Nathaniel Hawthorne: "Young Goodman Brown' (1835) ...

Nathaniel Hawthorne: "Young Goodman Brown' (1835) in: The Scarlet Letter and Selected Tales. Uitg. Penguin. Prijs ƒ 25,95

N.W. Gogol: Avonden op een dorp bij Dikanka Uitg. G.A. van Oorschot. Prijs ƒ 25,-

Eduardo Mendoza: De stad der wonderen. Uitg. Arena Prijs ƒ 11,-

De Duivel is overal in de allegorische verhalen van Nathaniel Hawthorne. Verscholen in de wildernis van koloniaal Nieuw Engeland, spant hij samen met heksen en Indiaanse medicijnmannen. Soms beweegt hij zich ook in de nederzettingen van de Engelse kolonisten - doorzichtig vermomd, maar altijd triomferend. Als demon in mensengedaante schept hij verwarring in de Puriteinse gemeenschap, en in Hawthornes beklemmendste verhaal, "Young Goodman Brown', ontneemt hij een rechtschapen huisvader zijn vertrouwen in God en de mensheid.

Young Goodman Brown is een bewoner van zeventiende-eeuws Salem die op een donkere avond alleen het bos in trekt. Hij heeft een afspraak; met wie en waarom wil hij zelfs zijn vrouw Faith niet vertellen, maar aan de voet van een oude boom treft hij een geheimzinnige reiziger. De man ziet er uit als Browns overleden vader en draagt een zwarte staf in de vorm van een kronkelende slang, die even - heel even maar - lijkt te bewegen. Niet verhullend dat hij de Duivel is, probeert hij Goodman Brown mee te krijgen naar een heksensabbat. Hij wijst op zijn referenties: samen met Browns voorvaderen heeft hij Quakers vervolgd en Indianen uitgemoord, en met de bekendste dominees van Nieuw Engeland drinkt hij communiewijn. Twee keer weerstaat Goodman Brown zijn verzoekingen, maar wanneer hij er achter komt dat zijn godsdienstlerares, zijn dominee, en zelfs zijn lieve Faith de sabbat zullen bijwonen, geeft hij zich over.

Bij een rots op een open plek in het woud, waar heksen en heidenen zij aan zij staan met alom gerespecteerde hoogwaardigheidsbekleders, verliest Young Goodman Brown zijn geloof. Hij weigert op het laatste moment zijn bloeddoop ("Faith! Faith! Look up to Heaven, and resist the Wicked One') en de heksensabbat vervliegt als na een boze droom; maar als hij de volgende ochtend in zijn dorp terugkeert, is de twijfel gezaaid. Zijn bestaan wordt vergald door wantrouwen en tot zijn dood ziet hij de duivel in ieder godvruchtig mens. “They carved no hopeful verse upon his tombstone”, besluit zijn levensverhaal; “for his dying hour was gloom.”

Nathaniel Hawthorne: "Young Goodman Brown' (1835) in: The Scarlet Letter and Selected Tales. Uitg. Penguin. Prijs ƒ 25,95

PIETER STEINZ

Dat de duivel ook maar een mens is - zij het een mens met bijzondere vermogens - bewijst de novelle "Kerstnacht' in Avonden op een dorp bij Dikanka van N.W. Gogol. Als de duivel die Kerstavond de maan in zijn weitas heeft opgeborgen en het pikkedonker op aarde is, is het eerste waar hij aan denkt hoe hij het kan aanleggen met een heks. En als het die avond steeds kouder wordt, zien we de duivel van de ene hoef op de andere huppelen en in zijn knuisten blazen om warm te blijven.

In het mooie dorp Dikanka woont de jonge smid Wakoela, die bovendien een talentvol en godvruchtig schilder is. Wakoela is smoorverliefd op de mooie, zeventienjarige Oksana, die echter geen interesse toont in de smid. Het kokette, jonge meisje weet dat ze mooi is. “Wat zal ik de man een vreugde schenken, wiens vrouw ik word!” roept ze uit als ze voor de spiegel staat. Schertsend belooft Oksana aan de smid dat zij met hem zal trouwen als hij haar dezelfde schoentjes kan leveren als de tsaritsa draagt. Wanhopig gaat de smid heen. Zelfmoord en een pact met de duivel strijden in zijn gedachten om voorrang. Uiteindelijk besluit hij tot een pact met de duivel maar hij schrikt er op het laatste moment voor terug, grijpt de duivel bij zijn staart en slaat een kruis. Vervolgens dreigt hij de duivel te dwingen tot het slaan van een kruis, wat voor de duivel de dood betekent. De duivel smeekt om genade en belooft alles te doen wat de smid hem opdraagt.

“Zo, dus nu zing jij een toontje lager, vervloekte Duitser!” brult de smid tegen de duivel. En heen gaat het, door de lucht, naar St Petersburg, waar de smid met de duivel in zijn broekzak op audiëntie gaat bij de tsaritsa. Zo kwaad is de duivel niet of hij houdt zich trouw aan zijn beloftes, hoe gemakkelijk het soms voor hem ook is om ertussenuit te knijpen. Het hoeft geen verder betoog dat de inmiddels doodgewaande smid bij Oksana terugkeert mèt schoentjes, hoewel zij ook zonder de schoentjes bereid is met hem te trouwen. “Aldus werd de vijand van het mensdom, in plaats van anderen voor de gek te houden, in bekoring te brengen en te foppen, zelf bij de neus genomen.”

N.W. Gogol: Avonden op een dorp bij Dikanka Uitg. G.A. van Oorschot. Prijs ƒ 25,-

LUCAS LIGTENBERG

De stad der wonderen van Eduardo Mendoza speelt in de vorige eeuw, in het veel te kleine en dichtbevolkte Barcelona. De burgemeester moest handelen voordat de stad uit haar voegen barstte, maar hoe? Van de zorgen kon hij zijn aandacht nauwelijks bij de heilige hostie houden. Op een dag verscheen hem in een visioen een zilverkleurige gedaante, die hij in zijn godsvrucht voor een engel aanzag. De "engel' kondigde de komst van een uitverkorene aan, die zich inderdaad bij de stadspoort aandiende met een oplossing voor de ruimteproblemen van Barcelona.

Aangezien Jeruzalem na de verwoesting nooit meer opgebouwd zou kunnen worden, zo sprak hij, daar geen steen op de andere zou blijven, was Barcelona, dat op dezelfde geografische breedte lag, gekozen tot nieuw centrum van het Christendom. Volgens zijn ontwerp moest de stad, op de kathedraal en de kerken na, volledig worden afgebroken. Vanaf de helling van de Tibidabo tot de zee zou een kanaal komen met twaalf aftakkingen die uitmondden in twaalf meren, één voor elke stam Israels. Om die meren heen zouden halfburgerlijke, halfreligieuze nederzettingen gegroepeerd worden.

Het duivelse plan bracht de burgemeester in verrukking. De gemeenteraad, die er minder warm voor kon lopen, verschuilde zich achter Madrid. “Is het mogelijk dat zelfs de wil van God door Madrid goedgekeurd moet worden?” riep de burgemeester vertwijfeld uit. Maar hij stond er alleen voor. Zelfs omkoping hielp hem geen steek verder. Ten slotte zag de arme man geen enkele uitweg meer. Zo groot was zijn wanhoop dat hij zich eenzaam en berooid van de Montjuich naar beneden stortte. Zijn ziel ging rechtstreeks naar de hel, waar de duivel hem opwachtte met een huiveringwekkende schaterlach.

Eduardo Mendoza: De stad der wonderen. Uitg. Arena Prijs ƒ 11,-

JUDITH UYTERLINDE