Hij leeft alleen 's nachts

Het is vrijdagmiddag in december maar gelukkig is het nog licht buiten.

In Bloemendaal praten we aan de rand van het bos in een klas van de Bloemendaalse School Vereniging. Aan de bijeengeschoven tafeltjes zitten tien kinderen, van wie sommigen negen jaar zijn, anderen zijn al tien. Sommige van de kinderen gaan iedere week naar de kerk, anderen alleen met Kerstmis en anderen gaan niet naar de kerk. Eén jongen gaat alleen naar kerken om ze te bekijken.

De leerlingen van die school daar in het bos weten precies wat een duivel is. Ze steken zonder te aarzelen allemaal meteen hun hand op als ik ernaar vraag en iedereen wil als eerste beginnen met vertellen.

-Wat weten jullie van de duivel?

“Ik zag een keer op een tekenfilm van Donald Duck een duiveltje boven zijn hoofd en dat zei dat hij het slechte moest doen, en toen kwam er een engeltje en dat zei dat hij het goede moest doen. Toen kregen de engel en de duivel ruzie”, vertelt een meisje.

“Ik heb een keer een verhaal gehoord van de duivel die een meisje heel hoog mee de lucht inneemt en haar dan laat vallen”, vertelt een ander. “Gelukkig valt ze niet dood.”

Drie van de tien kinderen geloven in een werkelijk bestaande duivel. “De duivel is de God van het vuur”, zegt iemand. De duivel is het kwaad en dat zal altijd wel op de wereld blijven, meent iemand anders. “De duivel is kwaadaardig en gemeen, want hij doet allemaal gemene dingen. Hij wil God dwarsliggen!”

Volgens sommigen moet wie in God gelooft, ook in de duivel geloven.

-Waar komt de duivel vandaan?

“De duivel is bedacht door de mensen, die vroeger in de bossen woonden”, aldus een jongen. “Die mensen geloofden ook nog in geesten.”

“De duivel heeft altijd bestaan, net als God”, zegt iemand anders.

En één denkt dat de slang bij Adam en Eva misschien de eerste duivel is, dat hij zo is ontstaan.

“Ik was een keer in de Ardennen en toen zagen we daar een duivelsei, dat is een soort stinkzwam. Uit die stinkzwammen komen duivels en daardoor komen er steeds meer duivels bij.”

Het is wel een probleem waar de duivels vandaan komen en of er steeds meer bij komen of niet.

“Een duivel kan ook een gewoon mens zijn geweest, we kunnen allemaal duivel worden.” Dat betekent dat er even veel duivels als mensen kunnen zijn.

Eén meisje oppert: “Volgens mij zijn er ook duivelinnen, waardoor er ook duivelskinderen kunnen worden geboren.”

-Hoe ziet de duivel eruit?

“De duivel is altijd te herkennen. Hij heeft namelijk lange hoektanden, die hij niet kan veranderen. Hij kan alle gedaantes aannemen die hij maar wil, maar je kunt hem dan toch herkennen aan zijn tanden.”

De duivel draagt verder een zwart kostuum, zijn huid is rood maar hij heeft een zwart sikje. Hij heeft twee hoorntjes en een lange staat met een pijlpunt eraan. Hij draagt een vork met een drietand. Zijn cape is van binnen rood. De duivel is op te sporen omdat hij geen spiegelbeeld heeft, hij heeft ook geen schaduw.

-Waar zit de duivel als wij hem niet zien?

“De duivel woont onder de grond in de hel.” Hij gaat 's ochtends naar bed en staat 's avonds op. Hij leeft alleen 's nachts. Mensen die goed zijn geweest komen na hun dood in de hemel en worden engelen, mensen die slecht zijn geweest, komen in de hel. “Daar brandt een groot vuur en daar worden telkens nieuwe kolen opgegooid om het brandend te houden.”

Volgens een ander is de hel in het binnenste der aarde en daar is allemaal gloeiende lava, waar mensen in worden gegooid.

-Wat kunnen we tegen de duivel doen?

“De duivel kun je niet doden, maar hij heeft één zwakke plek en als je die weet kun je hem doden. Hij sterft niet gewoon maar hij gaat in rook op.”

Als het buiten mistig is, weet je dat er weer een duivel is gestorven.

Er is een hoofdduivel en er zijn ook allemaal hulpduivels, net als bij de heksen. Als het bliksemt wordt er een duivel gestraft.

-Waarom kan God die vreselijke duivel niet doden?

“God is goed, die heeft de wereld geschapen, maar er moet ook kwaad zijn”, is het antwoord. “Dat is nu eenmaal zo.” Eén jongen denkt daar anders over: “Ik denk dat de duivel wel een keer doodgaat.”