"We willen betrokken raken bij wat er voor de kinderen gebeurt'; Stichting helpt scholen met islamitische didactiek

UTRECHT, 27 DEC. Medio januari zal een nog in het leven te roepen stichting bij de Onderwijsraad een aanvraag indienen voor de oprichting van een Islamitisch Pedagogisch Studiecentrum (IPS). In samenwerking met de drie reeds bestaande pedagogische studiecentra (voor het openbaar, het protestants-christelijk en het katholiek onderwijs) wil dit centrum het onderwijs aan moslimkinderen verbeteren. Dat zal onder meer gebeuren door het ontwerpen van een "leidraad voor een islamitische didactiek en pedagogiek'.

Volgens dr. S. van de Wetering - een tot de islam bekeerde Nederlandse arabiste - gaat het de initiatiefnemers niet zozeer om versterking van de eigen, inmiddels tot zo'n twintig islamitische scholen uitgegroeide zuil alswel om “betrokken te raken bij wat er al voor moslimkinderen gebeurt”. Zo is het Christelijk Pedagogisch Studiecentrum momenteel bezig leermiddelen te onderzoeken op eventuele negatieve beeldvorming over de islam. Daarvoor zou het IPS ingeschakeld kunnen worden.

Volgens Van de Wetering “is er al van alles gaande, maar nog niet in institutioneel verband”. Eerder hebben Van de Wetering, de Nederlandse arabist en moslim drs. R.A. Fris, de Turkse onderwijskundige V. Güngör en imam A. van Bommel het Christelijke centrum geholpen bij de totstandkoming van "Aanzetten tot een leerplan islamitisch godsdienstonderwijs in de basisschool'.

Het idee voor een Islamitisch Pedagogisch Studiecentrum is drie jaar geleden geboren, toen de eerste islamitische basisscholen werden opgericht. Ook nu nog ontbreekt het deze scholen vaak aan een op islamitische leest geschoeid schoolwerkplan, aan islamitisch getinte lesboeken en aan de levensbeschouwelijke ondersteuning die andere bijzondere scholen wel kennen. Ook zijn veel van de (Nederlandse) onderwijzers onvoldoende ingevoerd in de kenmerken van een islamitische opvoeding.

Het IPS wil ook de problemen van het onderwijs aan de moslimkinderen op de andere basisscholen verhelpen. Op een studiedag over het Islamitisch Pedagogisch Studiecentrum haalden diverse sprekers voorbeelden aan van fouten in bestaande lesboeken: imam en iman worden door elkaar gehaald, in een Marokkaans dorp wordt een Turkse minaret getekend, in plaats van "islamiet' wordt het woord mohammedaan gebruikt. Ook hadden de sprekers in een groot aantal boeken vooroordelen gevonden, hetzij door weglatingen (van beroemde islamitische geleerden bijvoorbeeld, in geschiedenisboeken), hetzij door stereotyperend woordgebruik in een zin als “Op vrijdag gaat Mehmed naar de kerk; hij noemt dat de moskee”.

Eén spreker pleitte voor het herschrijven van alle boeken voor alle schoolvakken, en voor islamitische scholen voor alle moslimkinderen (nu gaat zo'n 85 procent van deze kinderen naar een niet-islamitische basisschool). De andere sprekers konden zich vinden in het standpunt dat de activiteiten van het IPS gericht moeten zijn op integratie van moslims in de Nederlandse samenleving.

Het is de bedoeling zo'n vijf tot tien medewerkers voor het IPS aan te trekken (ter vergelijking: de drie bestaande pedagogische studiecentra hebben gezamenlijk bijna vijfhonderd medewerkers en kosten jaarlijks ruim veertig miljoen gulden). Deze medewerkers zullen zich in eerste instantie bezighouden met lacunes op het gebied van godsdienstonderwijs, intercultureel onderwijs en geestelijke stromingen, en met de ontwikkeling van de "leidraad voor een islamitische didactiek en pedagogiek'. Hoeveel geld het IPS gaat kosten is nog onduidelijk: subsidie wordt pas aangevraagd als de Onderwijsraad positief reageert.

Overigens zou het Islamitisch Pedagogisch Studiecentrum volgens Van de Wetering erbij gebaat zijn als het kabinet een begin december uitbracht advies over de onderwijsverzorging zou overnemen, waarin de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid pleit voor commercialisering van de pedagogische studiecentra en de onderwijsbegeleidingsdiensten. “Er is veel vraag naar specifieke ondersteuning. Als scholen zelf de dienst uitmaken, kunnen islamitische basisscholen bijvoorbeeld eisen dat hun schoolbegeleider een cursus bij het IPS volgt.”