Kabinet in cassatie tegen uitspraak over pensioen NSB-weduwe

DEN HAAG, 27 DEC. Het kabinet gaat bij de Hoge Raad in cassatie tegen de uitspraak van het gerechtshof in Den Haag dat de weduwe Rost van Tonningen te veel pensioen krijgt.

In een vanochtend door de Rijksvoorlichtingsdienst uitgegeven verklaring zegt het kabinet dat een pensioentoekenning uitsluitend door de wetgever ongedaan kan worden gemaakt en niet door de rechter.

Het kabinet wijst er op dat de beslissing om in cassatie te gaan niet betekent dat het kabinet de zijde kiest van de weduwe Rost van Tonningen, maar dat er “belangrijke staatsrechtelijke vragen” aan de orde zijn die uitsluitend beantwoord kunnen worden door de Hoge Raad. Ook wil het kabinet bereiken dat er een einde komt aan de discussie over de juridische verhoudingen in deze zaak, “met name ook voor de oorlogsslachtoffers”.

Het gerechtshof in Den Haag bepaalde in september in een civiele procedure tegen de Staat, aangespannen door de Stichting Herwaardering Pensioenen NSB-Kamerleden, de Vereniging Anti-fascistische Oud-Verzetstrijders Nederland en 35 individuele oud-verzetstrijders, dat de weduwe Rost van Tonningen te veel pensioen krijgt. Ook de herziening van het pensioen in 1956, toen de zogenoemde diensttijddoortelling werd ingevoerd, was volgens het hof onrechtmatig.

Het kabinet vindt dat de uitspraak van het gerechtshof onder meer de “staatsrechtelijk wezenlijke vraag” oproept wie over het pensioen van de weduwe heeft te beslissen: de rechter of de wetgever. Volgens het kabinet is deze vraag door het gerechtshof niet beantwoord. Een van de argumenten voor het gerechtshof was dat uit de feitelijke gedragingen van de NSB'er Rost van Tonningen kan worden afgeleid dat deze in 1941 vrijwillig ontslag als Kamerlid zou hebben genomen. Het kabinet is van mening dat dit een van de vragen is die in cassatie ter discussie moeten staan.