Koerdische aanslag in Istanbul: 11 doden

ATHENE, 27 DEC. Vijftig demonstrerende Koerden hebben op Eerste Kerstdag een warenhuis in Bakirköy, een voorstad van Istanbul, bestormd en met brandbommen bestookt. In het gedrang - de nooduitgangen bleken versperd - kwamen elf mensen om het leven.

De winkel vormde het doelwit aangezien de eigenaar een broer is van Necat Cetinkaya, de gouverneur van elf Koerdische provincies. De Turkse politie verrichtte naderhand tientallen arrestaties.

Abdullah Öcalan, leider van de PKK, een Koerdische verzetsorganisatie, distantieerde zich in Damascus van de aanslag. Eerder deze maand had hij in een vraaggesprek met een Turkse krant al verklaard dat de tactiek om in Koerdische gebied families van "collaborateurs' af te slachten, verkeerd was. “Nu sparen wij zelfs gewonde soldaten.”

In hetzelfde vraaggesprek had hij bekendgemaakt te streven naar onderhandelingen met de nieuwe regering Demirel, die van haar kant een meer liberale politiek tegenover de Koerden beloofde, waarin onder andere publicaties in hun eigen taal mogelijk werden. De oprichting van een weekblad is al aangekondigd.

Öcalan zei ook dat hij niet langer naar afscheiding streeft doch naar autonomie voor de Koerdische minderheid van twaalf miljoen zielen.

Het Turkse parlement wijdde gisteren een groot debat aan de binnenlandse veiligheid, dat al lang tevoren op de agenda was gezet, maar nu in het teken kwam te staan van de aanslag in Istanbul en van gewelddadigheden eerder deze week in het zuidoosten van Turkije, waarbij onder Koerden en onder het Turkse leger elk meer dan tien doden vielen.

De hoop dat het tot een winters staakt-het-vuren zou komen, al of niet eenzijdig, is door de escalatie van deze week de bodem ingeslagen. President Özal viel in een reactie terug op zijn oude betuigingen dat “de PKK moet worden vernietigd” en hij zei ook dat “haar aanhangers geen plaats hebben onder het dak van de volksvertegenwoordiging”.

Dit sloeg op de 22 afgevaardigden van de Koerdisch georiënteerde HEP - Partij van de Volksarbeid - die samenwerkt met de sociaal-democraten, een van de twee regeringspartijen. De Koerdische gedeputeerde van de provincie Sirnak, Mahmud Alanak, werd tijdens het debat van gisteren het middelpunt van een heftig incident toen hij het had over “twee van zijn vrienden, een Turkse militair en een PKK'er, die in een gevecht waren gedood”. PKK'ers kunnen geen vrienden zijn, riepen woedende afgevaardigden die hem van het spreekgestoelte sleurden.

De vergadering werd een kwartier onderbroken. Premier Demirel zinspeelde in zijn rede daarna op het feit dat de veiligheidsdiensten in het zuidoosten niet altijd de bevolking beschermen zoals zij behoren te doen. Hij kwam ook niet terug op eerdere verkondigingen dat de eigen identiteit van de Koerden moet worden erkend, een stelling die gisteren weer hevig werd aangevochten door de uiterst rechtse kolonel b.d. Türkes, maar ook door de leider van de partij "Democratisch Links', oud-premier Ecevit.

Türkes had vlak tevoren een nieuwe partij “van Democratische Actie” opgericht, die in het parlement nu beschikt over negentien van de 450 zetels. Zij heeft zich afgescheiden van de nu 43 zetels tellende Welvaartspartij van de fundamentalistische professor Erbakan wiens betoog gisteren op twee gedachten hinkte: het Koerdische separatisme was een produkt van het zionisme en van buitenlandse machten, de Verenigde Staten voorop, maar in de Koerdische gebieden was ook ten onrechte een “racistische politiek van assimilatie gevolgd”.