Hoeken, eilanden, grotten en grachten; Ook in Nederland liet hij zijn sporen na

Op welke manieren heeft de duivel zich in Nederland gemanifesteerd?

'Wanneer we de plaatsen die aan de duivel herinneren op de kaart uitzetten dan blijkt dat zijn voorkeur ondubbelzinnig uitging naar de Oosthoek van Twente'.

Over een poot in een vloer te Zutphen en andere nagelaten sporen.

In Nederland werd hij aangeroepen en vervloekt, maar trok de duivel zich daar iets van aan? En zo ja, wat deed hij hier eigenlijk, hoe intensief was zijn bemoeienis met de bevolking van de Lage Landen en had hij een voorkeur voor bepaalde gebieden? De kaartenbakken van de instituten voor Volkskunde en Naamkunde, aardrijkskundige woordenboeken en straatnaamboeken geven te zamen de indruk van een verstoorde relatie tussen hem en ons, of liever gezegd, van een wederzijdse onverschilligheid.

Om te beginnen, wat deed hij hier eigenlijk? Het antwoord is: niet veel en het was ook weinig fantasievol. Lag het aan ons gebrek aan bergen en ravijnen en is ons land gewoon te nat, te klam en te vlak geweest voor deze liefhebber van vuur en zwavel? Hoe dan ook, wanneer hij optrad was dat doorgaans om een of ander pact te sluiten. Iemand wilde iets en de duivel kon die wens op bepaalde voorwaarden in vervulling laten gaan. Meestal was de duivel op niets anders uit dan de ziel van de ander. De duivel trad daarbij op in de gedaante van een bok, hond, kat, konijn, paard, pad, rat of slang. Hij was herkenbaar aan bokkepoot, horrelvoet of paardevoet en aan een ondragelijke stank. De menselijke activiteiten waar de duivel in Nederland zich in de eerste plaats mee bemoeide was het kaartspel en drankgebruik. Hij schuift graag aan om zelf een kaartje te leggen en valt onherroepelijk door de mand wanneer een kaart op de grond valt. Zijn bokkepoot verraadt hem. Hij brengt mensen aan de drank en helpt ze er ook weer van af. Op bepaalde condities natuurlijk. De duivel zet aan tot vloeken, 's nachts springt hij mensen op de rug, hij laat ook mensen verdwalen. Lafhartige activiteiten die nauwelijks worden goedgemaakt door zijn incidentele hulp bij het bemesten van land. De mens is niet machteloos tegenover de duivel. De duivel speelde en niet zelden verloor hij. Hij verloor wanner de haan kraaide of de klok twaalf sloeg; daarom stal hij wel kerkklokken. Dat kon alleen bij de exemplaren die niet gedoopt waren, zoals het geval is geweest te Driel, Lochem. Ginneken en Stavoren. Hij verloor ook wanneer de ander hem te slim af was, of wanneer het pact kennelijk niet goed was doordacht. Bij Doorwerth zou hij de ziel van een man krijgen. op voorwaarde dat hij hem van geld zou voorzien, zolang er bladeren aan de beuk zaten. In de lente bleken de oude bladeren nog aan de boom te zitten en de duivel kreeg niets. Een boer te Greonterp in Wonseradeel verkocht zijn ziel in ruil voor een laars met goud. Toen de klok twaalf sloeg was de laars nog niet vol omdat er geen zool in zat: de duivel verloor. Elders zouden boeren de helft van het gewas aan de duivel afstaan en wel alles wat boven de grond groeide. De boeren geven hem het loof van de aardappel. De volgende keer bedingt de duivel dat hij alles krijgt wat onder de grond groeit; deze maal krijgt hij de wortels van de graanstoppels.

Het diabolisch vernuft legt het af tegen boerenslimheid. De duivel kiest kennelijk niet de beste advocaten. Dat geldt ook voor het volgende geval waarbij een boerenmeid zich tot woede van haar baas keer op keer versliep. Ze wil wel op tijd wakker worden, maar weet niet hoe. De duivel belooft haar te helpen op voorwaarde dat hij na een maand het eerste zou krijgen waarom zij 's ochtends een band zou leggen. Zo gezegd zo gedaan. Inderdaad ontwaakt zij op tijd, maar wanneer de vier weken bijna om zijn, begint er bij haar iets te dagen. Een band ombinden? Maar dat is zijzelf als ze in de ochtend haar rok vastmaakt. Op de afgesproken dag pakt ze een bos stro, legt er een band omheen en gooit die op het erf. Een wervelwind maakt zich meester van de bos, gooide hem hoog op, waarna hij in brand vloog. Er verspreidde zich een zwaveldamp en er klonk een valse lach. De meid had gewonnen en ontwaakte voortaan prompt op tijd.

