Hausse Johannesburg stimuleert beleggers

Het deze maand ten einde komende jaar is een goed jaar voor de Johannesburg Stock Exchange (JSE).

De koersindex voor industriële aandelen (JSE Industrials) steeg tot dusver van een laagtepunt van 2829 (16 januari) tot een hoogtepunt van 4364 (13 november) om daarna af te brokkelen tot 4098 (24 december). Van laagtepunt naar hoogtepunt was de stijging ruim 54 procent. Over het gehele jaar gemeten bedraagt de aanwas tot nu toe bedraagt ruim 42 procent.

Deskundigen beginnen zich inmiddels echter af te vragen of de aandelenmarkt nu niet is overgewaardeerd. Er zijn beursanalysten die de alarmbel al horen, terwijl anderen overtuigd zijn dat het nog veel te vroeg is om bezorgd te zijn en voorspellen dat de aandelenkoersen hun opmars zullen voortzetten.

De stijging van de aandelenkoersen - momenteel ongeveer vier procent lager dan de piek van half november - is in wezen een inhaalmaneuvre en is niet gebaseerd op aantrekkende bedrijfswinsten. De gemiddelde koers-winstverhouding van de aandelen waaruit de index voor industrieaandelen is opgebouwd - begin dit jaar 9,4 - trok aan tot ongeveer 13,8 nu. In het verleden begon inderdaad zodra dit niveau werd bereikt bij de marktdeskundigen de alarmbel te rinkelen, want zodra de koers-winstverhoudingen tegen de 15 aanwees was dit voor de Johannesburg Stock Exchange doorgaans een voorbode van een op handen zijnde aanzienlijke neerwaartse correctie.

Terwijl sommigen zich zorgen maken over een terugval zijn andere meer optimistisch ingestelde marktdeskundigen van oordeel dat de groeikansen - zeker indien in Zuid-Afrika een werkbare politieke oplossing met het zwarte volksdeel wordt gevonden - zo groot zijn dat de oude criteria, die van de laatste paar decennia, niet meer van toepassing zijn op de zich aandienende nieuwe situatie. Waar het vooral om gaat is de vraag of Zuid-Afrika in de toekomst zijn economische groei zal kunnen financieren. Indien een hausse-stemming blijft overheersen zullen de beurskoersen verder oplopen. Een verder oplopende aandelenbeurs zal meer beleggers aantrekken en meer beleggers zullen een grotere vraag naar aandelen veroorzaken. Indien de zaken zich aldus ontwikkelen zullen de aandelenkoersen en de daarbij behorende koers-winst verhoudingen zonder twijfel verder omhoog gaan.

In dit scenario is het van het grootste belang dat ook de economische groei een tempoversnelling laat zien om het oplopende koersniveau te rechtvaardigen. Het is in ieder geval een element dat bij een aanhoudende opwaartse trend een steeds grotere invloed zal uitoefenen. Hoewel economen menen dat de conjunctuur in het vierde kwartaal waarschijnlijk het dal zal passeren, wordt hun vertrouwen niet gedeeld door vele winkeliers en kooplieden die volhouden dat de situatie in hun branche de afgelopen twintig tot dertig jaar niet zo slecht is geweest.

Ook twee technische factoren zijn van belang voor de JSE. Ten eerste: de sterke relatie tussen de JSE en het Dow Jones aandelengemiddelde op Wall Street. Analysten ter plaatse zijn het erover eens dat als de Dow-index instort “men een hausse in Johannesburg wel kan vergeten”. Hoe solide de basis ook moge zijn, de JSE zal de NYSE zeker volgen. Ten tweede: het bekende "broeikas' effect op de JSE, dat ontstaat indien de grote institutionele beleggers met hun voor beleggingen beschikbare kapitaal - geschat op 40 miljard rand (ongeveer 30 miljard gulden) in 1992 dat door deviezenrestricties niet in het buitenland kan worden belegd - proberen te investeren in een beperkte hoeveelheid stukken.

