Theologen over duistere krachten; Bonkend op de levensdeur

Hoe denken Nederlandse theologen over de duivel? Voor de een is hij niet meer dan een symbool van het kwaad dat iedere sterveling in zich draagt, anderen zien hem wel degelijk als een concrete macht die rukt en trekt aan de mens om hem van zijn deugdelijk, godvruchtig levenspad te doen afwijken.

“Waarom God het kwaad op aarde toelaat, weet ik niet. Wie ben ik dat ik God zou begrijpen?”

Vijf gesprekken over hedendaags kwaad.

“Ik heb bij een aantal catechesanten getest of de duivel nog leefde, maar er was er maar één die zich het kwaad heel persoonlijk voorstelde. Voor de anderen is de duivel beeldspraak, een symbool,” vertelt drs. A.C. Grandia uit Amsterdam. Hij is dominee in de Keizersgrachtkerk, officieel een gereformeerde kerk, maar de laatste jaren komen er mensen van verschillende godsdiensten, onder wie veel vluchtelingen. Ook voor Grandia heeft de duivel alleen een symboolfunctie. “Bij psychiatrische patiënten duikt soms wel een concreet beeld van de duivel op. Ze voelen zich "bezet gebied'. In de Bijbel spreekt men ook van mensen die "bezeten' zijn. Op zichzelf is die term niet zo gek. In de gedachten van zo iemand is het vaak een kwaad dat hij buiten zichzelf plaatst en dat hem weerhoudt om te leven en gelukkig te zijn. Vluchtelingen die afgrijselijke ervaringen als marteling hebben moeten doorstaan, zien hun beulen als een soort demon. Zij hebben oog in oog met het kwaad gestaan en spreken daar vaak over in termen als demonisch en duivels.”

“Het mannetje met de staart bestaat niet meer, maar wel de vraag waar het kwaad vandaan komt, hoe men collectief verblind kan raken,” zegt Grandia. Hij trekt vergelijkingen met Hitler-Duitsland en de communistenjacht in de Verenigde Staten. “Door je tegenstander te "verduivelen', te ontmenselijken, doe je bijna de goden welgevallig werk als je ze uit de weg ruimt. In de studentenbeweging van de jaren zestig werden de multinationals als de verpersoonlijking van het kwaad gezien. De RAF heeft het kapitalisme zo duivels afgeschilderd, dat je vertegenwoordigers daarvan bijna als duivel kon executeren. Op dit moment verspreidt de vreemdelingenhaat zich als een soort virus. De vluchtelingen in onze kerk zijn echt bang voor rellen als in Duitsland. Als de KNVB het allochtonenelftal uit de competitie haalt, omdat het racisme langs de lijn onduldbare vormen aanneemt, dan gaat er iets zieken tussen mensen. Dat kan demonische trekken aannemen.”

Grandia ziet de duivel ook als symbool van innerlijke strijd. “De duivel is vanouds de in de war schopper, hij is daar waar je op kruispunten in je leven staat. In biografieën van bijvoorbeeld Martin Luther King of Ghandi komen veel momenten voor waarin ze moeten kiezen tussen doorgaan of opgeven. Er zijn altijd stemmen in jezelf die zeggen dat je er maar mee op moet houden. Dat wordt in bijbeltaal gesymboliseerd door de duivel.”

Engelen

Prof. ds. W.H. Velema, christelijk-gereformeerd predikant in Apeldoorn en verbonden aan de theologische universiteit in die stad, tevens bekend van de EO-radio, houdt zich aan wat de Bijbel letterlijk over de duivel zegt. “Ik zie de duivel als een geestelijke persoon, een negatieve, destructieve, demonische kracht die op mensen inwerkt. Hij knoopt aan bij het kwade dat er is en intensiveert dat. Het is te vergelijken met andere krachten die op mensen inwerken. In een gezelschap waar vreselijk wordt geroddeld bijvoorbeeld hangt een meeslepende sfeer, waardoor sommigen zich laten verleiden mee te doen.”

