Kerstrede van koningin Beatrix

De letterlijke tekst van de toespraak die de koningin op Eerste Kerstdag heeft gehouden:

In het duister van angst, onbehagen en vervlakking schijnt het licht van Kerstmis. Dit is het licht van God met ons. God kiest voor de mens in al zijn zwakheid. Kerstmis verkondigt een God die van mensen houdt en die in het mysterie van de liefde een fundament in ons bestaan heeft gelegd. In dat geloof ligt één van de wortels van onze cultuur. Geloof en cultuur mogen evenwel niet worden vereenzelvigd; wat mensen innerlijk beweegt, wordt in de cultuur weerspiegeld. In humaniteit, respect voor leven en samenleven ligt de gemeenschappelijke basis van onze cultuur. Maar naast gemeenschappelijkheid is er ook verschil. Cultuur is geen mal, geen eenheidsmodel, waaruit identieke vormen worden gegoten; het gaat altijd om eenheid èn verscheidenheid, pluriformiteit èn eigenheid. Cultuur geeft mensen identiteit en zelfvertrouwen. Zij kan niet van buitenaf worden opgelegd, maar ontstaat door overlevering en verwerving.

Onze culturele verworvenheden zijn te danken aan individuele en collectieve zelfcorrectie, aan het inperken van eigendunk en hebzucht, aan discipline in leven en samenleven vanuit aanvaarde normen en waarden. Het wezen van een beschaving ligt in de ruimte voor het geestelijke.

Aan die spirituele kant van ons leven wordt vandaag getwijfeld. Materieel gaat het in dit deel van de wereld de meesten wel goed. In technologisch opzicht lijken de mogelijkheden onbegrensd. Nooit eerder boden wetenschap en kennis zo'n sterke basis voor het streven een betere wereld vorm te geven. Toch leeft er niet alleen hoop, maar ook onbehagen. Door de zucht naar méér en de voortdurende drang tot presteren zet de economie sommigen zó onder druk dat zij ternauwernood ruimte kunnen vinden voor bezinning. Anderen vallen buiten het arbeidsproces en voelen zich daardoor onvoldoende uitgedaagd tot ontplooiing van hun gaven. De toegenomen vrije tijd wordt niet altijd creatief gebruikt. Het verlangen naar ontspanning ontaardt soms in een neiging zich te onttrekken aan een werkelijkheid vol moeite en zorgen.

Cultuur betekent daarentegen niet een vlucht uit het leven van alledag, maar beleving, zingeving en verbeelding van het bestaan. Cultuur geeft richting en houvast.

Een cultuur manifesteert zich in de vorm die aan het leven wordt gegeven, in de ordening van de fysieke ruimte, in gebouwen, monumenten en voorwerpen, in acties en reacties van mensen, in de wijze waarop we elkaar bejegenen, in de taal. Maar achter al die vormen zit inhoud. In onze cultuur zijn we dragers en doorgevers van een gemeenschappelijk verleden, een geschiedenis die zichtbaar wordt in hedendaagse verworvenheden, in herkenbare verbindende elementen. Cultuur is niet erfelijk in biologische zin, maar is een erfgoed dat moet worden overgedragen en aangeleerd. In de geschiedenis raken normen en waarden van generatie op generatie in het bestaan ingeslepen.

Ons cultureel bewustzijn in de zin van een doorleefde band met de geschiedenis waarin de samenleving haar wortels heeft, wordt in deze tijd bedreigd door massaliteit en vervlakking. In uitwassen van de Westerse produktie- en consumptiemaatschappij zijn grenzen overschreden. Er rijzen vragen ten aanzien van onze eerbied voor het leven en onze verantwoordelijkheid tegenover toekomstige generaties. De twijfel aan onze wijze van waarderen en aan de waarden waarop wij onze beslissingen baseren, neemt toe. Zijn dat trouwens wel waarden of gaat het om louter hebzucht en eigendunk? “Normvervaging” is een gewone term geworden.

