Vertrek Gorbatsjov anticlimax van hoopvol begonnen 1991

“De geschiedenis staat ons niet toe heuglijke gebeurtenissen uitgebreid te vieren”, zei president Bush op 11 september in de Ridderzaal toen hij sprak over "de revolutie' die twee jaar geleden de Muur, “het krachtige en kille symbool van Europa's deling”, omhaalde. Er drong zich immers onmiddellijk een nieuw probleem op waarvan de oplossing geen uitstel duldde: “We wisten hoe we de Koude Oorlog moesten voeren. Maar weten we ook hoe we de vrede moeten bereiken”?

Toen de Amerikaanse president die woorden in Den Haag uitsprak was hij zich al bewust van de precaire positie waarin zijn steun en toeverlaat in het Oosten en aanstichter van de omwenteling, Sovjet-leider Gorbatsjov, zich bevond. Diens macht en prestige waren ernstig aangetast door de mislukte Augustus-coup, en de instandhouding van de Unie waarop hij zijn zinnen had gezet, bleek steeds meer een verloren zaak.

De man, wiens vage schetsen van een "Gemeenschappelijk Europees Huis' aanvankelijk een sceptische ontvangst kregen, had de angel uit de confrontatie tussen Oost en West gehaald en zich een overtuigder voorstander getoond van internationaal overleg, ontwapeningsakkoorden en een mondiale rechtsgemeenschap dan enig Sovjet-heerser voor hem. De laatste weken was hij echter een staatsman zonder land geworden en woensdag moest hij het toneel verlaten.

Gorbatsjovs aftreden moet voor het Westen de anticlimax van 1991 zijn, een jaar dat zo glorieus was begonnen met de snelle militaire overwinning van de door de Amerikanen geleide en de door de Sovjet-Unie politiek gesteunde coalitie tegen Irak. Voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog hadden de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties de handen ineengeslagen om een agressor gewapenderhand te straffen. Het internationale recht zegevierde zoals de bedoeling was geweest toen de eerste plannen voor de Verenigde Naties waren gesmeed.

Juist het feit dat Gorbatsjov een einde maakte aan vier decennia obstructief of op zijn best onverschillig Sovjet-gedrag in de Verenigde Naties - te beginnen met het bijdragen aan de kosten van VN-vredesmachten in 1986, de steun aan VN-bemoeienis met de oorlog tussen Irak en Iran, en zijn gedetailleerde voorstellen voor een slagvaardiger functioneren van de volkerenorganisatie in 1987 - onderstreepte het naderende einde van de Koude Oorlog.

De Sovjet-Unie was zich er onder Gorbatsjov van bewust geworden deel uit te maken van een interdependente wereld, ondeelbaar met onderling afhankelijke landen. “Samen overleven of samen ten onder gaan” was het adagium dat Moskou de wereld voorhield, zo kwam Sovjet-volkenrechtskundige, prof. Veresjtsjetin, eind 1989 collega's op een bijeenkomst in het Vredespaleis uitleggen.

De geschiedenis leek een herkansing toe te staan: de overwinnaars van nazi-Duitsland en Japan zouden alsnog het internationale veiligheidssysteem met mondiale samenwerking op vele terreinen kunnen opzetten zoals na 1945 de bedoeling was geweest. Niet voor niets stelde president Bush zich in september vorig jaar voor zijn veldtocht tegen Irak de vorming van “een nieuwe wereldorde” ten doel.

Bush' streven gaat terug tot president Wilson. Deze legde in januari 1918 zijn Veertien Punten op tafel, die de basis moesten vormen van de vrede als de Eerste Wereldoorlog eenmaal voorbij was. Hij staat ook op de schouders van Roosevelt, die in augustus 1941, nog voordat de Verenigde Staten daadwerkelijk aan de oorlog tegen Duitsland deelnamen, met Churchill het Atlantisch Handvest opstelde waarin vooruitstrevende principes voor de naoorlogse, mondiale samenleving werden vastgelegd.

De betere verhouding tussen de "supermachten' zorgde er dit jaar voor dat er een opmerkelijke beweging kwam in slepende internationale vraagstukken. Onder auspiciën van de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie begon de vredesconferentie tussen Israel en zijn Arabische buren, de strijdende partijen in Cambodja werden het eens over een regeling voor de toekomst van het land - waarbij de Verenigde Naties een ongekend grote rol zullen spelen - en in het kielzog van de dooi tussen Oost en West naderden blank en zwart in Zuid-Afrika elkaar. Eerder waren al akkoorden in Angola en Namibië bereikt.

De geschiedenis stelde evenwel opnieuw weinig tijd beschikbaar voor vreugdeuitingen. Met het vertrek van Gorbatsjov en de opdeling van de Sovjet-Unie is de doorbraak naar mondiaal bestel dat op recht is gebaseerd en gericht op het afdwingen van vrede, onzeker geworden. De grote verstorende factor is gewelddadige nationalisme dat in het oosten van Europa de kop op steekt en Joegoslavi al in een bloedige burgeroorlog heeft gedompeld.