Wie gelooft dat er een duivel is, moet ook geloven dat er engelen bestaan, vindt Velema. Wie in de duivel gelooft, moet ook in engelen geloven, vindt Velema. “De Bijbel maakt duidelijk dat er engelen zijn en ook boze engelen, die in opstand komen tegen God. De duivel is het hoofd van die opstandige engelenschaar. Engelen worden beschreven als dienende geesten. De duivel stel ik mij voor als een zwart en donker tegenbeeld daarvan. Hij is de anti-macht die Gods werk op aarde probeert af te breken. Ik zie iets van de macht van de duivel in de manier waarop wij met de schepping, het milieu zijn omgegaan. Maar ik kan mij geen voorstelling maken van zijn fysionomie. Ik weet alleen dat hij tot Jezus spreekt en dat deze erop antwoordt.” Prof. Velema pakt de Bijbel die voor hem op tafel ligt. “Efeziërs 6, vers 12”, kondigt hij aan en leest voor over de boze geesten in het heelal die mensen proberen tot duistere daden te brengen.

''Het geheim van de duivel is juist dat hij liever niet gezien wil worden. Hij gaat in het donker, hoe minder hij gezien wordt, hoe beter hij zijn werk kan doen. De macht van de duivel is groot, er is veel duisternis in deze tijd. In mijn preek zeg ik wel eens: het lijkt er meer op dat de duivel in opmars is dan in aftocht. Maar ik geloof wel dat uiteindelijk de macht van God groter is en zal triomferen. De strijd is wel beslist, maar nog niet uitgevochten.''

"Donker' en "duister' zijn kwalificaties die ook geregeld vallen in een gesprek met de algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond in de Nederlands Hervormde Kerk, ir. J. van der Graaf uit Huizen. Net als ds. Velema voelt hij zich gebonden aan de letterlijke tekst van de Bijbel. “Ik geloof dat er engelen en duivelen bestaan omdat de Bijbel daar heel specifieke dingen over zegt”, aldus Van der Graaf. “Jezus Christus ken ik ook alleen uit de Bijbel. Hij heeft in zijn leven met de duivel te maken gehad, hij is op drie manieren verzocht. Voor mij is dat een duidelijk gegeven. Maar ik weet niet hoe de duivel eruit ziet, ik ken alleen zijn uitwerking op mensen. Beelden zijn subjectief. Als Christus werd afgebeeld, kreeg hij een stralenkrans, maar daarmee heeft hij natuurlijk nooit rondgelopen. Bij alles wat met de duivel te maken heeft wordt met donkere kleuren gewerkt, hij heeft met donker te maken. In Huizen wordt de duivel "jantje' genoemd. Daar stelt men hem zich voor als een schurkachtig kereltje, dat het mensen heel moeilijk kan maken. In de tijd dat ik ouderling was, kwamen soms mensen op mij af die in een donkere periode van hun leven zaten en zeiden dat ze zo werden aangevochten door de duivel. Zij ervoeren het als: er wordt op mijn levensdeur gebonkt, niet alleen van binnenuit, maar ook van buitenaf.”

Van der Graaf ziet de duivel aan het werk overal waar “machten bezig zijn mensen op grote schaal te vernietigen”. Hij noemt Hitler, die ook in de andere gesprekken opdoemt als de duivel in mensengedaante, Idi Amin en de honger in de derde wereld. “Ik geloof ook wel dat het kwaad in de mens zelf schuilt, daarom is de mens ook zelf verantwoordelijk voor zijn daden. Maar tegelijkertijd geloof ik dat het van buitenaf gestimuleerd wordt. Mensen die in de macht van de alcohol komen en zichzelf en hun hele omgeving vernietigen, zijn in de ban van de duivel die daarmee speelt. Waarom God het kwaad op aarde toelaat, weet ik niet. Ieder antwoord dat ik daarop geef is scholastiek. Ik weet ook niet waarom God toestaat dat in de derde wereld zoveel kinderen van honger sterven. Elk antwoord daarop is goedkoop. Wie ben ik dat ik God zou begrijpen? Geloven is iets anders dan begrijpen.”