Velen hebben thans het gevoel te leven in een tussentijd, een periode van overgang van het ene cultuurtijdperk naar een andere wijze van leven en samenleven, een tijd van nieuwe relaties tussen mannen en vrouwen, tussen economie en maatschappij, tussen staat en burgerij.

Processen van culturele verandering worden op gang gebracht door tegenspraak van wat vanzelfsprekend leek. Naast conformisme openbaren zich kritiek en protest. Nieuwe vormen weerspiegelen een nieuwe inhoud, een zoeken naar nieuwe waarden.

Niet alleen wetenschap, onderwijs, politiek en media hebben hierin een pioniersfunctie, maar ook de kunst. Kunstenaars roepen gedachten en gevoelens op, verwondering en vragen, verrukking en verbijstering. In kritiek op de massaliteit loopt kunst voorop, is zij onontkoombaar elitair, exclusief en soms moeilijk te volgen. Maar dat wat eerst slechts voor enkelingen toegankelijk was, kan later voor velen een aanknopingspunt vormen voor een nieuwe beleving en zingeving van het leven. Kunst wil ons wakker schudden, onze ogen en oren, onze harten en zinnen openen voor dat wat juist niet deel uitmaakt van de sleur van alledag. Zo mág kunst ook elitair zijn, ja, moet zij zelfs eenzaam zijn om haar uitzonderlijke voortrekkersrol te kunnen vervullen. Van de samenleving wordt gevraagd daarvoor de ruimte te geven, ruimhartig te tolereren wat niet onmiddellijk wordt begrepen, wat zelfs provoceert en kwetst.

Dit betekent niet dat wij alles moeten goedkeuren en mooi vinden, noch dat we in onze verontwaardiging moeten zwijgen, verlegen met ons onvermogen tot ontvankelijkheid en een eigen antwoord. Kunst vertolkt soms ook lelijke en afstotende gedachten en gevoelens. Ieder moet daartegenover zelf een houding bepalen en vanuit eigen waarden tot een beoordeling komen. Openheid, acceptatie en respect betreffen de vrije uiting van de kunstenaar, maar niet elke wijze waarop die gestalte krijgt. De uitdaging is kritisch te toetsen en te blijven zoeken naar kwaliteit, oprechtheid en integriteit. Er bestaat altijd spanning tussen tolerantie en gekwetstheid, de stem van de eenling en het verlangen naar een kompas waarop samen kan worden gevaren. In een vrij samenspel tussen kunstenaar en publiek, protest en instemming, krijgt de samenleving glans en wordt zij gestimuleerd op haar weg naar culturele vernieuwing.

Maar juist in deze tijd van verandering zullen wij moeten uitgaan van hetgeen de toets der eeuwen heeft doorstaan, gericht op behoud van het goede. In de dialoog tussen verschillende bronnen van levensovertuiging kunnen wezenlijke waarden worden herijkt en hun universele betekenis hervinden. Zowel in maatschappelijke instellingen als in onze mentaliteit moeten rechtvaardigheid, mededogen en saamhorigheid herkenbaar worden.

Met Kerstmis valt op deze waarden nieuw licht. Het Kerstverhaal richt onze blik op het kind Jezus, in deze wereld gekomen om vrede te brengen, vrede op aarde en vrede in ons eigen hart. De commercialisering van het Kerstfeest is teken van een cultuur die het materiële is gaan stellen boven het spirituele, die zich laat opjagen van het ene evenement naar het andere en die er niet meer in slaagt tijd een element van heiligheid te geven. Het Kerstfeest vraagt bovenal om stilte, de stilte van de nacht waarin er ruimte is voor aanbidding en gezang, voor het wonder van de muziek die zelfs de diepten van de ziel toegankelijk kan maken. Kerstmis richt ons op dat mysterie van de liefde, die kracht, die het mensenleven eeuwigheidswaarde geeft. Ik wens U allen een gezegend Kerstfeest toe.