Jan Calitz, directeur van de verzekeringsmaatschappij Southern Life, schat dat ten minste vijftig procent van de institutionele gelden naar de aandelenmarkt zal vloeien, terwijl daarentegen niet meer dan voor 9 miljard rand aan nieuwe stukken op de beurs zal worden geïntroduceerd.

Deze zienswijze heeft onlangs van twee kanten een extra dimensie gekregen.

Ten eerste door nieuwe richtlijnen voor verzekeraars en pensioenfondsen, waardoor het aandelenpercentage in een effectenportefuille van 65 naar 75 procent mag oplopen. Ten tweede door een mede hierdoor aanzwellende kapitaalstroom vanuit overheids- en semi-overheidspensioenfondsen naar de aandelenmarkt, geld dat voorheen uitsluitend werd genvesteerd in obligaties.

Beide beleidswijzigingen zullen opwaartse druk uitoefenen op de aandelenmarkt. Daarbij hebben studies aangetoond dat aandelen op langere termijn het grootste investeringsrendement bleken op te leveren in perioden met een hoge inflatie zoals die in Zuid-Afrika.

Rekening houdend met deze gegevens en aangenomen dat Wall Street geen sterke tegenvallers laat zien, verwachten de meeste Zuid-Afrika analysten volgend jaar een voorzetting van de hausse en voorspellen daarbij een gemiddelde koersverbetering van rond de twintig procent.

Richard Jesse, analyst bij effectenmakelaardij Martin and Co., meent dat de aandelen van de fondsen in de tweede categorie, die nu op een koers-winstverhouding van minder dan 10 staan en een redelijke winstontwikkeling laten zien, de beste stijgingskansen bieden.

Eerste klas aandelen die al op een koers-winstverhouding van 20 of meer staan, zouden minder kans op koersstijgings bieden.

De typisch Zuidafrikaanse industriesector die in 1991 succesvol was en dat in 1992 misschien weer zal zijn, is de mijnbouw. De index voor de mijnbouwaandelen is vierenveertig procent gestegen sinds het dieptepunt in januari dit jaar. Een aandeel als Anglovaal is sinds januari met meer dan vijftig procent gestegen, de koers van het hoofdfondsAnglo American liep 43,5 procent op.

Volgens John Clemmow, mijnbouwanalyst bij effectenmakelaar George Huysamer, is dit een verrassende prestatie aangezien de wereldgoederenmarkt in alle opzichten zwak is geweest. Maar ook in het verleden is de goudprijs vaak tegen de conjunctuur ingegaan. De industriële goudwinning heeft het de afgelopen jaren niet zo goed gedaan en voor vrijwel alle goudproducenten wordt een lagere of zelfs helemaal geen winst voorspeld.

Hier tegenover staan een aantal interessante factoren: in weerwil van wat uit hun naam blijkt, bezitten mijnbouwondernemingen veelal uitgebreide anderssoortige aandelenbelangen en fungeren ze ten dele als een soort beleggingsportefeuille van Zuid-Afrikanse waarden. Die hoedanigheid maakt ze aantrekkelijk voor buitenlanders, met name voor vermogensbeheerders die nauwelijks Zuidafrikaanse aandelen in portefeuille hebben en toch met het land willen kennismaken en daarbij bovendien geconfronteerd worden met een vaakmoeilijke verhandelbaarheid van sommige Zuid-Afrikaanse waarden.

Ook bestaat de verwachting dat, naar gelang meer mijnbouw ondernemingen hun verborgen activa te gelde zullen maken, een grote geldmassa vrij zal komen die zijn weg zal vinden naar de aandelenbeurs.

Ten slotte voert Clemmow nog aan dat van alle Zuidafrikaanse bedrijven "mining shares' dank zij hun omvang en belangenspreiding, zich in internationaal opzicht het beste staande kunnen houden in tijden van tegenspoed en dat ook elders in Afrika nog genoeg kansrijke groeimogelijkheden liggen voor de mijnbouwindustrie.

© Financial Times