan ook.

De teruggetreden spionagechef is in '88-'89 voor veel jongere SED'ers een Hoffnungsträger geworden. Dat ook dankzij zijn besluit om, vijf jaar na diens overlijden, een oude droom van zijn broer Konrad te verwerkelijken: een geschreven en gefilmde reconstructie van diens levenslange relatie met twee jeugdvrienden uit Moskouse tijden. De een is Amerikaan, zoon van een destijds in Moskou werkzame correspondent, de ander een Duitser wiens communistische vader kort na aankomst in de Sovjet-Unie als slachtoffer van het stalinisme viel.

Die drie jongens vormen Die Troika, wat ook de titel is van Markus Wolfs boek, dat februari '89 verschijnt.5 Zowel dat boek zelf als een lezingen-toernee die hij eraan wijdt (der nicht gedrehte Film), vertonen een voorzichtige maar toch ook ongewone ambivalentie jegens Honeckers onbeweeglijke SED-regime. Die toernee, zegt zijn vriendin Christa Wolf, de schrijfster (geen familie), hem spottend, staat nogal in het teken van persoonlijke Vergnügungssucht. Dat gaat nog wel over, voorspelt zij. Westduitse media zien de auteur van de Troika dan al als een mogelijke Honecker-opvolger.

Maar dat duurt maar tot het najaar, tot de viering van het 40-jarig bestaan van de DDR, 6 en 7 oktober. Nog in de echo's van de waarschuwingen van feestspreker Gorbatsjov (die voor hemzelf ook nog zullen tellen), is dan een echte Wende in de DDR op gang gekomen. Niet alleen Erich Honecker maar ook Mischa Wolf wordt ingehaald door de geschiedenis. Als Wolf op 4 november van dat jaar nog op de nieuwe golf wil gaan zitten en 500.000(!) demonstranten op de Oostberlijnse Alexanderplatz toespreekt wordt hij als Wendehals en Stasi-generaal uitgejoeld. Hij zal er klagerige passages aan wijden in zijn laatste boek.³

Eind augustus 1990, Gabriele Gast staat op het punt om in München te worden gearresteerd, heeft Markus Wolf in het Oostduitse Bernau, na 33 jaar, weer een ontmoeting met Wolfgang Leonard, die daarvan verslag doet in de Frankfurter Allgemeine Zeitung.6

Een foto bij dat verslag toont twee oudere heren die langs een groot reclamebord lopen. Freiheit braucht Leistung, vermaant Hans-Dietrich Genscher op een FDP-verkiezingsposter. De CDU, in draf op weg naar de Duitse eenwording, vraagt om Einigkeit und Recht und Freiheit. Half daaroverheen geplakte reclames werven voor een ""Open-Air-Festival' in Berlijn en voor (onder meer) Simple Minds, Jethro Tull, Gianna Nannini en Tina Turner. De vroegere DDR is nu echt weg, zegt die foto ook. Die twee heren, die jeugdvrienden uit Moskouse jaren, elk met het communisme als levenslange fixatie, zijn van gisteren. In het geval-Wolf is dat nog niet zo slecht.

¹ Karl Wilhelm Fricke, MfS intern, Macht, Strukturen, Auflösung der DDR-Staatssicherheit, Analyse und Dokumentation, Verlag Wissenschaft und Politik, Keulen 1991, DM 26,00, ISBN 3-8046-8777-6 (pag. 31).

² Irene Runge-Uwe Stelbrink, Markus Wolf: “Ich bin kein Spion”, Dietz Verlag, Berlijn 1990, f. 19,05, ISBN 3-320-01752-7 (pag. 71);

³ Markus Wolf, In Eigenem Auftrag, München 1991, DM 28,80 ISBN 3-7951-1216-8;

4 Wolfgang Leonard, De revolutie laat haar kinderen gaan, (pag. 179 e.v.) Bezige Bij, Amsterdam, 1956;

5 Markus Wolf, Die Troika, 1989, DM 29,80, Aufbau Verlag Berlijn en Rowohlt Hamburg, ISBN 3-499-18800-7;

6 Wolfgang Leonard, Sein Lebensweg blieb für mich im dunkeln, Mein erstes Wiedersehen mit Markus Wolf, Bijlage FAZ, 16 nov. 1991.