In de Sovjet-Unie bleek het veel sterker dan het socialisme dat Gorbatsjov probeerde te moderniseren. Het communistische rijk werd na meer dan zeventig jaar uiteengereten en de bange vraag in het Westen, maar ook elders, is nu hoe lang het "Gemenebest van onafhankelijke staten' vreedzaam zal bestaan. De recente waarschuwing van de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, Baker, dat in de vroegere Sovjet-Unie het gevaar dreigt van een Joegoslavische toestand “maar dan met kernwapens” is er één met een lange naklank, ondanks het akkoord dat vroegere Sovjet-republieken onlangs in Alma Ata sloten.

Gezien het verleden is het niet vreemd dat Washington in die situatie zwaar leunt op de NAVO, die tijdens de Koude Oorlog zo goed heeft gewerkt. Geen wonder ook dat Midden- en Oosteuropese landen die nog maar net hun bewegingsvrijheid hebben gekregen toenadering tot dit Westerse bondgenootschap zoeken, waarin de pas opgerichte Noordatlantische Samenwerkingsraad inmiddels voorziet. Met de onafhankelijke vroegere Sovjet-republieken erbij - Rusland heeft al te kennen gegeven op termijn NAVO-lid te willen worden - zou een veiligheidszone kunnen ontstaan, die zich uitstrekt van Vancouver tot Vladivostok. Maar het is onwaarschijnlijk dat zo een uitbarsting van nieuw nationalistisch geweld kan worden voorkomen.

De Europese Gemeenschap, de "nieuwe orde' die Westeuropese landen tijdens de Koude Oorlog onder de hoede van Amerika hadden gecreëerd, is de verwarring waarmee ze de omwentelingen in het Oosten begroette, niet kwijtgeraakt. De vroegere DDR werd, na aanvankelijke Franse en Britse tegenstand tegen de Duitse vereniging, soepel in de Gemeenschap opgenomen als deel van Duitsland en deze maand werd in Maastricht besloten behalve een Economische en Monetaire Unie een Europese Politieke Unie op te richten. Maar werkelijke politieke eenheid is uitgebleven. De lidstaten proberen hun nationale belangen in de Europese Gemeenschap veilig te stellen in plaats van een echt gemeenschappelijk beleid te formuleren.

Dat was in de luwte van de bipolaire wereld niet zo ernstig. Sinds Amerika de Britten en Fransen in 1956 tijdens de Suez-crisis op hun nummer zette, was Europa in de wereldpolitiek nauwelijks nog een factor van belang. Door de neergang van het Sovjet-rijk valt de Europese Gemeenschap echter een nieuwe ordenende politieke verantwoordelijkheid op het continent toe, die niet te ontlopen valt en waar bovendien de Amerikanen hun bondgenoten expliciet op wijzen.

De verdeeldheid die de Europese Gemeenschap dit jaar bij alle grote politieke crises aan de dag legde lijkt aan te geven dat de Twaalf nog niet het machtscentrum vormen waarvan een stabliserende werking zou moeten uitgaan. Veelbetekenend is dat een dreigende Duitse Alleingang daarbij een constante was. Zo verschool de Bondsrepubliek zich in de Golfcrisis achter haar grondwet om geen troepen te hoeven sturen, opereerde ze veelal op eigen houtje bij hulpverlening aan Oost-Europa, en voerde ze een volstrekt eigen koers in de Joegoslavische burgeroorlog.

Vooral het manoeuvreren op de Balkan was opvallend. Het was voor het eerst dat Duitsland zijn nationale belang zo zelfbewust en krachtig in de Europese Gemeenschap liet prevaleren - een houding die de EG-partners na "Maastricht' uiteindelijk dwong tot buigen voor Bonn. Dat Duitsland bovendien voorbijging aan adviezen van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties maakt de zaak extra pikant.

Voeg daarbij de groeiende kritiek in Duitsland tegen het opgeven van de mark aan het einde van de eeuw en het frequent de kop opstekend wantrouwen in Frankrijk tegen de Duitse bedoelingen, en de conclusie kan worden getrokken dat de Europese Gemeenschap, ondanks haar grote uitstraling, de vastberadenheid mist om als pool te kunnen fungeren en haar nieuwe opdracht aan te kunnen.

Gorbatsjovs vertrek markeert een moment in de geschiedenis dat zowel uitzicht biedt op een wereldgemeenschap rustend op recht en democratie, als het gevaar in zich bergt voor terugvallen in vroeger fataal gedrag. “1991 mag geen herhaling worden van 1919”, zei Bush in Den Haag, verwijzend naar isolationistische stemmen in de Verenigde Staten. Een zelfde oproep zou Europa kunnen gelden.

Foto's: Leden van het politbureau van de communistische partij van de Sovjet-Unie in 1983 bij de herdenking van de Oktoberrevolutie. Van linrechts Tsjernenko, Grisjin, Gromyko en Gorbatsjov. (Foto Reuter)

Gorbatsjov en de toenmalige leider van de communistische partij, Erich Honecker, zoenen elkaar na afloop van Gorbatsjovs speech voorcongres in de DDR in 1986. (Foto Reuter)

December 1988: De komende en gaande president van de Verenigde Staten (Bush en Reagan) met Gorbatsjov in New York tegen de achtergrond van het Vrijheidsbeeld. (Foto Reuter)

Gorbatsjov tijdens zijn laatste telefoongesprek voor zijn aftreden, met de Amerikaanse president Bush. (Foto Reuter)