Ik heb maandenling thuis moeten acclimatiseren

Wat is er gebeurd met mensen en dingen die het afgelopen jaar in het nieuws waren? Vandaag het eerste deel in een serie: ex-gijzelaar "motormuis' L. Roskam.

LOCHEM, 27 DEC. De motorfiets staat in de schuur achter het ouderlijk huis in Lochem: een blauw gespoten 600 cc Yamaha Ténéré, kenteken MH-08-VY. Het apparaat moet in revisie, omdat de vijfde versnelling kapot is. Eigenaar en berijder L. Roskam (27) heeft er zijn bijnaam van destijds aan te danken: de "motormuis'. Hij behoort tot de ruim zestig Nederlandse ex-gijzelaars die in Koeweit of Irak verbleven, toen Saddam Hussein op 2 augustus 1990 zijn buurstaat overviel en annexeerde. Op 27 november dat jaar werd Roskam vrijgelaten en op 12 december reed hij Lochem weer binnen.

Tegenwoordig woont en werkt hij in de VS, maar hij is nu twee weken thuis in verband met kerst en nieuwjaar. Hij heeft al enkele van zijn vroegere lotgenoten gebeld en dezer dagen gaat hij met drie van hen - Martin Bronkhorst, Arie Brandwijk en Frank ("Pa') Boering - een avondje stappen in Amsterdam. Roskam: “Nee, ik geloof niet dat ik geestelijke problemen aan die episode heb overgehouden. Ik heb in elk geval geen psychiatrische hulp hoeven inroepen en dat kun je helaas niet van de hele ploeg zeggen.”

Een opgewekt type, middelgroot, blond en bril. En vooral ondernemend. Hij volgde, na het atheneum, een hogere beroepsopleiding informatica te Enschede en besloot, alvorens een baan te zoeken, per motor naar het verre oosten te trekken. In vogelvlucht vertelt hij nog eens hoe het ging: “Op m'n lijstje stonden Turkije, Nepal, Maleisië, Indonesië en als logisch vervolg daarop Australië. Eind december '89 ben ik vertrokken om onderweg in Ankara een kennis op te pikken, Didier Choufoer uit Hilversum, net zo'n motorfanaat als ik. Dat lukte, maar toen begonnen de eindeloze vertragingen, omdat we geen visum voor Iran konden krijgen en daar moesten we door om verder te komen. Na veel omzwervingen zijn we in Koeweit beland. Didier vertrok daar op 31 juli 1990 met de boot naar Pakistan, want zo kon het ook, maar ik zat krapper bij kas en moest eerst werken om de overtocht te betalen. Ik was druk doende te solliciteren, toen de Irakezen Koeweit binnenvielen. Juist die ochtend, 2 augustus, zou ik bij de Central Bank gaan praten, maar dat is natuurlijk niet doorgegaan.”

Zo voegde Roskam zich noodgedwongen in het "leger' van buitenlandse gijzelaar. Hij verbleef achtereenvolgens in een padvindersclubhuis, bij een Syrische bewoner van Koeweit-stad en weer in dat clubhuis, nadat de tv had gemeld dat iedereen die westerlingen verborgen hield met ophanging zou worden bestraft. “Vervolgens bereikte ons het volslagen onverwachte advies van minister Van den Broek om naar Bagdad af te reizen. Dat heb ik maar gedaan, in het laatste konvooi en op de motor natuurlijk. Ze verklaarden me voor gek en wilden me in een auto hebben, maar ik zei: na 20.000 kilometer kan dat stukkie er ook nog wel bij.”

In Bagdad logeerde hij eerst in hotel Al-Rasheed, waarop ambassadeur Van Dam, die de rekening zag oplopen en niet wist wie uiteindelijk moest betalen, hem een leegstaand pand van de ambassade aanbood. “Daar heb ik de rest van de tijd uitgezeten, samen met Bronkhorst, Boering en een paar studenten, tweeëneenhalve maand lang, tot ik op 27 november dat felbegeerde stempel in m'n paspoort kreeg.” Hij koestert het nog als een relikwie: een rood driehoekje met de woorden “Zakho Residence Central Iraq” en de bewuste datum.

En weer greep hij de Yamaha Ténéré: “Ik had op de tv gezien hoe de eerste groep was ontvangen op Schiphol. Hooglopende emoties, huilende moeders en dat soort dingen. Dat lokte me niet, vandaar. Ik kon trouwens ook niet van mijn motor scheiden. Je krijgt een band met zo'n ding, begrijp je?”

In maart dit jaar heeft Roskam nog serieus overwogen naar Koeweit terug te keren. Hij had al een brief klaar voor de Koeweitse ambassade in Den Haag met de vraag of ze hem emplooi in de informatica-sfeer konden bieden: “Ik wou de draad weer oppakken na de black-out van een paar maanden gijzeling. Het gevoel van op reis zijn was immers grondig vestoord.” Maar de brief is nooit verzonden, want Roskam zag bij nader inzien op tegen verblijf in een land waar de oliebronnen in brand stonden: “Het leek me niet echt gezond daar, op de tv zag je de mensen met maskers rondlopen en er werd alom geklaagd over slapeloze nachten.” Hij bleef dus thuis in Lochem. “Acclimatiseren” noemt hij het achteraf. “Echt, ik heb maandenlang praktisch niets gedaan.”

Dat duurde tot 21 oktober, toen hij naar de VS vloog om als freelancer in dienst te treden bij een bedrijf in Farmington onder St. Louis in de staat Missouri. Roskam: “Ze maken daar complete speeltuinen, schommels, glijbanen enzovoort, in de vorm van bouwpakketten, het zogeheten modulaire speelsysteem, dat zich prima leent voor automatisering. Dus zit ik daar weer achter de computer om ontwerpen te maken, zestig, zeventig uur per week, maar het bevalt me goed en over de verdiensten mag ik niet klagen.

Iron Mountain Forge heet de firma. “IJzeren Bergsmidse”, vertaalt Roskam. “Dat slaat natuurlijk nergens op, maar zo zijn de Amerikanen. Ze willen een mooie naam. Hoe ik daar verzeild ben geraakt? Via een bedrijf in Lochem, dat de spullen importeert. Ze hebben daar in Farmington ruim honderd man personeel, ik ben de enige buitenlander. Het is een snel groeiende onderneming met niet geringe pretenties. Ze willen binnen afzienbare tijd de grootste speeltuinfabrikant van de wereld worden.”

Of Roskam die veronderstelde vlucht zal meemaken, staat wat hem betreft te bezien. Hij denkt in Farmington, waar zijn appartement staat, of omgeving een eigen bureautje op te zetten als cad-deskundige: computer aided design. “Dus ontwerpen per computer en daar kan van alles uitrollen. Of het nu speeltuinen of space- shuttles zijn, dat maakt mij niets uit.”

Voorlopig presenteert hij een stroopwafel, die hij juist bij een Lochemse bakker heeft gekocht. Zelf blijkt hij een groot liefhebber van het eenvoudige banket. “Daar ben ik toch zo gek op man. Die gaan mee in de koffer als ik straks weer naar Farmington vlieg. Bananenschuimpjes, drop en stroopwafels, want die heb je daar niet.”

Roskam voert me naar de schuur waar de Yamaha staat. “Na twee maanden motor-onthouding heb ik er gisteren weer op gereden en ik had gelijk al een lekke band. Ik mis hem, net als de bananenschuimpjes. Ik mis ook het reizen. Weet je, ik ga nog even sparen en dan ga ik er misschien weer vandoor. Er is nog zo veel te zien op de wereld.”