"Kijk maar niet als ik eet, dan hoef je niet meer'

ARNHEM, 27 DEC. In de gang hangen linten met kerstkaarten voor het personeel. “We zijn populair”, zegt plaatsvervangend directeur A. Tijman van huis van bewaring "De Berg'. De deur naar "het vlak', zoals de ruimte onder de koepel heet waar het kerstdiner genuttigd zal worden, is opgesierd met een krans van kale dennetakken.

Er zijn maar weinig gedetineerden op "het vlak'. De meesten luisteren nog naar de oecumenische kerstdienst in een bijgebouw. Vier leden van het gedetineerdencomité helpen met het klaarzetten van tafels en stoelen. Overal op de vloer staan lijnen voor de sporten die hier beoefend worden. Middenin de koepel is een klein paviljoen - nu het fitnesscentrum, vroeger de plaats vanwaaruit de bewakers hun gevangenen rondom in het oog hielden. Twee kerstboompjes op het dak van het paviljoen zorgen voor de kerstsfeer.

“Je moet niet kijken als ik eet”, waarschuwt Bert van het gedetineerdencomité met zwaar Achterhoeks accent. “Dan hoef je zelf niet meer.” Hij heeft er echt zin in. En natuurlijk eet het personeel mee, zegt hij. “Dat is wel zo gezellig.”

Directeur Tijman legt uit dat de gevangenen normaal gesproken voor 5,50 gulden te eten krijgen. Daarvan wordt betaald: twee keer koffie, twee keer thee, twee broodmaaltijden en een warme maaltijd. “Dus het is aardig om met kerstmis flink extra uit te pakken.”

De Berg is een huis van bewaring waar gedetineerden maximaal zestig dagen mogen verblijven. De gemiddelde verblijfsduur is zes weken. De bevolking is divers: kortgestraften - veel zwervers en junkies - en langgestraften die hier wachten tot er in een gevangenis een plaats vrijkomt. Elke dag zeven ontslagen en nieuwe bewoners bevordert de onderlinge vriendschappen niet. De meeste jongens staren wezenloos voor zich uit tot het eten gaat beginnen.

Op "het vlak' krijgen de koks een applausje en dan is het aanvallen. Een gewriemel van getatoeëerde armen zoekt de lekkerste haringen, de smeuïgst gevulde eieren en het roodste rookvlees. Cateringmanager P. Derksen waakt ervoor dat niemand achter de schragen komt. “Mooi versierd hoor”, zegt een gedetineerde joviaal.

Derksen geniet: “Dit soort dingen is leuk om te doen”. Hij wijst een oudere, gedetineerde met suikerziekte de hapjes zonder suiker. “Ze zijn altijd zo tevreden.” Jan vindt het "uitzonderlijk mooi' wat hij allemaal op zijn bord schept. Een grijnzende medegevangene passeert met een overvol bord en een banaan in zijn achterzak. “Moge het u wel bekomen”, zegt hij, zet zijn bord op een klein tafeltje en loopt daarmee zijn cel in. “Hij is niet jofel”, volgens Jan.

De gevangenismode schrijft vooral hempjes, trainingsjacks en slippers voor. Een gevangene op leeftijd ("Getaway' staat op zijn t-shirt) twijfelt bij de fruitschaal tussen een kokosnoot en een ananas. Hij neemt ze allebei mee.

Het personeel houdt zich afzijdig en eet niet mee. Nee, zegt bewaarder J. Veenhoven, die net een bordje heeft gebracht naar een gevangene die zich niet zo lekker voelt. “Die jongens eten niet zo fris. Het zijn vaak zwervers, niet gewend zich hygiënisch te verzorgen.”

Rob en Henk tafelen nog even na. “Heb je een stukkie stuff”, vraagt Henk. Hij is er niet kapot van, van het feestmaal. “Voor de daklozen hier is het misschien heel wat, die eten anders niks”, zegt Rob, die hier een "kutstraffie' uitzit voor rijden onder invloed. Vierendertig vonnissen tegelijk. Qua kerstviering is hij beter gewend. “Ik zou nou in Antwerpen hebben gezeten.” Dan was-ie zo zeshonderd gulden kwijtgeweest aan het kerstdiner. Vooral aan de drank.

In De Berg is het maar niks gedaan, vinden ze allebei. Rob en Henk zijn zogenoemde niet-melders, die een oproep hebben genegeerd om zelf naar een inrichting voor langgestraften te gaan. Ze zitten hier in afwachting van een plaats in een gevangenis en het kan ze niet gauw genoeg gaan.

Met jongens die dertien jaar moeten opknappen voor moord of ontvoering, dat is fijn, herinnert Rob zich. Toen de Schutterswei in Alkmaar nog een gevangenis voor de zwaardere categorie was zat hij daar. “Nou alle lof hoor.” Een barretje had je daar. Je kon er een kroketje krijgen. Met kerst kon je gewoon een kerststukje bestellen. “Als je hier een kaars wil hebben, moet je d'r een stelen uit de kerk.”

Henk valt hem bij: “Die kerkdienst van net, dat was puur katholiek. Dat vind ik gewoon onbeleefd. Ik ben van huis uit protestant.” En dit diner vindt hij maar een zoethoudertje. Om zes uur moeten ze weer allemaal terug in onze cel en daar mogen ze pas morgenochtend weer uitkomen.

Toch valt iedereen vol goede moed aan op de puddingen. “Tuurlijk is iedereen tevreden”, zegt Jan. “'t Heb genoeg gekost.”