Was Parsifal een nazi? (II)

De visie van de Israeliërs op Richard Wagner is wellicht wat aan de verkrampte kant, zij is echter een toonbeeld van rust en redelijkheid, vergeleken met de visie van de Duitse germanist Hartmut Zelinsky.

Die man is namelijk stapelgek.

Zijn favoriere bête noire binnen Wagners oeuvre is de opera Parsifal, de "laatste kaart' die de componist, een jaar voor zijn dood, heeft uitgespeeld.

Parsifal, zegt Zelinsky, moge ogen als een verlossingsdrama, in werkelijkheid is het een antisemitisch traktaat. “Achter de boodschap "Erlösung dem Erlöser' schuilt het centrale thema van Wagners denkwereld: de arische, zondeloze Jezus, gereinigd van zijn jodendom.” De schrijver acht de continuïteit tussen Wagners "Erlösung' en Hitlers "Entlösung' wettig en overtuigend bewezen. Vandaar zijn revolutionaire voorstel om dit Bühnenweihfestspiel doodeenvoudig van het repertoire af te voeren. Bezoeker aan de Groene Heuvel, waarop Wagners Festspielhaus staat, wees gewaarschuwd! “Of u het wil of niet”, zegt Zelinsky, “Parsifal verandert u in een stille sympathisant van het antisemitisme, naar Bayreuther model.”

Vandaar dat James Levine, de dirigent van de Bayreuther Parsifal in 1983, zich inmiddels bij de Ku Klux Klan heeft aangesloten.

Ik zat toevallig parterre. Verscheurd door twijfel. Mocht ik straks, na afloop van de voorstelling wel applaudisseren, of liep ik dan het risico de waakzame Stichting Bestrijding Antisemitisme op mijn dak te krijgen? In hotel Zum gebratene Bockwurst teruggekeerd herlas ik Wagners libretto. Het is geen proeve van optimale helderheid, maar een anti-joodse opmerking kon ik er niet in vinden. 's Anderendaags zette ik mijn studies voort, nu in de plaatselijke bioscoop die Hans-Jürgen Syberbergs Parsifal-versie vertoonde. Thuis, in Amsterdam, draaide ik, nog steeds zoekend en tastend, de Parsifal van Hans Knappertsbusch, die immers enigszins nazi was en dus als de aangewezen interpreet van het werk moet worden beschouwd. Ten slotte belde ik, langzamerhand geheel wanhopig, Jasser Arafat, erkend specialist in joodse vraagstukken, en vroeg hem artistiek en ideologisch advies. Het was allemaal tevergeefs. Hoezeer ik ook mijn best had gedaan, hoe vaak ik in die betreffende weken Parsifal had beluisted en geanalyseerd en herbeluisterd, wéér was ik er niet in geslaagd antisemiet te worden.

Of is deze Hartmut Zelinksy wellicht een maniak? In 1982, op Parsifals honderdste verjaardag, recenseerde hij de Wagnerbiografie van Martin Gregor-Dellin. Dat is een vooraanstaande bestrijder van de opvatting dat de "antisemitische bloedideologie' centraal in Wagners opera zou staan. Dus vond Zelinsky het een boek van niks, hetgeen hij liet weten in een veertig pagina's omvattend essay, waarin hij overtuigend aangetoond een nog slechter schrijver dan luisteraar te zijn.

Gregor-Dellin repliceerde met een artikel onder de ironische kop: “Was Parsifal een nazi? Een deskundige legt uit wat Wagners wereldbeschouwing in werkelijkheid was”.

De ironie was niet aan Zelinsky besteed, zo bleek uit zijn dupliek. Gregor-Dellin is "een ordinaire stemmingmaker', schreef hij. “De gemene toon die wordt aangeslagen, en de lasterlijke techniek waarmee mijn woorden worden verdraaid, de verdachtmakingen, de samengeflanste argumenten waarmee ik verdacht wordt gemaakt, tonen voornamelijk aan hoeveel Gregor-Dellin van zijn "held' heeft geleerd, terwijl het verder duidelijk is dat hij opgroeide in een tijd waarin deze wijze van argumenteren gebruikelijk was en zelfs op de scholen werd onderwezen.”

Met andere worden: eigenlijk zijn het allemaal nazi's: de reine dwaas Parsifal, de biografen van de componist en de naïevelingen die het wagen zich onder het gehoor van de componist te scharen.

Hoe is het mysterieuze feit te verklaren, vraagt Zelinsky, dat Wagner tot op heden “in alle vooraanstaande operahuizen ter wereld wordt uitgevoerd?” Dat komt omdat Wagner niet alleen componeerde, maar bovendien een man van de wetenschap is geweest, verantwoordelijk voor een gestrekte meter Verzameld Werk. Toegegeven, een partituur is geen politiek programma, de ware Wagner treedt echter onverbloemd in zijn beschouwende proza naar voren. Inclusief zijn verheerlijking van "de Duitse mens' en "de Duitse geest', een vorm van Germanofilie die de wereld eens in het ongeluk dreigde te storten. “Hitler was in elk geval zowel een Wagner-luisteraar als een Wagner-lezer.”

Maar Hitler is inmiddels al een halve eeuw dood - en met hem is, naar mijn mening, de laatste Wagner-lezer overleden. Het is een boude bewering die ik gelukkig kan bewijzen.

Men oordele zelf. De ware Wagneriaan - en trouwens ook de ware anti-Wagneriaan - koopt zijn Wagneriana in de boekhandel Gondrom, in de Bayreuther Maximilianstrasse. Daar bleek bij mijn bezoek in 1983 werkelijk alles voorradig te zijn, van de deftigste Wagnerstudies tot en met de meest hilarische Wagnerparodieën. Benevens het Verzameld Werk van Richard Wagner, voor de spotprijs van DM 140,-, want er zat een scheurtje in de cassette.

Een jaar later betrad ik boekhandel Gondrom ten tweeden male. Daar lag het Verzameld Werk nog steeds, in diezelfde cassette, voor diezelfde prijs, met diezelfde beschadiging. Twaalf maanden lang zijn de ogen van duizenden en duizenden Wagnerliefhebbers langs deze tien delen, in blauwgemarmerd karton gebonden drukwerk gegleden, zonder dat ook maar één hunner daarvoor enige belangstelling toonde.

Uit dit feit kan maar één conclusie worden getrokken: de componist Wagner moge levender zijn dan ooit, de schrijver en theoreticus - over het vegetarisme, over het vrouwelijke in de mens, over de muziek in het jodendom en over het jodendom in de muziek - is definitief bijgezet in het negentiende-eeuwse kabinet met intellectuele rariteiten.