De duivel kon ook met rigoureuze middelen bestreden worden en wel door uitbanning (door leken) of duivelbezweerders (officieel door de kerk aangesteld). In Friesland bestond aan het eind van de vorige eeuw een netwerk van duiveluitbanners en nog in 1900 heeft zich een drama voorgedaan in Appeltern, in de boerderij de Blauwe Sluis waar een gereformeerde secte tijdens een uitbanningssessie een boerenknecht afslachtte.

Enkele plekken in Nederland dragen de duivel in hun naam omdat ze ver van de bewoonde wereld lagen; aan andere plaatsen is de duivel verbonden omdat hij er ooit verschenen is. Nederland telt derhalve maar liefst zeven stukjes land die Duivelseiland heten, vier Duivelsbergen en evenveel Duivelshoeken.

Tastbare herinneringen zijn dun gezaaid. Een kruispunt op een landweg, een lichte verhoging in het bos, een pad, kortom een gewone plek. In de Librye van Zutphen staat zijn poot in de vloer. Onbevestigde berichten melden dat ook in kasteel Waardenburg nog een duivelspoot aanwezig is, evenals te Holwierde op de Duvelsvlint. Gorkum heeft zijn Duivelsgracht (daar zou een heel slot in de gracht zijn gezonken), bij Ginneken bij Breda lag een Duivelsbrug, maar die is in 1944 gebombardeerd. In Arnhem staat het Duivelshuis, het woonhuis van Maarten van Rossem, met duivelskoppen in de muur. In 1575 werd in deze stad een duivelskind geboren. De Sint Pietersberg heeft zijn Duivelsgrotten en Oss zijn Duivelsmolen. Te Santpoort, in de buurt die vroeger Duivelshoek heette, daar waar de Wilstelaan de spoorweg kruist, staat een grenspaal met een duivelachtige kop. Te Losser ligt een door wallen en grachten omringde boerderij: de Duivelshoeve.

Had de duivel een voorkeur voor bepaalde gebieden?

Wanneer we de plaatsen die aan de duivel herinneren op de kaart van Nederland uitzetten dan ontstaat inderdaad een patroon: in het westen zijn weinig duivelplaatsen, de duivel was niet dol op steden, Zeeland scoort nog redelijk evenals Noord Brabant. Groningen en Friesland vertonen enkele Duivelssporen, maar zijn voorkeur is ondubbelzinnig uit gegaan naar de oosthoek van Twente. Daar is de grootste duiveldichtheid. Wie deze streek vanuit een ander deel van Nederland nadert kan de tekenen onmogelijk negeren. Uit het westen, de IJssel overstekend bij Zutphen geeft de duivelspoot in de Librye de eerste waarschuwing. Iets noordelijker, nabij Nieuw Heeten ligt de buurtschap Vagevuur en wie deze plek denkt te vermijden en juist iets zuidelijker oostwaarts trekt, moet onvermijdelijk het Hellecatersveld doorkruisen. Wie de duivel te slim af denkt te zijn en nog zuidelijker naar Oost Twente reist, komt bedrogen uit. Te Langelo bij het Dijkhuis heeft ooit de boerenknecht Kieke Berend met de duivel gevochten. Daar bevond zich ook een Duivelskolk. Naar het noordoosten toe bereikt men Enschede en wie denkt dat steden duivelvrij zijn, heeft het mis. Enschede heeft zijn Duivelshof, hoek. Een noordelijker route brengt evenmin soelaas. In Oldenzaal zal de reiziger een eindweegs de Duivelsdijk moeten afgaan. Wie zich dan nog niet heeft laten ontmoedigen en de lijn Enschede-Oldenzaal heeft overschreden vraagt om moeilijkheden. Aan de weg Van Losser naar De Lutte kan hem de Duivelshof onmogelijk ontgaan. Ergens op de grens tussen De Lutte en Berghuizen moet nog een 'duuvelssteen' liggen met aan de bovenkant een oor. Wanneer die steen 's nachts de klok twaalf hoort slaan draait hij zich om. Het is hier niet pluis. Wie dat nu nog niet wil geloven moet maar eens goed kijken naar de steen in de gevel van de boerderij aan de Beverborgseweg 4 in Noordlutte. Deze boerderij is tot driemaal toe door de bliksem getroffen. Niets heeft geholpen ook niet het tot Godgerichte verzoek in kloeke letters aangebracht:

de Heer beWaar dit Huis

voo tover donder bli

ssem en gedruis