Begeerte

“Het woord duivel gebruik ik nooit. "Kwaad' is meer een twintigste-eeuwse manier om over de duivel te praten”, zegt de hervormde ds. W.P. ten Kate, emeritus predikant in Den Haag, die onder andere als luchtmacht- en studentenpredikant werkte. “Het kwaad is daar waar de mens zijn vrijheid niet gebruikt om te worden zoals hij door God bedoeld is. De gevolgen daarvan geven hem het gevoel dat er een bovenpersoonlijke macht aan het werk is geweest die sterker is dan hijzelf, terwijl hij wel degelijk persoonlijk verantwoordelijk is. Men heeft willen uitdrukken dat er een macht is die ons vaak te boven gaat. Al ken ik wel mensen voor wie de duivel echt leeft. In mijn studentenpastoraat heb ik eens iemand gehad die zo bang werd, dat er een psychiater aan te pas moest komen.

“Eeuwenlang heeft men zich afgevraagd waar de mens precies de fout ingaat. Augustinus zocht het in de begeerte, in de Middeleeuwen kwam de nadruk op seksualiteit en geld te liggen. De Reformatie zag het in hoogmoed. In de protestantse kerk hoor je dan ook nog steeds waarschuwen tegen hoogmoed, en in de katholieke kerk meer tegen materialisme en seksualiteit. In onze eeuw is er de schuldige nalatigheid als nieuw element bijgekomen, bijvoorbeeld bij het laten ontstaan en escaleren van oorlogen. Dat is in Duitsland gebeurd bij de opkomst van het nationaal-socialisme. Na de oorlog heb ik twee jaar in Duitsland gewerkt. De meeste Duitsers met wie ik sprak bleken prima mensen te zijn, maar op het moment dat ze erachter konden komen wat er aan de hand was, hebben ze iets verzuimd. Ze hielden de ogen gesloten voor wat zich voor hun neus afspeelde, en gingen mee in de stroom. Dat neem ik hen kwalijk.”

“Wie gelooft er nu nog in de duivel?” Volgens de vrijzinnige dr. H.J. Heering, emeritus hoogleraar godsdienstwijsbegeerte aan de Rijksuniversiteit te Leiden leeft het oude beeld van de duivel al lang niet meer in de moderne theologie, noch onder protestanten, noch onder katholieken. “Al zei Paus Paulus VI in 1972 nog dat "de duivel terdege bestaat en met verbazingwekkende sluwheid nog steeds werkzaam is'. Ik spreek niet van de duivel, maar van het boze, l'injustifiable zoals de Fransen zeggen, iets wat niet goed te praten is. Dat zit bijvoorbeeld in de wijze waarop Saddam Hoessein de Koerden vervolgt en de hele wereld bedreigt. De duivel is de onmenselijkheid, iets wat beneden het menselijk niveau blijft. Martelen is de culminatie van onmenselijkheid, daar is nooit een reden voor. Er is zoiets als een menselijk geweten dat goed weet wat er aan de hand is, al zijn goed en kwaad niet altijd zo makkelijk te scheiden. Je kunt de duivel niet met de duivel verslaan, maar ik realiseer mij, hoewel ik pacifist ben, dat je soms geweld moet gebruiken om geweld te verdrijven. Veel mensen waren tegen de Golfoorlog, maar als wij langer hadden gewacht met de oorlog tegen Irak, wie weet wat er dan gebeurd was? We weten nu dat Saddam ver was met de atoombom.”

Met het verlies van het geloof in de duivel is de wereld wel "minder bont' geworden, vindt Heering. “Die verschillende buitelende gedaanten waren wel boeiend. Er zijn onnoemelijk veel namen voor de duivel geweest die allemaal een ander aspect van het kwaad vertegenwoordigden. De duivel is de verwarrende, satan de verleider en Mefisto de listige. Dat wijst erop dat wij het kwaad niet tot één plek en één begrip kunnen inperken, zoals seksualiteit bijvoorbeeld grote aandacht heeft gekregen als boze macht. De duivel is legio, zoals een bezetene in de Bijbel zegt. Maar God is één.”